Nu

De kern van storm Austen leek op een oog, maar was dat het ook?

Terwijl de storm vrijdag vanaf het Kanaal naar Nederland trok, viel het op dat er zich in het midden een klein gebied vormde met weinig wind en opklaringen. Het had wel wat weg van een ‘oog’ zoals te zien is bij tropische stormen. Toch zijn de twee meteorologisch gezien behoorlijk anders.

Het klassieke beeld

Storm Austen was een mooi voorbeeld van het Shapiro-Keyser model van cyclogenese. Er bestaan twee modellen die het proces van atmosferische verstoring tot cycloon in kaart brengen, namelijk het Norwegian cyclone model en het Shapiro-Keyser model. Het verschil tussen deze zit hem met name in de ontwikkeling van fronten rond de depressiekern. Indraaiende luchtbewegingen rond de kern van lagedruk, veroorzaakt door het Corioliseffect, stuwen warme en koude luchtmassa’s tegen elkaar, waardoor warmte- en koufronten ontstaan.

Warmtefronten ontstaan vaak aan de oostzijde van lagedrukgebieden, waar warmere lucht uit het zuiden naar het noorden beweegt. Koufronten strekken zich dan uit ten zuiden van het lagedrukgebied. Het koufront beweegt sneller en haalt vaak het warmtefront in, waarna er een nieuw front vormt dat de eigenschappen heeft van zowel een warmte- als een koufront. Dit wordt een occlusie genoemd. Deze “klassieke” evolutie is het meest bekend en wordt beschreven door het Norwegian cyclone model.

Front wikkelt zich om de kern

Het Shapiro-Keyser model volgt dezelfde ontwikkeling van de cycloon, maar de fronten gedragen zich anders. Het koufront is nu niet als het ware gekoppeld aan het warmtefront, maar blijft er haaks op staan. Het warmtefront (in sommige gevallen een occlusiefront) wikkelt zich aan de achterkant van de cycloon rond de kern. Austen ontwikkelde zo’n omgebogen front, wat een typische cirkelvormige wolkenstructuur vormde op satellietbeelden.

De twee modellen voor extratropische cyclonen verschillen met name in de hoe de warmte- en koufronten zich ontwikkelen. Bron: University of Reading

Ook zon voor het midden uit

Droge lucht vanuit hoger in de atmosfeer daalt aan de achterkant van de kern en draait mee in de spiraal (dry intrusion). Deze droge en dalende lucht veroorzaakt een gebied van opklaringen, want er is weinig vocht voor wolkenvorming. De spiraalvorm van de depressie is nog duidelijker te zien door de droge zone tussen de wolkenbanden. Aan de grond merk je een korte periode van zonnig weer en dat werd door menigeen waargenomen.

Delen van de dry intrusion waren duidelijk te zien op satellietbeelden van storm Austen (aangegeven met geel). Bron: Sat24

Bij een tropische storm vormt het droge ‘oog’ op een andere manier. De storm zuigt warme, vochtige lucht aan, die vervolgens opstijgt. Hoger in de atmosfeer wordt de energie weer afgevoerd door wolkentoppen die naar buiten uitwaaieren. Om het evenwicht te bewaren tussen de sterke instroom en de uitwaartse centrifugale kracht, wordt een deel van de droge lucht gedwongen naar het middelpunt van de storm te zakken. Naarmate deze lucht daalt, wordt het samengedrukt en warmt het op, waardoor een kalm, relatief helder gebied ontstaat.

Foto gemaakt door NASA Worldview - Storm Austen nadert de Britse Eilanden op 22 oktober 2026.
Foto gemaakt door NASA WorldviewStorm Austen nadert de Britse Eilanden op 22 oktober 2026.