Nu

Classificatie van El Niño/La Niña aangepast

Vorig jaar schreven we er al over, toen het Amerikaanse Climate Prediction Center hintte op een nieuwe aanpak voor het meten van de watertemperaturen in de tropische Stille Oceaan. Een paar weken terug is dit dan echt ingevoerd. De index waarmee wordt bepaald of er een El Niño of La Niña is, is nu relatief aan de gemiddelde afwijking van het zeewater om rekening te houden met de opwarmende oceaan.

De traditionele meetwijze

De ‘Oceanic Niño Index’ (ONI) was voor lange tijd de standaard die NOAA gebruikt voor het classificeren van warme en koude gebeurtenissen in de oostelijke tropische Stille Oceaan. De index beschrijft de gemiddelde afwijking van zeewatertemperaturen in het Niño3.4-gebied over een periode van 3 maanden. Een periode van 7 opeenvolgende maanden met een afwijking van +0,5°C of hoger is een El Niño gebeurtenis, en met een afwijking van -0,5°C of lager is een La Niña gebeurtenis.

Naast de officiële classificatie, worden El Niño’s en La Niña’s ook onderverdeeld in zwakke, matige, sterke en zeer sterke gebeurtenissen. De afwijking van de zeewatertemperatuur ligt tussen 0,5 en 0,9 voor een zwak event, 1,0-1,4 voor een matig event, 1,5-1,9 voor een sterke en meer dan 2,0 voor een zeer sterke. Over het algemeen geldt daarbij dat hoe sterker de El Niño of La Niña, hoe groter het effect op de weersystemen.

Van ONI naar RONI

De nieuwe ‘Relative Oceanic Niño Index’ (RONI) past de berekening van de temperatuurafwijkingen aan. De gemiddelde afwijking van zeewatertemperaturen van de wereldwijde tropen (20 graden noord tot 20 graden zuid) wordt afgetrokken van de Niño3.4-index. Daarna wordt de relatieve index opnieuw geschaald zodat de amplitude overeenkomt met de oorspronkelijke ONI en de ±0,5°C drempelwaarde kan worden blijven gebruikt.

In de bovenste grafiek is de rode lijn de "oude" index en de blauwe lijn de "nieuwe", relatieve index voor het ENSO-systeem. De verschillen zijn het grootst in de afgelopen 15 jaar, wat te maken heeft met de snelle klimaatverandering. De onderste grafiek toont dit verschil door de tijd heen. Bron: NOAA CPC

Wat is de toegevoegde waarde?

RONI werd officieel in gebruik genomen op 1 februari 2026. De aanpassing werd gedaan om rekening te houden met klimaatverandering en de mondiale opwarming. Ook de oceanen warmen langzaam op en zijn gemiddeld nu warmer dan 30 jaar geleden. De temperatuurafwijkingen in deze periode werden eigenlijk steeds positiever, waardoor meer gebeurtenissen werden geclassificeerd als El Niño en minder als La Niña.

De nieuwe index werkt als een soort filter door te kijken naar het relatieve temperatuurverschil tussen de tropen en het Niño3.4-gebied. Het benadrukt beter hoe warm of koel het interessegebied is in vergelijking met de rest van de oceaan. De index is ook minder gevoelig voor de gekozen referentie klimaatperiode, waardoor historische gebeurtenissen beter met elkaar vergeleken kunnen worden.

Ook is de relatieve index meer gerelateerd aan veranderingen in neerslagpatronen dan de traditionele index. Het afgelopen jaar kwam RONI beter overeen met afwijkingen van neerslag die samenhangen met het systeem van El Niño/La Niña. Het zijn de veranderingen in tropische regenval en de opwarming die uiteindelijk de seizoensgebonden variaties in het weer veroorzaken in landen rond de Stille Oceaan.

Foto gemaakt door NOAA CPC - Tabel van de traditionele Niño-index (ONI) en de nieuwe relatieve index (RONI)
Foto gemaakt door NOAA CPCTabel van de traditionele Niño-index (ONI) en de nieuwe relatieve index (RONI)