-
Veel voorkomend in de tuin: de koolmees. Vaak te zien met zijn kleinere evenknie; de pimpelmees. Foto: Mark Wolvenne.
De kerkuil. Heeft het moeilijk tijdens een strenge winter. Zichzelf warm houden bij vorst is voor deze soort een probleem. Foto: Grieta Spannenburg.
Dit is een roodborstje. Foto: Martha Kivits.
Deze uil heeft geen last van de kou: oeroluil. Foto: Grieta Spannenburg.
Het is zo simpel om kleine vogels in de tuin te krijgen. Een kleine dis en er komt al heel wat gevogelte op af. Foto: Burry van den Brink.
-
Vogels vrezen strenge winter26.10.2008 10:59
Velen hopen erop, maar uiteraard is lang niet voor iedereen een strenge winter iets om naar uit te kijken. Onbeschrijflijk lange files, onbegaanbare straten en hoge verwarmingskosten. Het zijn allemaal gevolgen waar we rekening mee moeten houden als Koning Winter ooit weer eens ECHT toeslaat in ons land. En hoe gaat het met de natuur, als we wekenlang in de vorst zitten of onder een sneeuwdek? In dit verhaal richten we onze blik op de vogels.
-
Advertentie
IJsvogeltje de dupe
Vogels kunnen zich in het algemeen aardig verweren tegen kou, maar ook voor hen zijn er grenzen. In een echte winter vechten vogels voor hun leven. Onder andere het kleine prachtig blauwe vogeltje waarvan de naam juist doet vermoeden dat ijs en sneeuw hem gunstig gezind zijn; de ijsvogel. Exemplaren van deze soort doen het de laatste jaren goed in ons landje. Onder andere door een fors aantal milde winters op rij, in combinatie met beekherstel en schoner water. In de jaren ’60 ging het uitermate slecht met de ijsvogel. Het kanaliseren van waterlopen was een van de hoofdschuldigen. Maar ook de strenge winter van 1963. Deskundigen vrezen dat een toekomstige zeer strenge winter de ijsvogelpopulatie weleens zou kunnen halveren.Kerkuil houdt er niet van
Een tweede soort die een hevige winter graag aan zich voorbij laat gaan, is de kerkuil. Het verenkleed van deze vogel is slecht in staat warmte vast te houden. Na de strenge winter van 1963 waren nog maar enkele tientallen broedparen over. Ook de winter van 1979 veroorzaakte een veldslag. Daar waar in de loop van de jaren 60 het aantal broedparen weer naar tegen de 1000 was gegaan, bleven er na die winter maar 100 stellen over.Aanpassingen tegen de kou
Tijdens een strenge winter zijn zowel de vrieskou als de sneeuwval voor vrijwel alle vogels problematisch. Het gaat dan niet zozeer over de lage temperaturen zelf. Je kunt ook zelf goed zien dat de meeste vogels hun verenpak mooi opbollen als extra isolatie. Ook heeft een aantal soorten extra mogelijkheden om lichaamswarmte zo langzaam mogelijk te verliezen. Zo voorkomen watervogels op het ijs een te grote afkoeling door minder warm bloed naar de zwemvliezen te laten stromen.Grootste probleem
In een strenge winter is de hoofdzorg: voedselvoorziening. Als de vorst in de grond zit, zijn wormen niet meer te vinden, bij ijzel zijn insecten in boombasten niet meer bereikbaar, bij sneeuw is het gras slecht toegankelijk. En dat terwijl vogels juist in een koude periode extra energie verbruiken en dus juist meer moeten eten. Kleine vogeltjes moeten hun lichaamstemperatuur op ongeveer 40 graden zien te houden. Daarvoor is veel voedsel nodig. Aangezien er ’s nachts niet wordt gegeten, moet tijdens de korte daglichtperiode genoeg eten beschikbaar zijn. Vervolgens verstoken deze kleine soorten soms wel een derde van hun lichaamsgewicht! Het devies is dus: eten eten eten!In de strenge winter van 1996 en 1997 zijn er veel mensen bezig geweest om vogels voor de dood te behoeden. Her en der zijn vogelsoorten door middel van visafval bijgevoerd. Reiger en aalscholver kunnen daar redelijk van profiteren. Bijvoeren werkt echter lang niet bij alle vogels. Roofvogels en uilen zijn dermate specialistisch en teruggetrokken dat hulp een heel stuk moeilijk is.
Voor de kleinsten
Natuurlijk zijn er heel wat vogelliefhebbers die hun tuin of balkon tot een kleine voedselhaven voor de gevederde vrienden omtoveren. En dat hoeft niet eens drastische maatregelen te omvatten. Een streng pinda’s, een vetblok, wat broodkruimels en daar zijn ze al: meesjes, roodborstjes, vinken. Soms is het zelfs beter om niets te doen, dan iets. Ik zou zeggen; laat de herfstbladeren lekker liggen, niet opruimen! Onder de blaadjes overwinteren heel wat slakken en insecten (voer voor de tuinvogels). Bovendien heeft dit nog een paar positieve bij-effecten; de grond wordt beschermd tegen vorst en wordt bemest.Bron: Meteo Consult, Vogelbescherming.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
