Warm slot sprokkelmaand niet bepaald uniek
De weerkundige winter (die in de Bilt tot veler verrassing als zeer zacht de boeken in zal gaan) is na vandaag voorbij en opvallend was de zeer zachte apotheose aan het eind van het seizoen.Topmaxima tot afgerond 20 graden werden er enkele dagen terug nog genoteerd in Zeeland, Brabant en Limburg. De terrassen liepen volkomen vol in die contreien. Je zou zeggen dat dit heel bijzonder is voor een wintermaand, zelfs in ons huidige ‘opgewarmde klimaat’ maar niets is minder waar.
Sprokkelwarmte niet 'sec' door opwarming
Onze nagenoeg ideale schoonzoon P.K Munneke, die het weer duidt aansluitend bij het NOS journaal, riep uiteraard weer (net als zijn voorganger Hiemstra) dat de ongebruikelijke toptemperaturen tot 20 graden te danken waren aan het ‘nieuwe klimaat’. Die these is voor het grootste deel onjuist.
Eigenlijk had de glacioloog van huis uit moeten zeggen dat het eind februari wel vaker voorjaarsachtig is daar er sprake was van de karakteristieke eind februarisingulariteit.
Specifiek weerbeeld in bepaalde periode van het seizoen
We weten inmiddels hier op weer.nl dat specifieke weertypen vaker optreden in een bepaalde periode van het jaar. Neem de traditionele IJsheiligen medio mei en het bekende Weihnachtstauwetter rond Kerst. In negen van de tien gevallen regent het met Kerst, is het veel te zacht en waait het stevig door uit het zuidwesten.
We zagen dus al vaker in de weerhistorie dat er een opvallende temperatuurpiek optrad aan het einde van de sprokkel en dan in het bijzonder rond 25 februari.

Heel vroeger ook al 20 graden eind februari
Enkele opmerkelijke data uit het verre verleden ter staving.
Op 26 februari 1900 kwam Winterswijk tot 20,3 graden. Bijna zomer dus in Winterswijk. Daarna een grote stap naar 1990 toen Oost-Maarland KNMI 20,4 graden mat op 24 februari. Dat betekende tevens de vroegste warme dag zo vroeg in het jaar voor Nederland. Epen mat 20 graden op diezelfde middag.
Op 27 februari 2019 werd het 20,5 graden te Arcen. Februari 1980 viel overigens al op met opmerkelijk hoge temperaturen (tot rond 15 graden) later in de maand en als we de afgelopen decennia verder doornemen, valt steeds de opflakkering van het kwik op, vooral gedurende de laatste vijf dagen van de maand.
Vroeger kon het dus ook al, die voluit aprilse waarden in de laatste fase van de sprokkelmaand die dus voornamelijk toe te schrijven zijn aan de net genoemde singulariteit.
Bekijk ook de hoogste temperaturen die steevast zijn gemeten rond 25 februari.
Uitersten in februaritemperatuur al een eeuw hetzelfde
Als het tijdelijke quasi zomerweer eind februari louter toe te schrijven zou zijn aan de opwarming, zouden de uitersten vast ook hoger liggen nietwaar?
De afgeronde 20 graden die we vorige week even optekende, is nou geen exces als we die waarde afzetten tegen de 20 uit 1900 en de ruim 20 uit 1990. De piekwaarden zijn onveranderd al die tijd.
Je zou realiter verwachten dat de meest recente pieken thans 2 of 3 graden hoger zouden liggen, maar we komen thans nog steeds niet tot voluit 23 graden. Die 20-21 graden blijft, ook na 125 jaar nog kennelijk een flinke thermische barrière.
Topmaxima in hoogzomers wel significant graden hoger
Frappant is dat zulks mutatis mutandis wel geschiedde tijdens de hoogzomers van de afgelopen twee decennia gedurende de warmste fasen. De bijna 41 graden bij Tilburg eind juli 2019 is significant veel hoger dan alle gemeten topmaxima tot dan toe eind juli.
Het ligt dus eigenlijk in de lijn der verwachting dat ook eind februari 2027 en de sprokkelmaanden de jaren erna zeer zachte slotfases kunnen gaan opleveren zonder dat het kwik subiet doorloopt naar 23-24 graden.

