Foto gemaakt door C3S/ECMWF - De maandelijkse wereldwijde afwijkingen in de temperatuur ten opzichte van 1991–2020, van januari 1979 tot december 2025.
Foto gemaakt door C3S/ECMWFDe maandelijkse wereldwijde afwijkingen in de temperatuur ten opzichte van 1991–2020, van januari 1979 tot december 2025.
Nu

2025 was het op twee na warmste jaar ooit - en dat zonder El Niño

Na 2023 en 2024 moest ook 2025 eraan geloven. Vorig jaar was wereldwijd het derde warmste jaar ooit gemeten. De vorige twee jaren konden we het nog afschuiven op hogere temperaturen door El Niño, maar dat is nu niet het geval. In dit artikel sommen we de belangrijkste conclusies op van het Global Climate Highlights 2025 rapport van de Europese klimaatdienst Copernicus.

(Veel) warmer dan gebruikelijk

Sinds het begin van de metingen in 1940 is het gemiddeld over de hele aarde maar twee keer warmer geweest dan afgelopen jaar. Koploper is 2024 met een afwijking van 0,72°C boven het 1991-2020 gemiddelde. Op nummer twee staat 2023 met een afwijking van 0,60°C. 2025 komt op de derde plaats, maar het verschil is marginaal. De afwijking is 0,59°C boven het langjarig gemiddelde; slechts 0,01 minder dan in 2023.

De wereldwijd gemiddelde temperatuur lag tussen 2015 en 2022 op 14,6-14,7°C, maar de afgelopen drie jaar ligt dit rond de 15°C. Het jaar 2025 was 1,47°C warmer dan het pre-industriële gemiddelde en komt dus net onder de grens van het Parijs-klimaatakkoord. 2024 eindigde daarboven. De helft van het afgelopen jaar overschreed het maandelijkse wereldwijde gemiddelde wel die +1,5°C grens.

Watertemperatuur schetst weinig La Niña

In de tropische Stille Oceaan heersten een groot deel van het jaar ENSO-neutrale omstandigheden. Vanaf september kwam La Niña opzetten en was het oceaanwater relatief koud. De temperatuur vlak boven de tropische Stille Oceaan en in delen van Zuid-Amerika weerspiegelt deze koude afwijking, in tegenstelling tot warmere omstandigheden rond Australië.

In de meeste andere delen van de oceaan was het water veel warmer dan normaal. In 2023 en 2024 beïnvloedde een sterke El Niño de watertemperaturen, maar dat effect was nu afwezig. Het was het warmste La Niña jaar ooit gemeten. Recordwarmte in de westelijke Stille Oceaan kwam tot stand door de combinatie van La Niña en een negatieve Pacific Decadal Oscillation, wat warm zeewater in dit gebied bevordert.

Afwijkingen en extremen in zeewatertemperaturen in 2025. De koude afwijking in het La Niña gebied is goed terug te zien, evenals de recordwarmte in de noordelijke Stille Oceaan en het noordoosten van de Atlantische Oceaan. Bron: Copernicus Climate Change Service

Zee-ijs niet recordlaag, maar wel bijna

De poolgebieden behoorden tot de warmste regio’s. In het Antarctische gebied bereikte de jaarlijkse gemiddelde temperatuur een recordhoogte van 1,06°C boven het langjarig gemiddelde. Het Arctische gebied beleefde zijn op één na warmste jaar ooit, met een afwijking van 1,37°C.

Als gevolg lag het zee-ijs door het jaar heen op een laag niveau. Het Arctische jaarlijkse zee-ijsmaximum in maart was het laagste in de reeks van 47 jaar aan satellietmetingen. In de meeste andere maanden lag het niveau de op één na en de op acht na laagste waarden ooit gemeten. Een vergelijkbaar patroon was te zien rond Antarctica; daar bereikten het minimum en maximum respectievelijk de vierde en derde laagste waarde sinds het begin van de metingen.

Het zee-ijs in zowel het Arctische als het Antarctische gebied lag het hele jaar beneden de gemiddelde omvang. Bron: Copernicus Climate Change Service

Hoe uitzonderlijk waren de afgelopen drie jaar?

Traditioneel worden weergemiddelden vergeleken met de meest recente klimaatperiode. Dit is een periode van 30 jaar waarvan de gemiddelden een uiting zijn van het weer (de klimaatnormaal). In dit geval gaat het dan om 1991 t/m 2020. Een andere manier om afwijkingen te tonen is door het vergelijken met een voortschrijdend gemiddelde. Dit laat duidelijkere verschillen zien in een veranderend klimaat.

Het cluster van 2023-2025 is duidelijk één van de warmere perioden ten opzichte van de variatie in de gemiddelde temperatuur. Ook de relatief warme periode van 1937-1945 valt op. Op de figuur is te zien dat de opwarming sinds de jaren 70 versnelt.

De voortschrijdend gemiddelde wereldwijde temperatuur sinds 1850. Bron: Copernicus Climate Change Service