Januari opvallend kouder dan normaal in Noord-Europa
Het jaar begon erg koud op het noordelijk halfrond. Veel gebieden kregen te maken met uitbraken van koude, polaire lucht dat zich tot ver over de continenten uitstortte. In Noord-Europa staan de winters nu niet bekend om hun milde karakter, maar de temperaturen waar het nu mee te maken kreeg, waren zelfs voor deze gebieden uitzonderlijk laag.Zeldzaam koude januari
Bijna de hele maand januari verliep in het noorden en oosten van Europa een stuk kouder dan normaal, met uitzondering van een korte onderbreking halverwege de maand. In Lapland werden meerdere kouderecords verbroken. De temperaturen in Lapland bleven meerdere dagen achter elkaar onder de -30°C.
Ter hoogte van de Finse grens was het één van de koudste januarimaanden ooit gemeten. In Pajala, een dorp in het noorden van Zweden, werd het kouderecord van -21,8°C uit 1987 overtroffen. De normale* gemiddelde temperatuur in januari is -er 12,6°C.
In het nog noordelijker gelegen dorp Karesuando was het de koudste januari sinds 1893, met een gemiddelde temperatuur van -22,4°C tegen normaal -13,7°C. Ruim 8 graden kouder dan gemiddeld! In Nederland was het in dezelfde periode tussen de -2 en -0,2 graden kouder dan normaal. In Noorwegen was het voor het eerst in 16 jaar weer zo koud. In januari was het daar gemiddeld 4,4°C kouder dan normaal, een afwijking die voor het laatst in 2010 gemeten werd.
* normaal wordt genomen als het langjarig gemiddelde van de periode 1991-2020
Van droogterecord naar extreem nat
Naast koud is het in Noord-Europa ook erg droog geweest. Het westen van IJsland zag een stuk minder neerslag dan gebruikelijk in deze tijd van het jaar, met metingen van maar enkele millimeters op diverse weerstations. In Reykjavík was het met slechts 26,5 mm neerslag de droogste januari sinds 1936.

In het noorden van Europa viel erg weinig neerslag in januari, maar in het zuiden zijn er problemen door de eindeloze regenbuien. Bron: Climate Reanalyzer
Het aanhoudende weerpatroon met een erg zuidelijk gelegen straalstroom heeft zijn stempel gedrukt op de verdeling van neerslag, want verder naar het zuiden was het juist erg nat. In Reading in het zuidoosten van Engeland heeft het tot en met 5 februari voor 25 dagen achter elkaar geregend - de langste ononderbroken regenperiode ooit gemeten bij het atmosferisch observatorium van de universiteit. Het was er de op vier na natste januari in bijna 120 jaar. In één maand viel al meer dan een kwart van de totale neerslag van vorig jaar.
Grote verschillen tussen oost en west
Het contrast tussen noordoost en zuidwest dat wekenlang aanhield in Nederland was ook op grote schaal te zien. De scheidingslijn tussen extreem koude lucht en zachtere lucht vormde een scherp contrast op de temperatuurkaart. In West-Europa waren veel gebieden relatief mild, maar in Centraal- en Oost-Europa kwam het regelmatig tot (zeer) strenge vorst. De scheiding liep tegen het einde van de periode ergens door Duitsland.

Het verschil tussen het noordoosten en zuidwesten van Europa was groot op veel januaridagen. De grens van vorst lag vaak ter hoogte van Duitsland en Noordoost-Nederland. Bron: Ventusky
Noordpool juist warm
Op de kaart met de afwijkingen is ook te zien dat de noordpool zelf, het brongebied van de kou, behoorlijk aan de warme kant is. Een groot hogedrukgebied boven het poolgebied zorgt voor hogere temperaturen binnen de poolcirkel, maar duwt polaire kou naar het zuiden. De extreme kou blijft zo niet geïsoleerd in het uiterste noorden, maar bevindt zich in een band daar omheen.
Een verklaring hiervoor is de poolwervel in de stratosfeer, die deze winter op meerdere momenten verstoord raakte. Zulke verstoringen doen iets met de drukverdeling en dat heeft vaak invloed op de lagere atmosfeer. Nochtans wordt er deze winter door meteorologen onderling veel gediscussieerd over de connectie met de poolwervel; het blijft een ingewikkeld verhaal dat geen eenduidige conclusie heeft.

