Kwik vloeit frivool uit richting 20 graden medio komende week, maar klassieke maartkoude ligt alweer op de loer.
De merkwaardige ‘winter van het noorden’ die te de Bilt trouwens als zeer zacht de boeken ingaat straks op 1 maart, krijgt nog een bijna voorzomerse apotheose medio deze week. In een diepe zuidelijke stroming kan het kwik in de thermometerbuizen dan namelijk uitvloeien richting 20 graden. Een tamelijk korte warmteopstoot uit Zuid-Europa van ten hoogste 72 uur valt namelijk te verwachten. Mogelijk wordt het vrijwel record warm met topmaxima tegen de 20 graden.Het landelijk warmste KNMI meetpunt was Arcen bij Venlo met afgerond 21 graden op 27 februari 2019. De Bilt geraakte toen bijna aan de 19 graden in die laatste sprokkelfase.
Wel vaker extreem zacht eind februari
Bijzonder zijn dit soort thermische huzarenstukjes zeker, maar niet uitzonderlijk. Ook in 1989 en 1990 al werden dit soort waarden opgetekend in Zuid-Nederland, dus voor diegene die ogenblikkelijk denkt dat de ‘opwarming’ hier wel weer debet aan zou zijn..
Prognoses voor de middellange termijn geven thans aan dat het veel te zachte temperatuurregime kan aanhouden tot in de eerste week van maart.
'Noorderkou' komt zeker terug in maart
Geheel los van het concreet tentoonspreiden van de opvallend hoge temperaturen op de momentane weerkaarten, durf ik te zeggen dat de ‘noorderkou’ in maart ontegenzeggelijk nog een keer zuidwaarts komt. Wellicht zelfs in twee aparte golven.
De noordelijke Lage Landen en Scandinavië hebben in tegenstelling tot het net genoemde milde de Bilt, een zeer koude winter in huis. Er ligt in zo’n beetje de koudste winter van de eeuw nog veel sneeuw en de zeeën rondom Scandinavië zijn goeddeels bevroren. Het ontdooien van die ijsvlakten zal zeker een week of vier beslaan onder vrij normale weersomstandigheden.
Koude aanvoer uit Noord-Europa
Mocht de wind enige tijd uit het noorden of noordoosten gaan komen, geraakt de koude aanvoer uit Noord-Europa snel zuidwaarts richting Benelux. We zagen ronduit winterse maartfases ook standaard optreden na de koude winters van vroeger. Ik noem 1982, 1985, 1986, 1987, 1991 en 1996. In 2013 was het vanaf medio maart zelfs steenkoud met strenge vorst en sneeuwstormen tot boven Normandië, inclusief metershoge duinen.
Weermodellerie etaleert kou op termijn
Voorzichtig tenderen sommige weermodellen alweer naar een kouder regime tegen 10 maart. In de afbeelding voor 9 maart zien we dat de 'blauwe' bovenluchtkou alweer tot bij Nederland geraakt in een schets van bijna -10 graden op 1500 meter hoogte.

Specifiek noem ik nog even de zeer opmerkelijke winterkoude uit maart 1987 die vooral Noord-Nederland de eerste helft van de maand in z’n greep hield. Na al een extreem koude fase in januari met op de veertiende -13 graden als maximumwaarde regionaal, sloeg de winter begin maart opnieuw toe met zeldzaam zware - en langdurige ijzelperikelen.
Felle koudegolf maart 1987 inclusief ijzel'ramp'
Er vormde zich een unieke laag ijs van wel 5 centimeter in Noord-Drenthe en Groningen die zeer uitgebreide schade gaf aan het bomenbestand. De indirecte Scandinavische kou was buitengewoon hardnekkig en ondanks verwachtingen van het KNMI die iedere dag opnieuw weer verzachting aangaven, bleef het gewoon twee weken ijskoud in Noord-Nederland.

