Foto gemaakt door Ellen van Balderen - Rozendaal - Mistige winterochtend in het bos. Later op de dag werd het pas helder.
Foto gemaakt door Ellen van BalderenRozendaalMistige winterochtend in het bos. Later op de dag werd het pas helder.
Nu

Waarom helder weer in de winter lastig te voorspellen is

Het lijkt simpel: een hogedrukgebied zorgt voor droog en vaak zonnig weer, terwijl lagedruk meestal bewolking en neerslag brengt. In de winter gaat deze rekensom echter lang niet altijd op. Terwijl de weerkaarten zeggen dat er een hogedrukgebied boven Nederland ligt, is het weer somber en grijs. Hoe zit dit precies?

De motor van ons weer

In de zomer lijkt het weer veel beter te voorspellen dan in de winter. Dit komt omdat de omstandigheden van de atmosfeer net iets anders zijn in de zomer dan in de winter. Het begint allemaal met de motor van ons weer: de zon. In de winter is er nu eenmaal minder instraling van de zon, waardoor sommige processen net iets anders verlopen.

Waarom bewolking in de winter langer blijft hangen

Dit geldt bijvoorbeeld voor de stabiliteit van de atmosfeer. Wanneer de zon het aardoppervlak verwarmt, warmt ook de lucht vlak daarboven op en stijgt deze. Hierdoor geeft een hogedrukgebied vaak warm en zonnig weer. Echter heeft in de winter de zon niet altijd de kracht om het aardoppervlak zodanig op te warmen. Hierdoor kan bewolking en mist langer boven het aardoppervlak blijven hangen.

Koude plaklaag: een hardnekkige inversie

Op deze manier kan een inversie ontstaan. Bij een inversie loopt de temperatuur niet af met hoogte, maar deze loopt op. Koude lucht blijft hierdoor dicht bij het aardoppervlak hangen en wordt bij weinig wind nauwelijks verplaatst. Hierdoor ontstaat een hardnekkig wolkendek. Het kan op deze manier dagenlang grauw en grijs zijn, met een koude laag vlak boven het aardoppervlak. Dit wordt daarom ook wel een koude plaklaag genoemd.

Wat merk je bij een inversie?

Een koude plaklaag kan in de winter een lange tijd hetzelfde weerbeeld geven. Dit werkt als een deksel: het is lange tijd grijs, de zon is afwezig en de temperatuur tussen dag en nacht verschilt nauwelijks. Het is mistig, en als de temperatuur onder nul is ontstaat er ijzel. Ook kan de luchtkwaliteit flink verslechteren door een inversie. Dit komt omdat de lucht nauwelijks meer mengt met andere luchtlagen, waardoor de uitstoot van de stad in deze laag blijft hangen.

Kleine veranderingen maken het verschil

Niet alleen op lange termijn is het zo lastig om te zien of de zon doorbreekt of niet, ook binnen een dag is het soms lastig te zeggen of en wanneer de zon doorbreekt of niet. Mist en lage bewolking in de ochtend kunnen ervoor zorgen dat het een groot deel van de dag grijs blijft. Dunne bewolking kan zo al de zonnestraling blokkeren, doordat de zon in de winter weinig kracht heeft. Soms is een kleine verandering genoeg om alsnog de zon door te laten breken.

Modellen en werkelijkheid

Ook weermodellen laten dit probleem zien. Ze zijn sterk in grootschalige patronen, maar hebben moeite met processen dicht bij de grond. Juist mist, lage bewolking en inversies bepalen in de winter of de zon doorbreekt. Deze zijn gevoelig voor kleine verschillen in temperatuur, vocht en wind. Daardoor kunnen modeluitkomsten van run tot run verschillen en wordt soms pas op de dag zelf duidelijk of het opklaart.

Heldere dagen blijven lastig te voorspellen in de winter

Heldere winterdagen zijn dus erg lastiger te voorspellen. Zowel modellen als weerkaarten geven daarbij niet altijd het juiste beeld. Door het gebrek aan een sterke zonkracht maken minieme verschillen uit of het helder wordt of niet. Daarom blijft de voorspelling in de winter vaak voorzichtig: er is kans op zon. In de winter is de zon vaak een bonus, geen zekerheid.