Nu

“Super El Niño” overal in de krantenkoppen – maar hoe zeker is het?

De El Niño die later dit jaar zich waarschijnlijk ontwikkelt lijkt een sterke te kunnen worden. Door de media wordt dit smakelijk opgepakt en omgedoopt tot “super El Niño”. Vroege signalen zoals die van dit voorjaar trekken vaak de aandacht, maar bieden geen garantie voor een bepaalde uitkomst. Wat is er tot nu toe bekend over deze gebeurtenis, en de verwachtingen voor na de zomer?

Bronnen van onzekerheid

Modelberekeningen zo ver vooruit zijn maar tot op zekere hoogte te vertrouwen. Door meerdere factoren ontstaat onzekerheid en daardoor zijn er meerdere uitkomsten mogelijk. De kans op de verschillende uitkomsten wordt elke maand iets anders verdeeld, totdat een korte periode van tevoren duidelijk wordt welke uitkomst ‘wint’.

Verwachtingen op deze termijn, de seizoensverwachtingen, zijn per definitie minder zeker en leggen alleen het grotere plaatje vast. Details zijn niet zichtbaar, en daar zijn deze verwachtingen ook niet voor bedoeld. Het ensemble van de voorspellingen (meerdere keren uitgevoerd, steeds met andere beginwaarden) geeft een schatting van de onzekerheid over alle mogelijkheden. Dit is duidelijk te zien in de grafieken van de zeewatertemperatuur, ook wel bekend als de “Niño-pluimen”. Deze laten zien hoe verschillende voorspellingen zich in de loop van de tijd ontwikkelen.

De voorspellingen door individuele leden in het ensemble van ECMWF variëren van ongeveer 1,7°C tot 3,3°C (temperatuurafwijkingen van het zeewater in september). Dit is een aanzienlijk bereik voor de mogelijke kracht van El Niño. Een preciezere waarde kan niet betrouwbaar worden gegeven met de kennis van nu.

Verschillende modellen geven een verschillend bereik van de mogelijke kracht van El Niño later in het jaar. Door deze variatie is de voorspelling van april minder betrouwbaar.

Het ensemble van meerdere modellen geeft een groter bereik, maar ook extra spreiding. In de voorspellingen die in april werden gedaan, lopen de voorspellingen van de afwijking uiteen van 0,2°C tot 3,3°C. Een grote meerderheid is daarbij zeker van afwijkingen boven de 1°C. Er zijn twee modellen die een afwijking van 0,5°C of lager berekenen voor het einde van de zomer. Deze gegevens maken duidelijk dat er een sterke consensus is over het ontwikkelen van een El Niño in de zomerperiode, maar de schattingen van de waarschijnlijke kracht lopen erg uiteen.

Voorjaar maakt het lastiger

Naast de fundamentele onzekerheid van de seizoensverwachtingen maakt ook de tijd van het jaar uit voor de voorspelbaarheid. Het verloop van het ENSO-systeem is lastiger te voorspellen in het voorjaar. Dit wordt de “spring predictability barrier” genoemd. Het is niet duidelijk waarom voorspellingen in deze tijd van het jaar slechter zijn, maar dat ENSO doorgaans wisselt van fase in het voorjaar zou een rol kunnen spelen. Tussen mei en juni wordt het plaatje duidelijker. Wanneer de interactie tussen de oceaan en atmosfeer sterker wordt, leveren koppelingen zoals verzwakte passaatwinden het natuurkundige bewijs om de zekerheid te verhogen.

Vergelijkbare jaren bieden perspectief

De meest recente analoog vond plaats in maart en april 2023. Veel modellen voorspelden een duidelijke opwarming tegen het einde van de zomer. Uiteindelijk was de opwarming iets groter dan het gemiddelde van de voorspellingen van april.

In 2017 was de spreiding binnen het ensemble groter en was warmer zeewater later in het jaar vrij waarschijnlijk, met ook een kleine kans op normale omstandigheden. Inderdaad warmde de regio op in het midden van de zomer, maar koelde het vrij snel af tot een La Niña in de winter. De ontwikkeling hiervan lag buiten het voorspelde bereik. De werkelijkheid kan zich op onverwachte manieren ontwikkelen! Verkeerde ENSO-voorspellingen van deze omvang komen niet vaak voor, maar zijn wel mogelijk. Het sterkere signaal van 2026, dat zich nu over de Stille Oceaan verspreidt, is waarschijnlijk wel lastiger van koers te brengen dan de gebeurtenis in 2017.

De voorspellingen van april 2023 (links) en april 2017 (rechts). De rode lijnen zijn de voorspellingen van het ensemble en de blauwe lijn is het uiteindelijke verloop van het ENSO-systeem. Bron: ECMWF

Onbekend terrein door klimaatverandering

De voorspellingen van ENSO zijn nog complexer door klimaatverandering en het alsmaar warmer wordende zeewater. Sommige processen in het klimaatsysteem, zoals wolkenvorming en de interactie met aerosolen, zijn versimpeld in de modellen. Het geeft een verdere onzekerheid over de stralingsbalans en de verdeling van de temperatuur op aarde.

Ook de sterkte van El Niño of La Niña gebeurtenissen hangt af van de zeewatertemperaturen. Als de temperaturen stijgen, is het logisch dat de ENSO-waarden nu iets warmer zijn dan in het verleden. Een hogere afwijking is dan makkelijker te bereiken (meer achtergrond in dit artikel). Daarnaast kan de impact van een bepaalde afwijking verschillen van die in het verleden door verschuivende balansen in het klimaatsysteem. De andere weerpatronen als gevolg van El Niño kunnen in combinatie met de hogere temperaturen en sterkere verdamping leiden tot grotere gevolgen.

En wat is nu de conclusie?

De modellen laten dus een breed scala zien aan mogelijke uitkomsten. De uiteindelijke ontwikkeling van een sterke of zwakkere El Niño hangt af van hoe de winden in de tropische Stille Oceaan reageren op de temperatuurafwijkingen van het zeewater. Een gematigde El Niño is waarschijnlijk, en veel modellen houden rekening met een sterke variant, maar dit kan nog niet met grote zekerheid gezegd worden en is niet gegarandeerd. De kans op een zeer sterke El Niño (afwijking van meer dan +2°C) is 1 op 4.

Foto gemaakt door NOAA CPC - De balken tonen de kans op El Niño (rood), ENSO-neutraal (grijs) en La Niña (blauw) voor de komende seizoenen. De kleurschakeringen geven de kans aan op verschillende categorieën van El Niño-sterkte (zwak, matig, sterk en zeer sterk).
Foto gemaakt door NOAA CPCDe balken tonen de kans op El Niño (rood), ENSO-neutraal (grijs) en La Niña (blauw) voor de komende seizoenen. De kleurschakeringen geven de kans aan op verschillende categorieën van El Niño-sterkte (zwak, matig, sterk en zeer sterk).