Eerst nog onstabiele polaire lucht, daarna warmer op de langere termijn
Na een warm weekend komt er weer een ‘dipje’ in het lenteweer. De aanvoer van koude, onstabiele polaire lucht geeft een tijdje lagere temperaturen en meer neerslag. De komende twee weken staan in het teken van deze inval van koelere lucht, met daarna vooruitzichten op een warmere episode.Koude lucht uit het noorden
Een lagedrukgebied vormt zondag in de loop van de dag boven Scandinavië. De wisselwerking met lagedruk bij de Noordpool brengt polaire lucht naar de lagere breedtegraden. De koude lucht zakt zondagnacht van Denemarken tot aan Nederland en de Britse Eilanden. Daarna breidt het zich verder uit over Oost-Europa. Donderdag volgt een tweede golf met polaire lucht, waardoor de temperatuur nog een paar dagen langer gedrukt wordt.
Aanhoudend wisselvallig
Maandag haalt de temperatuur slechts waarden die normaal zijn voor eind maart en wordt het maximaal 11 graden. De overgang na een weekend met temperaturen van rond de 20 graden is groot. Van dinsdag tot en met vrijdag is het zo’n 12 tot 14 graden.
Het lagedrukgebied dat over Europa trekt gaat ook gepaard met de nodige regen. In de meest recente berekeningen ligt Nederland aan het begin van de week net aan de rand van het gebied dat de meeste neerslag ziet. Maandag en dinsdag is het nog relatief droog, maar van woensdag tot en met vrijdag trekken er meerdere buien over het land.
Onzeker gevolg met normale temperaturen
Zaterdag is de meeste koude lucht het land uit en begint de temperatuur weer met stijgen. Toch lijkt ook in het weekend het niet helemaal droog te blijven. De modeluitvoer is echter wat onzeker en wisselt nog veel met de neerslagsommen. In het grootschalige plaatje komt een zijtak van het Azoren hogedrukgebied aankomend weekend om de hoek kijken en daardoor zouden de neerslagkansen afnemen.
In de week van 18 mei komt Nederland op de grens te liggen van een hogedrukgebied boven Denemarken en een lagedrukgebied boven Frankrijk. De posities van deze drukgebieden zijn bepalend voor de windrichting en het weerbeeld, dus elke verandering kan tot net een verschillende uitkomst leiden. Al met al ziet het er naar uit dat de neerslagkansen laag zijn en de temperatuur rond de normale waarden voor mei ligt.
Het plafond van 20 graden wordt met moeite doorbroken dit jaar. Gemiddeld valt de eerste officiële zomerse dag op 14 mei (daarvoor moet het op het KNMI hoofdstation De Bilt minstens 25,0°C zijn). Op 1 en 2 mei werd lokaal in het zuiden al wel de eerste zomerse dag van het jaar gemeten. Er zijn enkele uitschieters van losse modelberekeningen die gaan voor zomerse waarden in de derde decade van mei, maar deze worden niet echt ondersteund door het ensemble. In tegenstelling tot vorig jaar – toen het op 1 mei bijna 30 graden werd - laat de eerste officiële zomerse dag deze keer dus relatief lang op zich wachten.

