Het kouderecord tikt 84 jaar aan: hoe kon het ooit 27 graden vriezen in Nederland?
De koudste nacht ooit gemeten in Nederland is inmiddels alweer 84 jaar geleden. Op 27 januari 1942 daalde het kwik in het Gelderse Winterswijk tot een onvoorstelbare waarde van -27,4 ℃! Deze recordwaarde kon destijds gehaald worden, omdat alle omstandigheden perfect samenkwamen: vlak voor de kou was er een flink sneeuwdek tot wel dertig centimeter dik gevormd, waarna de nacht helder verliep in een zeer koude luchtsoort en de wind volledig wegviel. Hoe deze omstandigheden de perfecte cocktail vormen voor een extreem koude nacht, lees je in dit artikel!Energiebalans van de aarde
Allereerst is het belangrijk om te weten waar de warmte op aarde precies vandaan komt. De bron van alle warmte is bij iedereen wel bekend: de zon. Overdag zendt die kortgolvige zonnestraling richting het aardoppervlak. Deze straling wordt opgenomen door het aardoppervlak en deels omgezet in langgolvige, infrarode straling. Dit voelen wij als warmte. De bodem straalt deze warmte weer uit, met als gevolg dat de luchtlagen boven de bodem steeds verder opwarmen.

De stralingsbalans van de aarde. De gele pijlen laten zien waar zonnestraling naartoe gaat, de oranje pijlen laten zien waar straling vanaf het aardoppervlak terechtkomt (bron: NASA)
Na zonsondergang valt de inkomende zonnestraling logischerwijs weg, maar het aardoppervlak straalt nog steeds warmte uit. Hierdoor ontstaat er een tekort aan straling, waardoor de bodem langzaam afkoelt. Veel van deze warmte ontsnapt via het atmosferische venster, een golflengtegebied waarin langgolvige straling niet wordt opgenomen door de atmosfeer, maar rechtstreeks naar de ruimte ontsnapt. Hierdoor koelt het aardoppervlak steeds verder af gedurende de nacht en verlopen nachten vrijwel altijd kouder dan dagen, zowel ‘s zomers als ‘s winters.
De grootte van dit atmosferisch venster, oftewel de mate van afkoeling gedurende de nacht, wordt bepaald door de hoeveelheid bewolking tijdens de nacht. De wolken nemen namelijk de langgolvige straling op en zenden die weer uit richting het oppervlak, wat de afkoeling in de nacht beperkt. De grootte van het atmosferisch venster is dus het meest belangrijk voor afkoeling gedurende de nacht en vormt hiervan de basis, maar er zijn nog een paar andere factoren die deze afkoeling kunnen versterken.
Het belang van de wind
Om het nog kouder te maken in de nacht, is het belangrijk dat er weinig wind staat. De wind waait namelijk over het ruwe aardoppervlak, waar obstakels zoals bomen, gebouwen en hoogteverschillen zorgen voor wervelingen die tot hoger in de atmosfeer te voelen zijn. Hoe harder de wind waait, hoe groter deze wervelingen worden en hoe hoger ze in de atmosfeer reiken.
Deze wervelingen mixen de lucht van grotere hoogte en die aan de bodem met elkaar, wat in de nacht inhoudt dat de afgekoelde lucht aan het aardoppervlak mengt met de warmere lucht hoger in de atmosfeer. Hierdoor wordt de afkoeling aan het oppervlak gedempt. Om een hele koude nacht te krijgen is het dus van belang dat de wind zo zwak mogelijk is, zodat de wervelingen niet groot kunnen worden en de lucht niet makkelijk met elkaar mengt.
Het effect van sneeuw
Tot slot kan de aanwezigheid van een sneeuwlaag het kwik tot bizar lage waarden brengen. Dit gebeurt op twee manieren. Allereerst weerkaatst het witte sneeuwdek overdag enorm veel zonlicht, waardoor veel zonnestraling de bodem niet meer kan bereiken. Deze straling gaat dan weer terug naar de ruimte en wordt niet omgezet in warmte.
Bovendien werkt een sneeuwdek als een soort deken. Sneeuw bestaat namelijk uit allemaal kleine kristallen die niet heel lekker op elkaar aansluiten. Het sneeuwdek dat wij zien bestaat dan ook niet alleen uit kleine kristallen, maar ook uit lucht die tussen de kristallen in zit. De lucht tussen deze kristallen kan de warmte niet makkelijk overbrengen en houdt de warmte goed vast. De warmte blijft dus gevangen tussen de kristallen. Hierbij geldt ook dat hoe dikker het sneeuwdek is, hoe sterker de isolerende werking van sneeuw is door de grotere hoeveelheid lucht in het sneeuwdek.
De combinatie van heldere nachten, weinig wind en de aanwezigheid van een sneeuwdek was dus de oorzaak van de koudste nacht ooit gemeten in Nederland en is zeer zeldzaam voor ons kikkerlandje, maar is na 1942 af en toe nog wel de boosdoener geweest van zeer koude nachten. De laatste keer dat een extreem koude nacht voorkwam door deze ijskoude cocktail was op 4 februari 2012, toen het kwik daalde tot -23 ℃. Zeker met het oog op een opwarmende aarde zullen dit soort temperaturen in de nabije toekomst nog zeldzamer worden, maar een ding blijft zeker: mocht deze combinatie nog een keer voorkomen, dan zal de nacht hoe dan ook heel koud verlopen.
