Foto gemaakt door KNMI - De weerkaart van woensdag 7 januari 2026. Boven de Atlantische oceaan begint lagedrukgebied Goretti te ontstaan, die voor vrijdag veel onzekerheid geeft
Foto gemaakt door KNMIDe weerkaart van woensdag 7 januari 2026. Boven de Atlantische oceaan begint lagedrukgebied Goretti te ontstaan, die voor vrijdag veel onzekerheid geeft
Nu

Sneeuw of toch regen aanstaande vrijdag? Leer zelf hoe je weerkaarten leest

Je zal ze ongetwijfeld hebben gezien in het weerbericht: weerkaarten. Dit zijn kaarten waarop je de luchtdrukverdeling en bijbehorende hoge- en lagedrukgebieden kan zien. Ze geven dus een hoop informatie over het weer dat we kunnen verwachten in de komende dagen, en zeker nu zijn de weerkaarten enorm interessant. Vooral de kaarten voor vrijdag zijn bijzonder spannend door het overtrekken van een lagedrukgebied genaamd Goretti. Wil je zelf graag in de gaten houden hoe deze situatie zich ontwikkelt, maar heb je geen idee hoe je de kaarten moet lezen? Lees dan vooral verder!

Isobaren

Een onderdeel van weerkaarten die je altijd zal zien, zijn de zogenoemde isobaren. Dit zijn lijnen die plaatsen met dezelfde luchtdruk met elkaar verbinden. De luchtdruk in de weerkaarten staat altijd aangegeven in hectopascal, en een hoger getal geeft uiteraard een hogere luchtdruk aan. Ze bakenen dan ook de hoge- en lagedrukgebieden af. Omdat ze punten met dezelfde luchtdruk met elkaar verbinden, kunnen isobaren elkaar nooit snijden of raken en kunnen ze nooit samenlopen. 

Hoe dichter de isobaren bij elkaar liggen, hoe harder de wind waait. Maar in welke richting waait de wind? Die waait van hogedruk naar lagedruk, maar niet in een rechte lijn (zoals je wellicht zou denken). Wegens de draaiing van de aarde, volgt de wind min of meer de contouren van de isobaren, maar of dat nou met de klok mee of tegen de klok in gebeurt, dat wordt bepaald door de ligging van hoge- en lagedrukgebieden. 

Hoge- en lagedrukgebieden

Hogedrukgebieden zijn regio’s waarin de luchtdruk hoger is dan in de omgeving. Het centrum ervan wordt op de kaart aangegeven met de hoofdletter H. Binnen hogedrukgebieden beweegt de lucht van hoger in de atmosfeer richting het aardoppervlak, waardoor de lucht vrij droog is en er geen neerslag ontstaat. In de zomer zijn hogedrukgebieden dan ook brengers van een hoop zonneschijn, wat ook geldt voor de winter. In de winter is er daarbij ook kans op hardnekkige mist onder invloed van hogedruk. De wind waait bij een hogedrukgebied met de klok mee op ons halfrond, terwijl dit ten zuiden van de evenaar tegen de klok in gebeurt.

Lagedrukgebieden zijn het tegenovergestelde van hogedrukgebieden. Dat wil zeggen: regio’s waarin de luchtdruk lager is dan in de omgeving. De kern van een lagedrukgebied wordt op de weerkaart aangegeven met de hoofdletter L. In een lagedrukgebied stijgt de lucht juist op vanaf het aardoppervlak. Vochtige lucht koelt dan uiteindelijk af, waardoor het vocht condenseert en er bewolking en neerslag ontstaan. Lagedrukgebieden zijn dan ook vaak brengers van slecht weer. Op het noordelijk halfrond waait de wind tegen de klok in rond een lagedrukgebied, terwijl die met de klok mee waait op het zuidelijk halfrond. Rondom lagedrukgebieden komen ook fronten voor.

Fronten

Een front is de grens tussen een warme en een koude luchtmassa. Er bestaan dan ook drie typen fronten: een warmtefront, een koufront en een occlusiefront. Bij een warmtefront wordt koude lucht verdreven door warme lucht. Warme lucht is lichter dan koude lucht en stijgt dan op, maar wel geleidelijk. Er kan dan wel neerslag ontstaan, maar dan meer in de vorm van motregen of lichte regen. Op de weerkaart kan je een warmtefront herkennen aan een rode lijn met halve bolletjes daaraan vast, die in de richting wijzen waarop het warmtefront zich beweegt.

Bij een koufront wordt juist de warme lucht verdreven door koude lucht. De warme lucht stijgt dan sneller op dan bij een warmtefront, met als gevolg dat de neerslag intensiever en meer buiig van karakter is. Een koufront kan je op de kaart herkennen als een blauwe lijn met driehoekjes daaraan vast, en die driehoekjes wijzen ook in de bewegingsrichting van het koufront.

Er is een subtiele stijging van warme lucht bij een warmtefront, met als gevolg lichte neerslag. Bij een koufront ontstaat intensievere neerslag door een abruptere stijging van warme lucht (bron: NOAA)

Tenslotte bestaan er ook occlusiefronten, gebieden waarbij het warmtefront wordt ingehaald door het koufront. Hierdoor wordt de warmtesector aan de grond (het gebied van een lagedrukgebied met relatief zachte lucht) alsmaar kleiner, omdat de warme lucht wordt gedwongen op te stijgen door de koude lucht. Op een gegeven moment is de warmtesector dan ook geheel verdwenen. Een occlusiefront kan je op de weerkaart herkennen als een paarse lijn met daaraan vast afwisselend halve cirkels en driehoeken, die allemaal in de bewegingsrichting van het front wijzen.

Vrijdag: lagedrukgebied Goretti trekt over

Met deze kennis kunnen we een blik werpen op wat ons aanstaande vrijdag te wachten staat. Voor die dag zijn de kaarten immers enorm interessant. Het lagedrukgebied met de naam Goretti trekt die dag namelijk over de Benelux en de positie ervan is allesbepalend voor het weer in ons land, maar we weten de exacte koers van Goretti nog niet. Ten noorden van het lagedrukgebied wordt koude lucht aangevoerd uit oostelijke richtingen en neerslag zal dan vallen als sneeuw. Ten zuiden van het lagedrukgebied komt juist zachtere lucht uit het westen voor en neerslag zal dan voornamelijk vallen als regen. 

Zoals het er nu voor staat, trekt Goretti over het midden van Nederland. Dat betekent dat tot nu toe het noorden de meeste kans maakt op sneeuw en het zuiden de meeste kans op regen, maar dit is nog lang niet zeker. Een verschuiving van ongeveer honderd kilometer in de baan van het lagedrukgebied kan ervoor zorgen dat het weer er totaal anders uit ziet. Het is dan ook nog lang geen gelopen race voor de sneeuwval die ons land al bijna een week in zijn greep heeft.