Waarom natuurbranden juist vaak in het voorjaar ontstaan
Een kleine week geleden plande ik dit artikel in, nog niet wetende wat zich in de daaropvolgende dagen zou afspelen. De aanleiding van het oorspronkelijke bericht was een code geel in Finland eerder deze maand vanwege een verhoogd risico op natuurbranden. “Zo kort na de winter is brandgevaar niet uitzonderlijk”, wilde ik gaan schrijven.Slechts een paar dagen later liepen de media vol met berichten over natuurbranden in Nederland. Tweemaal ontstond een grote brand op oefenterrein van Defensie, wat de vraag oproept over hoe geïnformeerd ze daar waren over de zeer risicovolle omstandigheden. Juist in het voorjaar kan de natuur erg brandbaar zijn. De oefeningen van Defensie waren een opvallende keuze in combinatie met het enorm verdrogende weertype waar we al weken mee te maken hebben. Ironisch genoeg startte het KNMI begin april met een kansverwachting voor natuurbranden.
Opgeschaald brandrisico
Terwijl ik de inhoud van dit artikel schetste (26 april) gold in de meest zuidelijke en meest noordelijke provincies nog een natuurbrandrisico fase 1. In de meeste provincies was sprake van fase 2, wat wijst op een verhoogd risico. Inmiddels is dit bijgesteld naar fase 2 door heel het land.
In fase 1 zijn natuurbeheerders en de brandweer altijd voorbereid op een natuurbrand, maar zijn er nog geen extra maatregelen nodig. In fase 2 is het voor langere tijd droog in de natuur en neemt de kans op het ontstaan van natuurbranden toe. Tijdens droge periodes en vooral bij harde wind kunnen natuurbranden zich snel en onvoorspelbaar ontwikkelen. Natuurbeheerders en hulpdiensten zijn daarom extra alert.
De omstandigheden kunnen regionaal erg verschillen, zoals een week geleden ook het geval was. Dit komt bijvoorbeeld door neerslag die plaatselijk valt, een bodemsoort die op sommige plekken sneller uitdroogt dan elders, en verschillende vegetatie.
Twee piekmomenten in het jaar
Vaak zijn er twee hoogtepunten van natuurbrandgevaar: één in het vroege voorjaar en één in de zomer. In de loop van het voorjaar neemt het risico meestal wat af omdat de volledig uitgelopen vegetatie meer vocht vasthoudt. In de zomer neemt het brandgevaar weer toe tijdens langdurige droogte en hitte.

De rook van de brand op 'T Harde steeg woensdag op tot aan de basis van de inversielaag gevormd door subsidentie. De dalende lucht houdt de rook die wil opstijgen tegen en dwingt het om horizontaal uit te spreiden. Zo vult de hele grenslaag zich met rook. Door de harde oostelijke wind breidde de rook zich uit tot boven Midden-Engeland, een afstand van bijna 450 kilometer vanaf de brandhaard.
Snelle uitdroging in de lente
Waarom zien we vaak een eerste piek van natuurbranden in het voorjaar? Het lijkt tegenstrijdig, zo kort op het nattere halfjaar. Toch is de natuur na de winter juist vrij brandbaar. Gedurende de winter hoopt afgestorven gras, bladeren en takjes zich maandenlang op. In eerste instantie blijft dit vochtig of zelfs bedekt met sneeuw. Zodra de sneeuw smelt en droger, warmer weer aanhoudt, droogt de bovenste laag van de vegetatie (de toplaag) snel uit.
Vooral het fijnere organische materiaal, zoals gras en bladeren, verliest in korte tijd veel vocht en wordt erg brandbaar. Door de combinatie van veel zon, een harde wind en droge lucht droogt de toplaag nog sneller uit en verspreidt een brand zich in hoog tempo. In het voorjaar zijn dat typische weersomstandigheden die vaak voorkomen.
Naast het weertype maakt ook de staat van de natuur veel uit voor brandgevaar. In het vroege voorjaar is de natuur minder actief; planten beginnen net te bloeien en moeten nog uitlopen, waardoor er weinig vers blad is dat vocht vasthoudt. Een vonk kan dan snel overslaan in een grote brandhaard.
Wanneer de sneeuw gesmolten is…
In gebieden met een vast sneeuwdek in de winter maakt de timing van de afsmelt veel uit voor het brandrisico. Smelt het sneeuwdek vroeg, dan wordt de onderliggende vegetatie eerder dan normaal blootgesteld aan warmere, droge lucht. Dit leidt tot het vroegtijdig uitdrogen van planten en de bodem. Finland beleefde dit jaar de warmste maart ooit gemeten, wat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan het verhoogde risico op natuurbranden.

