Nu

April doet wat hij wil, of toch niet? Waarom april de droogste maand van het jaar is

Wie aan april denkt, denkt aan grillig weer. We hebben daar zelfs een gezegde voor in de Nederlandse taal: april doet wat hij wil. Maar de statistieken laten juist zien dat april een relatief droge maand is, de droogste maand van het jaar zelfs, en dat heeft alles te maken met de overgang van winterweer naar zomerweer.

De verspreiding van neerslag over Nederland gedurende het hele jaar, volgens het langjarig gemiddelde tussen 1991 en 2020. April steekt er met kop en schouders bovenuit als het gaat over de droogste maand (bron: KNMI).

Niet één, maar twee neerslagcategorieën

Voordat we hier dieper induiken, werpen we een blik op verschillende soorten neerslag die kunnen vallen. In deze context bedoelen we niet de vorm van de neerslag (zoals regen, sneeuw of hagel), maar de manier waarop neerslag ontstaat. Je kan neerslag namelijk in twee verschillende categorieën indelen: stratiforme neerslag en convectieve neerslag.

Stratiforme neerslag ontstaat rondom lagedrukgebieden. Rondom lagedrukgebieden bevinden zich namelijk fronten, die de grens vormen tussen warme en koude luchtmassa’s. Bij zo’n front wordt lucht geforceerd om op te stijgen, waarbij de lucht steeds kouder wordt met de hoogte en er wolken en neerslag kunnen ontstaan. Door de uitgestrektheid van de fronten komt stratiforme neerslag op grote schaal voor, en deze vorm van neerslag is dominant in de winter.

Het ontstaan van neerslag door een front. Warme lucht wordt geforceerd door de koude lucht om te stijgen, waardoor de warme lucht afkoelt met de hoogte en het vocht condenseert tot wolken en neerslag (bron: 2004-2017 door Thomas P. Harrington).

Convectieve neerslag komt daarentegen op kleine schaal voor, omdat die ontstaat door temperatuurverschillen binnen de atmosfeer. De zon warmt namelijk het aardoppervlak op, waardoor de lucht vlak boven het oppervlak heel warm wordt. Hierboven zit lucht die kouder is, en daarmee ook zwaarder. Deze koude lucht zinkt daardoor naar het oppervlak en de warme lucht stijgt op. Dit noemen we convectie, de hoofdoorzaak van onweersbuien. De warme lucht koelt vervolgens af met de hoogte, waardoor het vocht condenseert. Dit leidt tot het ontstaan van wolken en neerslag. Omdat voor deze vorm van neerslag grote temperatuurverschillen nodig zijn, is die dominant in de zomer.

April als overgangsmaand

Terug naar de situatie in april, want die is enorm interessant. April zit namelijk exact op de overgang van winterweer naar zomerweer. Concreet betekent dit dat de westenwinden afzwakken, waardoor de invloed van lagedrukgebieden afkomstig van de oceaan afneemt. Er komt daardoor minder stratiforme neerslag voor in april.

Maar de zon is ook nog niet sterk genoeg om het aardoppervlak enorm op te warmen, waardoor het benodigde temperatuurverschil over het algemeen nog niet groot genoeg is voor onweersbuien. En als er eenmaal onweersbuien kunnen ontstaan door convectie, dan is de hoeveelheid vocht in de lucht nog niet optimaal omdat planten pas net uitlopen, waardoor de verdamping via planten gering is. Er komt dus ook nog niet veel convectieve neerslag voor. 

De hoeveelheid stratiforme neerslag neemt kortom gestaag af, terwijl de convectieve buien nog niet op volle sterkte zijn. Hierdoor is april dus de droogste maand van het jaar. Maar april is niet alleen droog, ook is het een hele kalme maand. Zo is er nog nooit code oranje of rood afgegeven in april, en ook dat heeft alles te maken met de overgang die hierboven beschreven is. Code oranje of rood wordt namelijk het meeste afgegeven voor sneeuw/gladheid, gevolgd door onweersbuien en windstoten, allemaal weersituaties die niet op volle kracht voorkomen in april. Het lijkt erop dat april dan ook niet per se doet wat hij zelf wil; hij houdt zich zelfs koest.

Foto gemaakt door Arnout Bolt - Loppersum - De zon schijnt vanuit de bewolking over deze prachtige bloeiende roze/paarse tulpen
Foto gemaakt door Arnout BoltLoppersumDe zon schijnt vanuit de bewolking over deze prachtige bloeiende roze/paarse tulpen