Nu

Een stad die invloed heeft op noodweer: hoe kan dat?

Midden in de nacht van 25 juli 2023 trok een zware onweersbui over Milaan. Het ging gepaard met windstoten tot ruim 100 kilometer per uur en een hevige stortbui van 45 millimeter regen in slechts 10 minuten. Duizenden bomen waaiden om en de schade in het centrum was enorm.

Wetenschappers van de universiteit van Bologna hebben deze storm nagebootst met computermodellen om de precieze invloed van de stad te achterhalen. Kan een stad als Milaan invloed hebben op een grote onweersbui of supercell? De auteurs van de studie zetten twee simulaties op: één van de echte situatie met de stad, en één hypothetische situatie waarin de stad was vervangen door boerenlandschap.

Vóór en in de stad

Al ver voordat de storm de stad bereikte, veranderde het van richting. Een stad zo groot als Milaan kan de wind op lage hoogte veranderen en laten afbuigen. De verandering in windrichting zorgde ervoor dat de storm een noordelijker pad koos.

De gebouwen in een stad zorgen voor een zekere ruwheid van het oppervlak. Dit remt de wind en windstoten af. In de simulatie waren de windstoten gemiddeld 13% minder krachtig in de stad dan wanneer Milaan werd vervangen door platteland. Ook intensiveren de stijgende luchtstromen boven de stad, waarschijnlijk als gevolg van toegenomen turbulentie. De interactie van windstoten met gebouwen versterkt verticale bewegingen omdat de lucht in feite nergens anders heen kan.

Na de stad

Een zware onweersbui houdt zichzelf in stand door een aaneengesloten front van koude lucht voor zich uit te duwen (de outflow boundary). De uitstroom van koude lucht duwt warme lucht met grote kracht omhoog, wat een continue bron van energie levert. Door de vertraagde luchtstromen in de stad raakte de storm uit balans en viel het uiteen in drie losse convectiecellen. Omdat de dynamiek over de stad leidde tot extra stijgende luchtstromen, viel er uiteindelijk meer neerslag stroomafwaarts.

Eerder onderzoek uit 2024 vond een overeenkomend effect van steden, namelijk dat neerslag in steden vaak uit geconcentreerde buien op kleine gebieden valt, terwijl het in landelijke gebieden over het algemeen gelijkmatig verdeeld is. Het risico op overstromingen is daardoor aanzienlijk groter in stedelijk gebied. Ook kan stedelijke vervuiling, bestaand uit aerosolen, de processen van regenvorming beïnvloeden.

Een extra simulatie

Om uit te zoeken wat de oorzaak was van de noordwaartse verschuiving van de storm, werd een tweede experiment opgezet. Dit keer werd Turijn weggehaald uit de omgeving. De verschuiving leek namelijk samen te gaan met het stedelijke gebied van Turijn omdat het precies over die stad begon. De resultaten wezen echter uit dat de koerswijziging op de een of andere manier wordt veroorzaakt door het stedelijk gebied van Milaan, en niet door dat van Turijn.

Terug naar België eind mei

Het weekend van 30 mei deden zich talloze zware onweersbuien voor in België. Het leidde op meerdere plekken tot wateroverlast en veel schade. De situatie was explosief: er ontstonden steeds maar weer nieuwe onweersbuien. Over het algemeen neemt de eerdere bui de meeste energie weg voor een latere bui, maar dat was deze keer niet het geval. De ene na de andere bui volgde bijna exact hetzelfde pad. Alle omstandigheden vielen precies goed samen: er was een hoge CAPE, voldoende windschering, warmte en vocht. Maar ook de stad Brussel heeft vermoedelijk invloed gehad op de onweersbuien.

Veel van de convectiecellen vormden zich namelijk ten oosten van Brussel. De grote stad kan gezien worden als een hitte- en stofeiland. Het kan de buienvorming met luchttoevoer uit Brussel bevorderen, net als bij Milaan het geval was.

Foto gemaakt door De Martin, Zonato & Di Sabatin (2025) - Weergave van de manier waarop de stad Milaan de onweersbui beïnvloedde
Foto gemaakt door De Martin, Zonato & Di Sabatin (2025)Weergave van de manier waarop de stad Milaan de onweersbui beïnvloedde