Het Atlantische orkaanseizoen is nog opvallend rustig
Zelfs zo rustig, dat de verwachtingen voor het 2026 seizoen naar beneden zijn bijgesteld. De rest van het orkaanseizoen in het Atlantische gebied, welke loopt van 1 juni tot en met 30 november, verloopt zeer waarschijnlijk met minder activiteit dan een gemiddeld seizoen.Update van de verwachtingen
De Amerikaanse weerdienst geeft elk jaar in mei de verwachtingen uit voor het volledige orkaanseizoen en vervolgens een update aan het begin van augustus voor de tweede helft, waarin de orkaanactiviteit doorgaans het hoogst is.
De eerste verwachting bestond uit 8 tot 14 genaamde stormen, waarvan 3 tot 6 orkanen en 1 tot 3 zware orkanen. Het aantal genaamde stormen is nu bijgesteld naar 7 tot 13 en het aantal orkanen naar 2 tot 6. Er wordt dus ten minste één tropische storm minder verwacht. Een gemiddeld seizoen heeft 14 genaamde stormen en 7 orkanen.
Nog geen enkele orkaan
Tot en met vandaag zijn er drie genaamde tropische stormen geweest in het Atlantische gebied, waarvan twee slechts één dag bestonden. Wel leidde storm Arthur tot veel schade door extreme regenval en tornado-uitbraken. Tropische storm Bertha had een levensduur van een week en trok langs de kust van Louisiana waar het overstromingen veroorzaakte. Er vormden tot op heden geen orkanen – vaak ontstaat de eerste in augustus.
Tegenovergesteld beeld in de Stille Oceaan
Aan de andere kant van het Amerikaanse continent is de situatie heel anders. In de Stille Oceaan zijn er tot nu toe 9 stormsystemen geweest, waarvan 3 orkanen. Orkaan Genevieve volgde eind juli een snelle intensivering tot categorie-5 orkaan, maar de impact bleef beperkt doordat het een koers over open water volgde. Orkaan Lala trok afgelopen weekend langs Hawaii en heeft daar ongetwijfeld de nodige schade veroorzaakt.
Verklaring ligt bij El Niño
De verwachtingen van stormactiviteit worden opgesteld met behulp van grootschalige circulatiepatronen die een relatie hebben met de ontwikkeling van tropische stormsystemen. El Niño en La Niña zijn voorbeelden van omgevingsfactoren die orkaanvorming kunnen bevorderen of juist remmen.
Tijdens een El Niño is de tropische stormactiviteit in de oostelijke en centrale delen van de Stille Oceaan groter. Het warmere oceaanwater leidt tot meer opstijgende warme en vochtige luchtpakketjes, wat meer energie geeft aan stormen. Aan de andere kant zijn de atmosferische omstandigheden in het Atlantische bekken ongunstig tijdens El Niño. Er is vaak een grotere verticale windschering, waardoor onweersbuien lastiger zich organiseren tot een tropische storm. In een rustige atmosfeer met weinig windschering kunnen de wolken zich makkelijker samenpakken en om hun as gaan draaien.
Het hoogtepunt van het orkaanseizoen nadert en er kan nog veel gebeuren. September is vaak een drukke maand op het gebied van tropische stormontwikkeling. Het is daarom interessant om te volgen hoe beperkend de versterkende El Niño gaat zijn. Dan is het in ieder geval érgens goed voor.

