Wat satellieten (niet) zien aan vliegtuigstrepen
Wetenschappers gebruiken afbeeldingen gemaakt door geostationaire satellieten om het ontstaan en verdwijnen van vliegtuigstrepen te onderzoeken. Maar het gebruik van alleen deze soort satellieten schiet tekort, wijst een recent gepubliceerd onderzoek uit. Dat is belangrijke conclusie omdat het beter waarnemen van vliegtuigstrepen kan helpen om de klimaatimpact van vluchten te verkleinen.Waterdamp in uitlaat
Vliegtuigstrepen worden ook wel condensstrepen of contrails genoemd. Het zijn lange, witte strepen achter vliegtuigen die vormen door het condenseren van waterdamp uit de uitlaat. De waterdamp komt direct in aanraking met de koude lucht hoog in de atmosfeer en vormt ijskristallen op minuscule deeltjes in de uitlaatgassen. De ijskristallen weerkaatsen zonlicht en krijgen een witte kleur, hetzelfde principe als bij ‘normale’ wolken. Het vliegtuig laat een spoor van condensatie achter zich, dat begint als een smalle lijn, maar zich over grote afstanden kan verspreiden.
Het broeikaseffect en vliegroutes
Door hun weerkaatsende eigenschap werken contrails als een dunne wolkenlaag dat warmte vasthoudt op aarde. Het aardoppervlak straalt warmte uit en een deel daarvan verdwijnt direct de ruimte in. Het andere deel wordt door broeikasgassen (en dus wolken) teruggekaatst naar het oppervlak. Zo draagt de luchtvaart bij aan het broeikaseffect door de uitstoot van CO₂ én de vorming van contrails. Anderzijds reflecteren contrails een deel van de inkomende zonnestraling, maar dit afkoelende effect is alleen overdag aanwezig. Als geheel dragen ze bij aan de opwarming van de aarde.
De klimaatimpact van de vluchten kan worden verminderd door vliegroutes te optimaliseren. Met voldoende gegevens kan een voorspellingsmodel worden ontwikkeld dat aangeeft of een vliegtuig op weg is naar een gebied waar contrails ontstaan en blijven hangen, en hoe het zijn hoogte kan aanpassen om dat gebied te vermijden. De gegevens komen van satellieten en in de toekomst mogelijk van sensoren op de grond die contrails kunnen detecteren zodra ze zich vormen.
Kleine sporen worden gemist
Satellieten komen in vele vormen en maten. Geostationaire satellieten roteren met de aarde mee en staan altijd boven dezelfde plek, waardoor ze erg nuttig zijn in de wetenschap. Andere satellieten (zoals LEO) draaien in een lagere baan om de aarde en maken beelden van steeds een ander gebied. De resolutie van de LEO-beelden is een stuk hoger, met minder pixels en duidelijkere plaatjes.
De onderzoekers ontdekten dat de geostationaire satellieten ongeveer 80% van de contrails missen die op de beelden van LEO-satellieten wel te zien zijn. Geostationaire satellieten zien voornamelijk grotere condensstrepen die de tijd hebben gehad om te groeien en zich door de atmosfeer te verspreiden. LEO-satellieten kunnen daarentegen kortere en dunnere condensstrepen waarnemen die direct na het vliegen ontstaan. Deze blijken te klein of onduidelijk om door geostationaire satellieten te worden waargenomen. Om een completer beeld te geven van contrails en hoe ze zich ontwikkelen, pleiten de auteurs voor het gebruik van observaties van beide satellieten.

