Het koudegetal; doet het recht aan de winterbeleving?
Hoe streng de winter is, wordt uitgedrukt met het koudegetal. Dit getal is een vorm van statistiek in de meteorologie dat gebruikt wordt om winters door de jaren heen met elkaar te vergelijken. Puur statistisch is het een handig hulpmiddel, maar gevoelsmatig slaat het soms de plank mis. Hoe verhoudt het koudegetal deze winter met het wintergevoel?Berekening van het koudegetal
Het koudegetal, ook wel Hellmanngetal, is een puntsgewijs systeem. Voor elke 24 uur dat de temperatuur op een weerstation gemiddeld onder de 0°C ligt, worden er punten aan de winter toegekend. Het puntenaantal is gelijk aan de gemiddelde temperatuur zonder het minteken. De optelsom van al deze koude dagen tussen 1 november en 31 maart wordt het koudegetal genoemd.
Als voorbeeld nemen we 10 januari 2026. In De Bilt was het gemiddeld -2,6°C (maximaal -1,4°C en minimaal -6,2°C) en werden er 2,6 punten bij de som opgeteld. In Deelen was het met gemiddeld -3,4°C nog een stukje kouder en steeg het koudegetal van dat station met 3,4 punten. Zo zegt het getal iets over de hoeveelheid vorst dat heeft opgetreden.

Vervolgens wordt de optelsom geclassificeerd van een strenge tot buitengewoon zachte winter. Een strenge winter met een Hellmanngetal hoger dan 300 is heel zeldzaam en is sinds het begin van de metingen slechts drie keer voorgekomen (in 1942, 1947 en 1963). Een zachte winter heeft een Hellmanngetal lager dan 40; ongeveer de helft van de Nederlandse winters vallen in deze categorie. Buitengewoon zachte winters met een Hellmanngetal van onder de 10 waren onder andere 2022 en 2025.
De score tot nu
Met de verdeeldheid in temperaturen de afgelopen weken is het geen verrassing dat het koudegetal binnen Nederland aardig wisselt. Tot en met 2 februari behaalde het noordoosten een koudegetal tussen de 30 en 40, maar het zuiden kreeg een schamele 5 punten toegekend. Weerstation Nieuw-Beerta staat aan de top met op dit moment 46,4 punten. In Vlissingen blijft het koudegetal steken op 2,1.
Volgens de Hellmann-score zou de winter in het noordoosten nu ‘normaal’ scoren en in het midden tot oosten ‘zacht’. Toch hebben we twee opvallend winterse perioden achter de rug, waar de afgelopen winters alleen van konden dromen. In Nieuw-Beerta was januari bijna 2 graden kouder dan normaal en komt de gemiddelde temperatuur van de eerste februariweek uit op -2,2°C. Maar ook in Vlissingen was januari kouder dan het langjarig gemiddelde. Het winterse gevoel dat de afgelopen periode opriep, lijkt niet te rijmen met het koudegetal.

Het Hellmann-koudegetal in de periode 1 november 2025 t/m 2 februari 2026. Op dit moment hebben de meeste stations een iets hogere score. Bron: weerwoord.be
Winterbeleving is positief
Hoewel het koudegetal dus geen spectaculaire waarden laat zien, is de winterbeleving onder weerliefhebbers over het algemeen positief. Wel werd dit wintergevoel sterk bepaald door waar men zich regionaal bevond. Er zijn de nodige teleurstellingen geweest en verlangens naar een zuidelijker gelegen wintergrens, maar de week van sneeuw en het ijzige noordoosten riepen ook herinneringen op aan vergelijkbare koude periodes in de winters van 2010 en 1979. Die jaren hadden een koudegetal van respectievelijk 94,7 en 205,7; nauwelijks vergelijkbaar met de score van nu.
Het wintergevoel is dus sterker dan de cijfers doen vermoeden. Aaneengesloten vorstdagen, ijsvorming, een sneeuwdek en een droge oostenwind zijn meer bepalend voor de beleving dan de pure cijfers. Ondanks het bijna volledig ontbreken van extreme kou wordt de winter als koud en vol met winterse perikelen ervaren. De verschillende winterse fases – een zonnige, koude kerstperiode, veel sneeuwval begin januari en later aanhoudende vorst en ijzel in het noordoosten – zorgen voor veel winterse indrukken. Bijvoorbeeld door temperaturen dik onder nul en een krachtige wind van 5 Bft daalde de gevoelstemperatuur in de nacht naar 3 februari naar -15 graden, niet niks voor een winter in dit decennium!

