Nu

Kou ook op de lange termijn, maar hoe weten we dat eigenlijk?

Van een week tot 15 dagen naar 6 weken vooruit of zelfs nog verder – er zijn een heleboel manieren om termijnverwachtingen te maken. Verwachtingen op de langere termijn helpen meteorologen om een beeld te krijgen van de grotere patronen in de atmosfeer en de weertypes die daarbij horen. De koude periode die nu van start gegaan is, werd een paar weken geleden al gesuggereerd door deze “sub-seasonal” modelberekeningen. Het was duidelijk dat er een omslag aan zou komen. Ook voor de komende weken zit er een koud signaal in de kaarten.

De chaostheorie

Weersverwachtingen zijn ontzettend ingewikkeld. De aarde is een chaotisch systeem en gedraagt zich vrij willekeurig. Stromingen volgen bepaalde regels, maar zijn ook onvoorspelbaar. Een kleine verstoring kan enorme en onverwachte gevolgen hebben (het butterfly effect). Kleine meetfouten groeien exponentieel tot grote fouten en dat leidt tot lange termijnvoorspellingen die erg variëren.

In de verwachtingen voor korte termijn wordt hiervan gebruik gemaakt, door verschillende modelsimulaties te doen met begincondities die net iets van elkaar verschillen (ensemble). Zo ontstaat een beter beeld van alle mogelijke uitkomsten, die verder in de tijd meer uiteenlopen.

Zo werkt een ensembleverwachting: de begincondities verschillen net een fractie van elkaar, waardoor veel verschillende uitkomsten ontstaan in de weersvoorspellingen. Bron: Grönquist et al. (2019)

Modellen zijn niet perfect

Naast meetfouten zijn er ook andere factoren die de nauwkeurigheid van verwachtingen beïnvloeden. Zo zijn de begincondities die in het model gebracht worden eigenlijk nooit volledig. Er zijn veel gebieden op aarde waar geen weerstations staan die exacte cijfers kunnen doorgeven van de situatie op dat moment. Weermodellen hebben gegevens nodig voor elk punt op aarde, maar de missende punten worden opgevuld door interpolatie. Daarnaast is het gedrag van de atmosfeer en oceaan dusdanig complex dat sommige processen moeten worden vereenvoudigd. Door deze interpolatie en vereenvoudigingen groeien de fouten en wordt het model steeds onnauwkeuriger.

Zegt het dan wel iets?

Met de voorgaande tekst lijkt het haast onmogelijk om iets redelijks over het weer te kunnen zeggen op de langere termijn. Toch is dit wel degelijk mogelijk, en worden met name de afwijkingen ten opzichte van de normaal bestudeerd. Het toont de waarschijnlijkheden van verschillende uitkomsten en de verdeling daarvan.

Weersvoorspellingen voor de langere termijn worden vaak bekeken aan de hand van televerbindingen (teleconnection): patronen in het klimaatsysteem waarbij weersomstandigheden op grote afstand van elkaar afhangen. Een voorbeeld is El Niño en de invloed daarvan op het weer in Indonesië. Zulke televerbindingen kunnen bijvoorbeeld leiden tot temperaturen of neerslag die boven of onder het langjarige gemiddelde liggen. Ook de Noord-Atlantische Oscillatie is een voorbeeld van een televerbinding, met westenwinden die sterk of minder sterk tot uiting komen. Zo zijn er nog meer bronnen voor voorspelbaarheid op de langere termijn. Met kennis over deze invloeden kan in zekere zin gezegd worden of het de komende weken natter, warmer, koeler of droger dan normaal zal zijn.

Visualisatie van televerbindingen in het gekoppelde oceaan-atmosfeer systeem. Bron: Roy & Kripalani (2025)

Menselijk inzicht

Op de langere termijn is het oog van een meteoroloog van extra belang. De computer doet dan wel zware berekeningen, maar op de langere termijn zegt dit an sich nog niet zo veel. Een mooi voorbeeld is de stratosferische opwarming van een paar weken geleden. Toen het gaande was, spraken meteorologen al over de mogelijke invloeden op het winterweer in de VS en Europa. De kans was hierdoor groter dat er hogedruk zou vormen bij Groenland of Scandinavië en dat geeft in Noordwest-Europa een wind uit het noorden of oosten. Het betekende een aanstaande koudere periode.

Koud signaal voor januari

Niet alle weermodellen zijn geschikt om weersverwachtingen te maken op de langere termijn. Dit heeft onder andere te maken met hoe het weermodel is opgebouwd. Is het specifiek voor één domein, zoals HARMONIE, of omvat het wereldwijde berekeningen zoals GFS? Het laatste geval bevat meer informatie over de grootschalige processen en kan daardoor beter de situatie over een paar weken inschatten. In een regionaal model worden de condities aan de rand van het domein meestal van tevoren vastgelegd en wordt de dynamiek daarbuiten niet meegenomen.

Het Europese weermodel ECMWF maakt weerkaarten voor de middellange termijn (15 dagen) en lange termijn (6 weken en seizoensprognoses). Voor de lange termijn wordt hetzelfde model gebruikt, maar met een lagere resolutie. De komende zes weken berekent het koude afwijkingen voor het grootste deel van Europa. Dit gaat hand in hand met de aanwezigheid van hogere luchtdruk dan normaal rondom Scandinavië en lagere temperaturen hoger in de atmosfeer, wat de aanvoer van koude, droge lucht bevordert. Het signaal voor een koude januarimaand is sterk.

Foto gemaakt door ECMWF - De wekelijkse afwijkingen voor de temperatuur tonen een lange, koude periode vanaf nu
Foto gemaakt door ECMWFDe wekelijkse afwijkingen voor de temperatuur tonen een lange, koude periode vanaf nu