Home > Nieuws > Onweer trekt zich niets aan van de rivier
Volg Weer.nl

Nieuws

Foto: Stux, bron: Pixabay.

Onweer trekt zich niets aan van de rivier

Je hoort soms nog wel eens: “Nou, die onweersbui komt de rivier niet over, hoor!” Hoewel grote wateroppervlaktes, zoals de Noordzee, wel degelijk invloed op buien en buienvorming hebben, trekt een donderbui zelf zich niets aan van een rivier.

Die wolken die bij onweer horen, worden in de meteorologie cumulonimbus (Cb) genoemd. Dit betekent letterlijk: gestapelde regenbrenger. Het zijn de meest imposante wolken die bestaan. Ze kunnen tot meer dan 15 kilometer hoog in de atmosfeer reiken. Hoe snel en in welke richting deze buien zich voortbewegen, wordt over het algemeen bepaald door de wind op enkele kilometers hoogte in de atmosfeer. Wat er lager in de atmosfeer en aan het aardoppervlak gebeurt, is voor koers en snelheid van de bui minder van belang.

Nieuw buiengedeelte met onweer

Vooral vroeger dacht men dat rivieren, stedelijke bebouwing of een heuvel onweersbuien konden stoppen of hen van richting deed veranderen. Ook nu denken sommigen dit nog, al zijn het er sinds dat we op ieder moment van de dag de weerradar kunnen bekijken wel minder geworden. Als het lijkt dat het steeds op dezelfde plek blijft donderen, komt dit niet omdat het onweer stilhangt, maar omdat een nieuw buiengedeelte met onweer is gearriveerd. Als een bui wel stil hangt, heeft dit te maken met het ontbreken van wind in de hogere luchtlagen. Hoogteverschillen in het landschap zoals bij de Utrechtse Heuvelrug en op de Veluwe, kunnen een bui dus niet sturen. Wel kan reliëf zorgen voor het ontstaan of (verder) activeren van regen- en donderbuien.

Microklimaat

Het Nederlandse reliëf en steden spelen wel degelijk een rol bij de ontwikkeling van onweersbuien. In steden is bijvoorbeeld sprake van een microklimaat. De temperatuur loopt hier vaak net (iets) hoger op dan op de officiële weerstations die buiten de stad staan. We noemen dit het stadseffect of hitte-eilandeffect. Dit microklimaat kan de thermiek die nodig is voor de vorming van regen- en onweersbuien versterken. Ook reliëf, zoals de Veluwe, doet dit. Het hoogteverschil veroorzaakt een beetje extra optilling in de atmosfeer; dat extra duwtje in de rug voor de bui zogezegd. Hierdoor kunnen buien onder invloed van de Veluwe iets activeren en dit verklaart waarom Apeldoorn bijvoorbeeld gemiddeld genomen één van de natste plaatsen in ons land is.

Noordzee en IJsselmeer

Ook rivieren zijn veel te klein om invloed uit te oefenen op onweersbuien. Maar de Noordzee en het IJsselmeer kunnen dit wel. Vooral in het najaar, wanneer het water relatief warm is. Deze warmte wordt dan afgegeven aan de luchtlagen erboven, waardoor de atmosfeer onstabiel wordt. Warme lucht is immers lichter dan koude lucht, waardoor de opstijgende bewegingen bij de onweersbui een extra impuls krijgen. Met zuidwestelijke wind kunnen onweersbuien die afkomstig zijn vanaf de Noordzee boven Noord- en Zuid-Holland in activiteit afnemen. Maar vervolgens trekken deze buien over het relatief warme IJsselmeerwater, waardoor ze op hun weg naar Friesland weer kunnen opleven. In het voorjaar is overigens het tegenovergestelde van toepassing en ontstaan buien vooral boven land, terwijl het koude water de vorming ervan tegenwerkt.

Vliegen de zwaluwen laag, dan is er kans op onweer

De zwaluw is een redelijk goede ‘onweersvoorspeller’. Nog tot augustus is deze vogel in ons land te zien. In augustus trekken ze weer richting Afrika, tot in Zuid-Afrika aan toe. Vaak verplaatsen deze vogels zich hoog in de lucht, waardoor we ze niet zien. Maar bij naderend onweer vliegen ze lager. Vandaar dat diverse spreekwoorden bij laagvliegende zwaluwen ook de link leggen naar naderend onweer. Als er onweer op komst is, heb je vaak met een onrustige atmosfeer te maken. Naast thermiek komen ook daalstromen en stevige wind voor. Zwaluwen zijn insecteneters. Insecten houden niet van dit weertype en gaan daarom lager vliegen dan normaal. Zwaluwen volgen dit voorbeeld om aan hun voedselbehoefte te blijven voldoen.

Door: Jordi Bloem / Weer.nl

Meer Nieuws