Nu

La Niña loopt ten einde, wat betekent dat voor de lente?

Het relatief koude zeewater in de tropische Stille Oceaan is langzaam aan het opwarmen. De huidige La Niña komt in het voorjaar ten einde en wordt opgevolgd door een vrij snelle omslag naar El Niño. Hoewel de invloed van dit systeem op Europa niet zo groot is als op de continenten direct gelegen aan de Stille Oceaan, kunnen bepaalde trends zich voordoen.

Aan de hand van patronen in voorgaande jaren kunnen we vooruitkijken naar wat op grote schaal de gevolgen zullen zijn van veranderingen in de tropische Stille Oceaan. De oceaan en de atmosfeer werken samen als één groot systeem. De één beïnvloedt de ander en, met wat vertraging, komt dat over de hele aarde tot uiting.

Omslag vanaf de zomer

Modelberekeningen voor het ENSO-systeem komen richting de zomer met een duidelijk signaal voor El Niño. In januari werd dit al duidelijk en gaf het Climate Prediction Center van NOAA een kans van 50% dat El Niño zich zou ontwikkelen in de zomermaanden juli t/m augustus. Deze verwachting wordt steeds beter naarmate we dichter bij het omslagpunt komen. Nu één maand later lijkt de ontwikkeling wat trager te gaan verlopen en neemt de kans op El Niño pas tegen het einde van de zomer aanzienlijk toe.

Het zeewater is nu nog kouder dan normaal (beneden de blauwe stippellijn), maar warmt snel op tot El Niño-waarden (boven de rode stippellijn). Bron: NOAA CPC

In het voorjaar en het overgrote deel van de zomer overheersen voor een korte periode neutrale omstandigheden, wat betekent dat het water in de tropische Stille Oceaan niet bijzonder warm of koud is. Deze temperatuurafwijkingen beïnvloeden de lucht direct boven de oceaan, welke ook opwarmt of afkoelt. Daarnaast zorgen de oceaanstromingen voor veranderingen in de windrichting. (Meer uitleg over wat El Niño eigenlijk is lees je in dit artikel: Recordhoogte oceaantemperaturen en El Niño)

Uiteindelijk wordt de lucht over een groter oppervlak verspreidt en reageert de gehele atmosfeer erop. Iets dat zich ruim twaalfduizend kilometer verderop afspeelt, kan daarom leiden tot weerpatronen die in Europa een bepaalde vorm aannemen.

Lagedruk en kouder

In de meetgeschiedenis zijn er enkele jaren die een vergelijkbare omslag lieten zien van de koude fase naar de warme fase. Dit gebeurde voor het laatst in 2023 en daarvoor in onder meer 2009 en 1997. Door naar een combinatie van historische jaren te kijken, kan het gemiddelde beeld ons iets vertellen over het grotere plaatje in het komende seizoen.

De drukverdeling in snelle La Niña-El Niño overgangsjaren toont de voorkeur van lagedruk boven Europa. In het zuidwesten zien we een hoge luchtdruk (het bekende Azorenhoog), evenals in het noorden.

De temperatuurkaart reflecteert deze luchtverdeling. Met hogedruk in het noorden is de stroming vaak meer noord-zuid gericht en kan koude lucht zuidelijker komen. De temperatuurafwijking is dan ook vooral negatief, wat wil zeggen dat het vaak kouder dan normaal is. Het koude signaal wordt waarschijnlijk wel versterkt door jaren in de vorige eeuw die kouder waren dan het gemiddelde van 1991-2020.

In jaren dat La Niña binnen korte tijd omsloeg naar El Niño, was het vaak kouder dan normaal. Wel was een deel van deze jaren sowieso kouder dan nu, dus is het niet één op één te vergelijken. Bron: Severe Weather EU

Verwachtingen op de lange termijn

Met televerbindingen zoals El Niño– patronen in het klimaatsysteem waarbij weersomstandigheden op grote afstand van elkaar afhangen – worden weersverwachtingen opgesteld voor de langere termijn. Dit zijn berekeningen voor de komende weken tot maanden waarbij vooral wordt gekeken naar of het natter, warmer, koeler of droger dan normaal zal zijn.

Meerdere weermodellen doen dit soort maandelijkse berekeningen en dat wordt door het Copernicus Climate Change Service samengevat in één figuur. De kaart van de luchtdruk toont inderdaad een negatieve afwijking in Noordwest-Europa in maart, maar voor april en mei is er geen duidelijk afwijkend signaal. Voor elke lentemaand is de kans groot dat het warmer dan normaal wordt. In maart is het daarnaast waarschijnlijk ook natter dan normaal in het noordwesten van Europa en droger dan normaal in het zuidoosten. De seizoensvoorspellingen van losse modellen tonen veel overeenkomsten met de analyse van historisch vergelijkbare jaren wat betreft ENSO.

Afwijkingen in de luchtdruk (links) en neerslag (rechts) voor de maand maart. De lage luchtdruk komt overeen met meer vochtige lucht in het noordwesten. Bron: Copernicus C3S

Foto gemaakt door Severe Weather EU - In de jaren dat La Niña snel overging in El Niño was er vaak een lage luchtdruk boven Noordwest-Europa, wat meer neerslag oplevert.
Foto gemaakt door Severe Weather EUIn de jaren dat La Niña snel overging in El Niño was er vaak een lage luchtdruk boven Noordwest-Europa, wat meer neerslag oplevert.