Na La Niña lijkt El Niño in de zomer onvermijdelijk
Sinds september is het zeewater van de tropische Stille Oceaan kouder dan gemiddeld. Het systeem zit in de La Niña fase, maar dat verandert binnenkort. Het zeewater warmt steeds verder op en na een korte neutrale periode wordt er in de zomer een omslag naar El Niño verwacht. Dit heeft invloed op weerpatronen in veel landen.Zwak, maar aanwezig
Het was een vrij korte en subtiele periode van La Niña. Het criterium voor een officiële benaming vanuit het Amerikaanse Climate Prediction Center heeft ze net gehaald. Het water in de tropische Stille Oceaan moet namelijk minimaal 3 maanden ten minste 0,5 graad warmer of kouder zijn dan gemiddeld. Het systeem wisselt tussen twee fases: een negatieve afwijking wordt La Niña genoemd, een positieve afwijking El Niño. Zonder sterke afwijking is het ENSO-neutraal. Een dergelijk korte periode van afwijkingen rond die -0,5°C is in de meetgeschiedenis niet vaak voorgekomen, maar toch reageert de atmosfeer duidelijk op het koelere zeewater.
Boven Indonesië, de Filipijnen en het noorden van Australië zijn er dikkere, hogere wolken die meer neerslag produceren. Verder naar het oosten is er juist minder convectie en daardoor drogere omstandigheden dan normaal. In Zuidoost-Azië zorgt La Niña voor gunstigere omstandigheden voor de vorming van tropische stormen, wat het afgelopen jaar grote gevolgen had. Vaak heeft het grotere effecten in de late herfst of winter omdat La Niña dan doorgaans krachtiger is.

De recente koude afwijkingen in de ENSO-regio tonen La Niña op haar sterkste punt, maar vanuit het westen begint het water weer op te warmen. Bron: Severe Weather EU
‘Overshoot’ naar El Niño
Al aan het begin van deze La Niña was bekend dat ze aan de zwakke en korte kant zou zijn. Ze houdt nog even aan, maar gaat in de periode januari-maart zeer waarschijnlijk over in ENSO-neutraal. Daarna neemt de kans toe dat de neutrale toestand vrij snel wordt overgenomen door temperatuurstijgingen die doorschieten naar El Niño waarden.

De verwachtingen van het ENSO-systeem zijn de geleidelijke afbouw van La Niña en het opkomen van El Niño. Bron: CPC
De pluimgrafiek van het Europese weermodel ECMWF is overtuigd van de snelle opwarming. Vrijwel elk lid van het ensemble berekent een temperatuurafwijking van meer dan 0,5 graad in de zomerperiode, sommigen zelfs meer dan 1 graad. Bekijken we de verdeling van alle modellen, dan zijn er ook berekeningen die minder zeker zijn van de warme periode. De kans op El Niño neemt toe richting de zomer, maar er is nog onzekerheid. In het voorjaar zijn ENSO-voorspellingen echter minder nauwkeurig vanwege veranderingen van seizoenspatronen. Dit staat bekend als de ‘spring predictability barrier’.
Wat ingewikkeldere natuurkunde
Een overshoot van La Niña naar El Niño, of andersom, is niet ongebruikelijk. Het systeem van ENSO (El Niño-Zuidelijke Oscillatie) is zelflimiterend, wat wil zeggen dat ze zich zodanig ontwikkelen dat de temperaturen geleidelijk terugkeren naar normale waarden. Vaak schiet het systeem daarna door en begint de tegenovergestelde fase.
Eén uitleg voor de zelflimitatie is dat er twee soorten golven in de oceaan worden gegenereerd tijdens de positieve of negatieve fase. Neem het voorbeeld van El Niño. ‘Warme’ Kelvin-golven bewegen van west naar oost en veroorzaken opwarming, waardoor de El Niño wordt versterkt. Ze reflecteren westwaarts wanneer ze Zuid-Amerika bereiken. ‘Koude’ Rossby-golven bewegen in de tegenovergestelde richting tot aan Indonesië, waar ze terugkaatsen en weer oostwaarts bewegen. Door het terugkaatsen van de golven heffen ze elkaar uiteindelijk op. Maar hoe sterker de El Niño, hoe sterker de Rossby-golven en hoe groter de kans dat ze niet volledig wegvallen. Zo kan het doorschieten richting La Niña. De golven tijdens La Niña komen minder sterk tot uiting, waardoor het vaker in twee opeenvolgende jaren voorkomt.

Schematische weergave van het Delayed Oscillator model voor de El Niño fase. Rossby- en Kelvin-golven planten zich voort en zorgen voor de zelflimitatie. Bron: Robert Marsh & Erik van Sebille (2021)
Er zijn nog meer theorieën over het vormen en beëindigen van de ENSO-fasen. Het hierboven omschreven model (Delayed Oscillator) is de meest bekende theorie. Natuurkundigen proberen op vergelijkbare manieren het systeem te verklaren, maar dat blijkt vrij ingewikkeld. De ene El Niño is de andere niet, en wat eerder wel werkte, kan een andere gebeurtenis niet verklaren.

