Nu

Een van de sterkste El Niño’s ooit nadert zijn hoogtepunt. Wat merken we ervan?

Een van de sterkste El Niño’s ooit gemeten is in volle gang. Er wordt verwacht dat de piek eind 2026 ligt, maar nu al zijn de gevolgen wereldwijd merkbaar: oncontroleerbare branden in Indonesië, een uitzonderlijk actief seizoen met zware tyfoons en orkanen in de Stille Oceaan, hevige regen langs de kust van Ecuador en Peru die de oogst van onder meer de mango treft, en een cacaoprijs die sinds het voorjaar bijna verdubbelde, onder meer door zorgen over de oogst in West-Afrika. Welke wereldwijde effecten kunnen we nog meer verwachten, en wat zijn de gevolgen voor Nederland?

Wat is El Niño?

Normaal blazen boven de Stille Oceaan rond de evenaar passaatwinden van oost naar west. Ze duwen warm oppervlaktewater richting Indonesië en Australië, terwijl voor de kust van Peru koud, voedselrijk water omhoogkomt. Tijdens een El Niño verzwakken deze winden. Het warme water stroomt terug naar het oosten en er komt minder koud water boven, waardoor het centrale en oostelijke deel van de Stille Oceaan flink opwarmt. Die opwarming verzwakt de passaatwinden nog verder: het systeem versterkt zichzelf. Daardoor verschuift de luchtcirculatie wereldwijd, met droogte in het ene gebied en extreme regenval in het andere. Daarnaast is het tijdens een El Niño wereldwijd tijdelijk warmer.

Afwijking in de temperatuur van de oceaan op 6-11-2026. Bron: NOAA

ENSO

El Niño keert gemiddeld elke 3 tot 7 jaar terug en wordt afgewisseld met La Niña, de koude fase, waarin het zeewater in het centrale deel van de Stille Oceaan juist ongewoon koel is. Daartussen zit een neutrale fase. Het hele oceaan-atmosfeersysteem heet de El Niño-Zuidelijke Oscillatie, afgekort ENSO. Het tweede deel van de naam verwijst naar de atmosfeer: een schommeling in de luchtdruk tussen het oosten en westen van de Stille Oceaan, die gelijk oploopt met de verandering in het zeewater.

Geen twee El Niño’s hetzelfde

El Niño is dus een natuurlijk terugkerend fenomeen. Deze wordt echter waarschijnlijk de sterkste sinds het begin van de metingen, en wordt daarom ook wel een “super-El Niño” genoemd. Hoewel het geen wetenschappelijke term is, geeft het wel de hevigheid van deze El Niño weer. Elke El Niño heeft wereldwijde gevolgen, maar deze keer kunnen ze heviger uitpakken. Sowieso zijn geen twee El Niño’s hetzelfde: de sterkte, de locatie van het warmste zeewater, de duur ervan en de koppeling met de atmosfeer bepalen uiteindelijk waar welke gebieden met meer of minder neerslag en andere extremen te maken krijgen.

De sterkte van deze El Niño is te zien in de zwarte lijn. Bron: NOAA

Meeste gevolgen in de Stille Oceaan

Doordat elke El Niño anders is, is het lastig om de gevolgen precies te voorspellen. Wel zijn er algemene patronen die bij bijna elke El Niño optreden. Doordat de passaatwinden verzwakken en de oceaan opwarmt, verschuift het lagedrukgebied dat normaal boven Indonesië ligt naar het oosten. Hierdoor is er in Indonesië en omringende landen vaak extreme droogte en is het warmer dan normaal. Boven het noorden van Peru en Ecuador valt er juist meer regen dan normaal.

Effecten van El Niño van december tot februari. Bron: NOAA

Ook verder weg invloed voelbaar

De meeste gevolgen treden dus op rondom de Stille Oceaan, waar het fenomeen zich afspeelt. Maar ook verder weg zijn gevolgen te vinden. Zo heeft El Niño ook effect op de straalstroom. Door de verzwakking of zelfs omkering van de passaatwinden tijdens een El Niño, ontstaan er veranderingen in waar normaal lucht opstijgt of daalt. Dit heeft gevolgen voor de straalstroom: een band van harde wind op zo’n 8 tot 10 km hoogte, die bepaalt waar lagedrukgebieden en stormen naartoe trekken.

Dit effect wordt het sterkst gevoeld in Noord-Amerika. Hier zijn er nattere winters in het zuiden, terwijl het noorden van de VS en Canada juist zachter weer krijgt. Boven de Atlantische Oceaan zorgt El Niño juist voor meer windschering, waardoor hier minder orkanen ontstaan. In de Stille Oceaan zorgen het warmere zeewater en de zwakkere windschering juist voor meer en zwaardere orkanen en tyfoons.

Effect El Niño op de straalstroom in Noord-Amerika. Bron: NOAA

Gevolgen voor Nederland

Omdat Europa ver van de Stille Oceaan ligt, zijn de directe gevolgen voor ons weer klein. Ons weer wordt veel meer bepaald door wat er boven de Atlantische Oceaan gebeurt. Toch heeft de straalstroom ook hier invloed. Seizoensvoorspellingen wijzen voorzichtig op een zachte winter met veel westenwind, een patroon dat ook voorkwam tijdens de sterke El Niño’s van 1997/98 en 2015/16. Tegelijkertijd kan El Niño de poolwervel verstoren: een sterke luchtcirculatie hoog boven de Noordpool, die koude lucht gevangenhoudt. Verzwakt de circulatie, dan kan die koude lucht naar het zuiden ontsnappen, wat juist kans geeft op een koude periode later in de winter. Zekerheid is er dus niet.

Waar wel een verband is gevonden, is de invloed van El Niño op onze lente. Dit vertraagde effect zorgt voor een natter voorjaar na El Niño, blijkt uit onderzoek van het KNMI. Na vrijwel elke sterke El Niño, behalve die van 2015/16, was er een natter voorjaar dan normaal. Of dat komend voorjaar ook het geval is, is nog afwachten. Wat we waarschijnlijk wel merken, zijn de economische gevolgen: een fruitsalade of een reep chocola kan zomaar duurder worden door tegenvallende oogsten.

Foto gemaakt door Climatereanalyzer - Temperatuurafwijking van de oceanen 6-11-2026
Foto gemaakt door ClimatereanalyzerTemperatuurafwijking van de oceanen 6-11-2026