Nu

Eeuwenoude dennenbomen laten zien dat extreme droogte en regen steeds vaker voorkomt in Spanje

Om te begrijpen hoe het klimaat zich over lange tijd gedraagt, gebruiken wetenschappers metingen van het weer. Maar wie verder terug wil kijken dan grofweg 1900, loopt al snel tegen het probleem aan dat oudere metingen schaarser zijn vanwege het ontbreken van betrouwbare meetinstrumenten. Toch hebben onderzoekers in Spanje een verrassend ‘weerarchief’ gevonden dat wél eeuwen teruggaat: dennenbomen.

Door jaarringen van eeuwenoude dennen te analyseren, konden zij reconstrueren hoe nat of droog het in het oosten van Spanje was over de afgelopen 520 jaar. En de uitkomst is opvallend: de laatste decennia springen eruit, met vaker grotere uitschieters naar zowel natte perioden met extreme neerslag als jaren met langdurige droogte. Dat past in het bredere beeld dat een warmer klimaat de kans op weersextremen kan vergroten.

Hoe kun je aan bomen zien hoeveel het regende?

Het klinkt misschien gek dat bomen als ‘weerstation’ zijn ingezet, maar jaarringen zijn hiervoor heel nuttig. Elk jaar groeit in een boom een nieuwe ring aan. In gunstige omstandigheden groeit een boom sneller en ontstaat er een bredere ring, terwijl in ongunstige omstandigheden de groei langzamer gaat en een ring smaller blijft.

Lastig hierbij is dat de groei niet alleen afhankelijk is van regen. Maar in bepaalde gebieden is de beschikbaarheid van water de belangrijkste beperkende factor. Juist dan zijn jaarringen een bruikbare aanwijzing voor hoe nat of droog een jaar was. In het oosten van Spanje onderzochten wetenschappers hooggelegen dennen die heel gevoelig zijn voor neerslagverschillen. Sommige bomen in het gebied bleken al sinds het jaar 1503 te groeien.

Door veel bomen te bekijken en hun ringen te vergelijken, kun je bovendien ruis verminderen. Een enkele boom kan een slecht jaar hebben door lokale omstandigheden, maar als veel bomen in de regio hetzelfde patroon laten zien, wordt het signaal betrouwbaarder.

Wat laat die 520-jarige reeks zien?

De reconstructie laat zien dat natte en droge perioden elkaar door de eeuwen heen altijd hebben afgewisseld. Extremen zijn dus niet nieuw. Wat wél opvalt, is dat de afgelopen paar decennia bijzonder zijn. Uitschieters naar zowel extreem nat als droog, komen in de recente periode vaker en heviger voor dan je op basis van de lange geschiedenis zou verwachten.

Een recent voorbeeld is de extreme regenval die eind 2024 in Spanje voor de nodige schade heeft gezorgd. Maar ook langdurige droogte in het Middellands Zeegebied is de laatste jaren geen uitzondering.

Het jaarringenonderzoek laat zien dat deze extreme mate van droogte en nattigheid die we nu met enige regelmaat zien, de afgelopen vijf eeuwen nauwelijks tot zelfs helemaal niet voorkwam. Het lijkt er dus op dat het klimaat in het Middellands Zeegebied niet droger of natter wordt, maar juist wispelturiger met tegengestelde extremen.

Waarom zijn die extremen zo belangrijk?

Dit onderzoek bevestigt wederom de kennis dat weerextremen een stuk eerder en sneller veranderen dan het gemiddelde, terwijl juist de extremen meer gevolgen hebben voor mens en natuur. Hoosbuien kunnen zorgen voor overstromingen, terwijl langdurige droogte zorgt voor minder oogst en grotere kans op bosbranden.

Het Middellandse Zeegebied is bovendien extra kwetsbaar omdat het op de grens ligt van klimaatregimes: grofweg de overgang tussen gematigd en droog. Kleine verschuivingen kunnen daardoor relatief snel grote gevolgen hebben voor neerslag en verdamping.

Wat moeten we hiermee?

De onderzoekers benadrukken dat lange reeksen zoals deze helpen om hedendaagse veranderingen beter te plaatsen: is iets altijd al variabel geweest of verandert er daadwerkelijk iets? Dit jaarringenonderzoek laat zien dat recente extremen inderdaad uitzonderlijk zijn en dat het daarom verstandig is om na te denken over hoe je met klimaatverandering omgaat met waterbeheer, landbouw en rampenbestrijding.

Zo vertellen de eeuwenoude wijze dennen niet alleen iets over het verleden, maar geven ze ook een waarschuwing af: in een opwarmend klimaat worden natte en droge periodes heviger en komen ze vaker voor.