Waarom oogt de lucht soms veel blauwer dan normaal?
Afgelopen dagen was het heerlijk lenteweer met een strakblauwe lucht. Vooral woensdag leek de lucht nog feller blauw dan normaal, zonder ook maar een teken van een wolkje. Maar waarom is onze lucht eigenlijk blauw? En waarom lijkt die soms nog veel blauwer dan anders?De lucht om ons heen heeft zelf geen kleur. Als je op een heldere dag naar boven kijkt, kijk je in principe de ruimte in. Zoals je van de nacht weet, is de ruimte zwart, afgezien van de sterren die wit licht geven. Ook onze zon is een ster en geeft wit licht af. Tot nu toe dus nog geen blauw, maar hoe kan de lucht er dan toch blauw uitzien?
Wit licht bestaat uit alle kleuren
Dat heeft alles te maken met waar wit licht uit bestaat. Licht beweegt zich als een golf door de atmosfeer, waarbij zichtbaar wit licht uit alle kleuren van de regenboog bestaat. Die verschillende kleuren hebben elk net een andere golflengte. Licht beweegt in een rechte lijn, totdat het iets tegenkomt waarop het kan reflecteren of waardoor het wordt verstrooid.
Blauw licht raakt verstrooid
Het witte licht van de zon komt vanuit de ruimte onze atmosfeer binnen. Die atmosfeer bestaat echter uit allerlei moleculen, zoals zuurstof en stikstof. Hier wordt het verschil in golflengte tussen de verschillende kleuren belangrijk, want vooral de blauwe en violette kleuren van het witte licht worden door deze moleculen in alle richtingen verstrooid. Daardoor worden die kleuren als het ware uit het witte licht gehaald en door de lucht verspreid, waardoor de hemel een blauwe kleur krijgt. Dit noemen we Rayleighverstrooiing.
Naast blauw wordt dus ook violet verstrooid, maar violet wordt nog sterker verstrooid en bovendien zijn onze ogen minder gevoelig voor deze kleur. Daardoor oogt de lucht voor ons blauw. De andere kleuren worden veel minder verstrooid en blijven samen grotendeels wit licht vormen.

Wit licht van de zon bestaat uit alle kleuren van de regenboog, maar het blauwe deel raakt verstrooid door de gasmoleculen in de atmosfeer. Hierdoor verspreid het blauwe licht naar alle kanten en ziet onze lucht er blauw uit.
Dichter bij de horizon verkleurt het blauw vaak naar lichtblauw of soms zelfs naar bijna wit. Dat komt doordat het zonlicht daar een langere weg door de atmosfeer heeft moeten afleggen en onderweg vaker op gasmoleculen is gebotst. Hierdoor wordt steeds meer van het blauwe licht uit het zicht gehaald, waardoor de blauwe kleur langzaam afneemt. Dat kun je goed zien als je de komende dagen nog eens naar een heldere hemel kijkt.
Waarom is de lucht soms blauwer dan anders?
De lucht is niet altijd even blauw. Natuurlijk kunnen wolken ervoor zorgen dat de lucht minder blauw oogt, maar ook op volledig heldere dagen zijn er verschillen in hoe diepblauw de lucht eruitziet.
In de winter is de lucht bij helder weer bijvoorbeeld vaak blauwer dan in de zomer. Dat komt doordat er in de zomer meer vocht in de atmosfeer zit. Vocht zorgt ervoor dat niet alleen blauw licht, maar juist alle kleuren van het licht worden verstrooid. Dit is een andere vorm van verstrooiing, namelijk Mieverstrooiing, waardoor de lucht een minder diepe blauwe kleur krijgt.
Ook luchtvervuiling speelt een rol bij hoe blauw de lucht is. Fijnstof verstrooit eveneens het witte licht in plaats van alleen de blauwe kleuren, waardoor de lucht witter of grijzer oogt. Denk alleen al aan beelden van smog in grote steden waarbij luchtvervuiling duidelijk voor minder blauwe luchten zorgt.
Waarom was de lucht afgelopen dagen zo helder?
Afgelopen dagen, en vooral op woensdag, was de lucht zo blauw omdat we in de eerste plaats te maken hadden met de invloed van een hogedrukgebied. Daardoor was het helder en waren er nauwelijks wolken. Daarnaast kwam de lucht uit noordelijke richtingen, waardoor de aangevoerde lucht relatief schoon was zonder al te veel luchtvervuiling. Ook was de lucht vrij droog, waardoor er weinig verstrooiing door vocht optrad.
Ten slotte was de lucht ook op grote hoogte, rond 10 kilometer, vrij droog. Dat is ongeveer de hoogte waarop vliegtuigen normaal gesproken vliegen en condensstrepen achterlaten. Als de lucht daar erg droog is, lossen die strepen echter snel weer op. Daardoor werd de blauwe lucht niet verstoord en oogde de hemel extra helder en felblauw.

