Home > Nieuws > Zomerse dagen steeds vaker en vroeger
Volg Weer.nl

Nieuws

Foto: Ton Wesselius

Zomerse dagen steeds vaker en vroeger

De opwarming van ons klimaat is overduidelijk terug te zien in de toename van het aantal warme, zomerse en tropische dagen. Ook valt de eerste datum waarop een warme, zomerse of tropische dag in een jaar voorkomt gemiddeld steeds eerder. Eerder belichtten we al de steeds frequentere en vroegere warme dagen, vandaag doen we hetzelfde met zomerse dagen. 

Vandaag kwam het op veel plekken tot een zomerse dag, een dag met een maximumtemperatuur van 25,0 graden of hoger. Als het vandaag ook in de Bilt tot een zomerse dag komt is dit vroeger dan het langjarig gemiddelde, want in de periode 1981-2010 viel de eerste officiële zomerse dag gemiddeld op 18 mei. Over de periode 1991 tot nu valt de eerste warme dag gemiddeld op 14 mei.

Aantal officiële zomerse dagen sinds begin van metingen verdubbeld!
Een officiële zomerse dag is een dag waarop de temperatuur op hoofdstation De Bilt stijgt tot zomerse waarden. Het aantal officiële zomerse dagen per jaar is ten opzichte van 30 jaar geleden met maar liefst 56% toegenomen. Zo kwamen in de periode 1961-1990 gemiddeld 18 officiële zomerse dagen per jaar voor, in de periode van 1991 tot nu is dat aantal gestegen naar 28 officiële zomerse dagen!

Ten opzichte van de periode 1901-1930, het begin van de metingen, is het aantal officiële zomerse dagen meer dan verdubbeld. In die periode kwamen er per jaar gemiddeld 13 zomerse dagen voor. Nu hebben we dus 115% meer officiële zomerse dagen.

Het aantal zomerse dagen in De Bilt sinds het begin van de metingen. Zeker sinds de late jaren 90 zien we een duidelijke stijging.

 

Eerste officiële zomerse dag bijna 2 weken eerder
De datum waarop de eerste officiële zomerse dag van een jaar gemiddeld voorkomt, valt tegenwoordig gemiddeld bijna 2 weken eerder dan over de periode 1961-1990. In die periode viel de eerste officiële zomerse dag gemiddeld namelijk op 26 mei, terwijl deze tegenwoordig gemiddeld al op 14 mei valt. Tegenwoordig valt de eerste officiële zomerse dag gemiddeld dus 12 dagen eerder.

In 1906 moest men het langst wachten op de eerste officiële zomerse dag, die viel toen namelijk op 18 juli. De vroegste officiële zomerse dag kwam voor in 2007, toen viel deze op 14 april.

In Den Helder eerste zomerse dag 3 weken eerder dan 60 jaar geleden
Ook in Den Helder is het aantal zomerse dagen verdubbeld. Waar er in de periode 1961-1990 gemiddeld 5 zomerse dagen per jaar voorkwamen, komen sinds 1991 gemiddeld 11 zomerse dagen per jaar voor. Ook valt de eerste zomerse dag steeds vroeger. In de periode 1931-1960 viel de eerste zomerse dag gemiddeld op 21 juni. In de periode van 1961 – 1990 viel de eerste zomerse dag al duidelijk eerder, gemiddeld op 13 juni. Tegenwoordig, van 1991 tot nu, valt de eerste zomerse dag op 31 mei. Dat is dus twee weken eerder dan 30 jaar geleden en zelfs drie weken eerder dan 60 jaar geleden.

Vroeger soms jaren zonder zomerse dagen in Den Helder
Sinds de metingen zijn er elk jaar wel een paar officiële zomerse dagen geweest – het jaar met de minste officiële zomerse dagen is 1907, toen kwamen er slechts 3 zomerse dagen voor -, maar in Den Helder waren er ook enkele jaren zonder zomerse dagen. Zo kwam het vier keer voor, namelijk in de jaren 1910, 1916, 1940 en 1956 dat de temperatuur geen één keer op 25 graden of hoger uitkwam. Sinds 1956 is een ‘zomerloos jaar’ niet meer voorgekomen.

De eerste zomerse dag elk jaar in Den Helder. Er zijn enkele jaren zonder zomerse dagen. Al sinds 1957 is een ‘zomerloos jaar’ hier echter niet meer voorgekomen en de zomerse dagen vallen gemiddeld steeds vroeger.

 

In Maastricht 57% meer zomerse dagen
In Maastricht is het aantal zomerse dagen toegenomen van 23 in de periode 1961-1990 tot 36 in de periode van 1991 tot nu. Dit is een toename van 57%. De eerste zomerse dag is, net als in De Bilt, 12 dagen eerder dan 30 jaar geleden. Zo viel deze in de periode van 1961-1990 nog op 25 mei. Tegenwoordig is dat op 13 mei.

De Bilt steeds meer ‘landklimaat’
In Den Helder groeit het aantal zomerse dagen snel en ook valt de eerste zomerse dag hier steeds eerder. In De Bilt gaat dit relatief gezien langzamer en in Maastricht, gaat dit – hoewel zomerse dagen ook hier toenemen en steeds eerder vallen – het langzaamst. Dit betekent dat De Bilt qua zomerse dagen steeds meer naar Maastricht toe kruipt. Waar Maastricht in de periode 1901-1930 nog 69% zomerse dagen meer had (22 tegenover 13 in De Bilt) daar is dat tegenwoordig nog maar 29% meer (36 tegenover 28 in De Bilt).

Daarnaast ligt de datum dat de eerste zomerse dag valt gemiddeld steeds dichter bij elkaar. In de periode 1901 – 1930 viel de eerste zomerse dag gemiddeld namelijk 11 dagen eerder in Maastricht (14 mei tegenover 25 mei in De Bilt). In de periode 1931 – 1960 was dat nog maar 6 dagen (17 mei tegenover 23 mei) en in zowel de periode 1961-1990 als de periode van 1991 tot nu is het verschil in de eerste zomerse dag nog maar één dag. Qua zomerse dagen lijkt het klimaat in De Bilt dus steeds meer op dat van Maastricht, en dus zou je kunnen stellen dat het klimaat van het binnenland verder richting de kust verschuift.

De eerste zomerse dag in De Bilt en Maastricht. Opvallend genoeg viel deze in het begin van de 20e eeuw vaak vroeger dan halverwege/eind 20e eeuw, maar sinds de jaren ’90 zien we een duidelijke daling. Ook zien we dat de eerste zomerse dag in De Bilt steeds korter achter die in Maastricht valt.

 

Door: Daan van den Broek / Weer.nl

 

 

Meer Nieuws