Waarom klaart het de ene dag op en blijft de andere dag de lage bewolking toch hangen?
De zonneschijn wisselt momenteel behoorlijk van dag tot dag en van plaats tot plaats. Waar de zon eerder door de laag bewolking heen prikt, stijgt de temperatuur ’s middags net wat verder. De kaarten van zonneschijn en temperatuur weerspiegelen dit mooi. Maar waarom wisselt dat nu eigenlijk zo?Rustig hogedrukweer
Nederland bevindt zich onder de vleugels van een hogedrukgebied. Het hogedrukgebied heeft zich gevestigd boven de Noordzee, met zijn kern tussen Schotland en Noorwegen, en stimuleert een zwakke noordoosten- of oostenwind over Nederland. In de zomer had dit waarschijnlijk een langdurig zonnige periode opgeleverd, maar nu moeten we het doen met een vleugje zon.
Lange nachten en zwakkere zon
Hoe dichter we bij 21 december komen, hoe korter de daglengte en hoe langer de nachten. De zonnestand is lager, waardoor de zon het aardoppervlak minder verwarmt. Een koudere lucht kan minder waterdamp bevatten en raakt eerder verzadigd. De zwakkere zonnestralen kunnen de ontstane mist of lage bewolking niet makkelijk meer laten verdampen.
Mistbanken kunnen vormen doordat de onderste luchtlaag als eerste afkoelt in een rustige, heldere nacht. De temperatuur van de lucht daalt tot het dauwpunt, waar de lucht volledig verzadigd is en condensatie optreedt. Een lage windsnelheid is hiervoor belangrijk omdat luchtlagen dan niet goed mengen. Zonder die menging kan het dicht bij de grond sneller afkoelen en tegelijkertijd vormen stabiele luchtlagen daarboven een soort deksel van warmere lucht (inversie; zie ook dit artikel).
Het heeft alles met de wind te maken
Wind is belangrijk niet alleen voor het ontstaan van mist, maar ook voor het oplossen ervan. Bij een aanhoudend lage windsnelheid kan ook de bewolking of mist lang blijven hangen. Een wisselende windsnelheid boven land kan een hoop verschil maken: waait het in het westen harder dan in het oosten en staat er een wind uit het oosten, dan versnelt de wind en ontstaat een luchttekort aan de grond. Dit tekort wordt vanuit hogere luchtlagen aangevuld. Dalende lucht warmt op en droogt daarbij uit (subsidentie), waardoor bewolking in dat gebied oplost.

Dit proces was de afgelopen dagen duidelijk merkbaar. Dinsdag stond bijvoorbeeld in de kustgebieden een matige noordoostenwind van 4 tot 5 Bft, terwijl deze in het oosten zwakker was met 2-3 Bft. Waar de wind versnelde, nam geleidelijk het wolkendek af. De zon kwam vanuit het oosten steeds meer tevoorschijn.
Vandaag en morgen is dit in mindere mate aan de hand omdat de windsnelheid hoger ligt. De bewolking wordt over een groot deel van het land meer weggeblazen vanuit het oosten. Waar het wolkendek wel aanwezig is, wordt het in de loop van de dag steeds dunner. Nochtans is het geen zekerheid dat de bewolking oplost en moet rekening worden gehouden met regionale verschillen.
