Nu

De invloed van een krachtige El Niño op weerpatronen

Zeer waarschijnlijk gaat El Niño zich in de komende maanden ontwikkelen. De Amerikaanse weerdienst geeft een kans van 82% op zijn ontwikkeling in mei-juli. In de tropische Stille Oceaan, het gebied waar El Niño en La Niña opkomen, was de afwijking van de zeewatertemperaturen de afgelopen tijd niet groot. Echter zijn warme anomalieën al waar te nemen voor de kust van Zuid-Amerika en in het diepere zeewater. De tijd van El Niño begint; wat kan de wereld verwachten van zijn gevolgen?

Pieksterkte ligt niet vast

"Super" of niet, krachtig zal de komende El Niño in ieder geval wel zijn. De verwachtingen van de verschillende modelsystemen liggen tussen de +1,0 en +2,5 voor de periode van augustus tot en met december. Dit wil zeggen dat het zeewater in het ENSO-gebied 1,5 tot 2,5 graden warmer zal zijn dan normaal. Warmer oppervlaktewater heeft een directe uitwerking op de atmosfeer omdat het de lucht erboven opwarmt. El Niño veroorzaakt stijgende lucht over de oostelijke Stille Oceaan en dalende lucht in het westen.

Er bestaat dus nog wel enige onzekerheid over de pieksterkte van de aanstaande El Niño. De waarschijnlijkheden van de kracht van de gebeurtenis zijn samengevat in de figuur hieronder. Daarin is te zien dat in de komende seizoenen eigenlijk geen enkele categorie een kans van boven de 50% heeft. Het is daarom vrij lastig om te zeggen hoe hoog de temperatuurafwijkingen uit gaan komen.

De kans op een El Niño van matige, sterke, of zeer sterke kracht (afhankelijk van de zeewatertemperaturen) is in geen enkel geval groter dan 50%. Het is daarom niet met zekerheid te zeggen wat de uiteindelijke kracht gaat zijn. Bron: NOAA CPC

Andere kracht, andere uitwerkingen

Het grootste verschil tussen een normale en een super El Niño is de mate van koppeling met de atmosfeer. Een normale gebeurtenis zorgt voor verschuivingen in de straalstroom, terwijl een super El Niño kan een sterke verstoring van de atmosfeer veroorzaken. De sterkste El Niño-gebeurtenissen in het verleden gingen samen met een significante koppeling tussen oceaan en atmosfeer. Dit wil niet zeggen dat het in 2026 ook zo gaat verlopen, want een sterke gebeurtenis garandeert geen sterke gevolgen. Wel kunnen ze bepaalde gevolgen waarschijnlijker maken.

Wat vertelt de historie?

El Niño en La Niña komen elke paar jaar voor, maar "super" gebeurtenissen met een afwijking groter dan 2 graden komen doorgaans eens per decennium voor. De laatste drie van deze gebeurtenissen vonden plaats in 1982-1983, 1997-1998 en 2015-2016. De staat van de atmosfeer kan over deze jaren worden samengenomen en daaruit volgt een gemiddeld beeld.

De meest recente verwachtingen laten een sterke afwijking zien van stijgende lucht in de Stille Oceaan en dalende lucht in de Indische Oceaan, wat wijst op een sterke Walker-circulatie. Bron: severe-weather.eu

Het systeem van stijgende en dalende lucht, ook wel de Walker-circulatie genoemd, is erg gevoelig voor El Niño- en La Niña-gebeurtenissen. De invloed van El Niño is niet van de ene op de andere dag merkbaar en zal zich in de zomer geleidelijk ontvouwen. Typisch voor El Niño-jaren is een lagedrukgebied over Noord-Amerika. Het is er hierdoor minder warm en natter dan normaal. Andere gebieden moeten rekening houden met meer warmte en droogte, waaronder Canada, het Amazonegebied, Midden-Amerika, Indonesië en het oosten van Australië.

Behalve droogte zijn er ook delen van de wereld waar het natter dan normaal is en een grotere kans is op extreme regenval. Dit is bijvoorbeeld het geval in het zuidelijke deel van Zuid-Amerika en het oosten van Afrika. Al deze uitwerkingen beïnvloeden regionale gewasopbrengsten en voedselproducties.

Het gemiddelde patroon van hoge en lage luchtdruk in de zomer tijdens een super El Niño. Bron: severe-weather-eu

Orkanen hebben het lastiger

Een bekend effect van El Niño is zijn dempende werking op het Atlantische orkaanseizoen. Dit komt doordat het zorgt voor een sterkere windschering en een stabielere atmosfeer. Stormen kunnen zich hierin minder goed organiseren en ontwikkelen tot grote systemen. El Niño kan de kans op zware orkanen bij de VS dus verkleinen, maar de warmere oceanen bieden tegelijkertijd ook meer energie voor stormen.

En Europa?

De bij elkaar genomen super El Niño-gebeurtenissen tonen ook een sterker lagedrukgebied boven de oostelijke Noord-Atlantische Oceaan en hogedruk boven Fennoscandinavië. De temperaturen liggen daardoor lager in (delen van) West-Europa en het is er natter. In Centraal- en Noord-Europa kan het juist warmer dan normaal zijn. Belangrijk om in gedachten te houden is dat Europa een heel stuk verder ligt van het brongebied, en de invloeden niet goed te onderscheiden zijn van die van andere grootschalige circulatiepatronen zoals de Noord-Atlantische Oscillatie.

De multi-model zomerverwachting laat op dit moment geen negatieve temperatuurafwijkingen zien voor de Europese zomer. Het is vrijwel overal warmer dan normaal, waarschijnlijk berekend uit het zeewater dat nog altijd op erg warme niveaus ligt. Wel zien we een signaal voor meer neerslag in delen van Zuid-Europa en drogere omstandigheden in West- en Centraal-Europa, waaronder Nederland.

Verwachtingen voor de afwijking van temperatuur (links) en neerslag (rechts) in Europa in de periode van juli t/m augustus. Bron: Copernicus Climate Change Service (C3S)

Foto gemaakt door ESA - Patronen van stijgende en dalende lucht veranderen tijdens El Niño. Dit geeft droogte en neerslag op andere plekken dan normaal.
Foto gemaakt door ESAPatronen van stijgende en dalende lucht veranderen tijdens El Niño. Dit geeft droogte en neerslag op andere plekken dan normaal.