-
Het doorlopend neerslagtekort, gerekend vanaf 1 april tot en met gisteren. Alleen in Zuid-Limburg heerst een klein overschot. Het noorden kampt nog steeds met een tekort tot 200 liter water per vierkante meter (= millimeter) aan toe!
De uien staan er wel maar ze zijn veel te klein. De uien zijn half april gezaaid en hebben nog wat 'geluk' gehad van de natte winter, zodat ze wel zijn opgekomen. Maar de groei is er uit, waardoor ook dit gewas beregend wordt om zo de schade te beperken. Foto: Jannes Wiersema.
Hier ziet u een perceel wortelen. Ze zijn 6 weken geleden gezaaid en komen (op een spriet na) niet op. Als dit perceel niet zou worden beregend loopt de schade flink op: geen wortelen, geen oogst en geen geld. Het is een duur teeltprodukt. Foto: Jannes Wiersema.
De aardappelen. Deze situatie is normaal voor eind april, niet voor nu. Over het algemeen komen er te weinig aardappelen. De aardappelen die er aan zitten zijn nog niet groter dan knikkers. Normaal moeten ze met twee weken al dood worden gemaakt (men noemt dat loofklappen en spuiten), maar ik denk dat dat nog wel laat kan worden. Maar dan moeten wel luizen uitblijven. Luizen zijn een slechte zaak voor de aardappelplanten. Foto: Jannes Wiersema.
Een aardappelveld in het Drentse Meppen. Foto: Karin Broekhuijsen. Ook hier flinke droogte (minder extreem dan in Noord-Groningen), maar de aardappels zien er goed uit! Volgens Reinder Hoving, een boer die nu met pensioen is in Valthermond, is 95% van het oppervlaktewater in Drenthe geschikt voor beregening van aardappels, al blijft men ook hier nog alert voor bruinrot. In Noord-Groningen kan men helemaal geen oppervlaktewater gebruiken, want daar is het risico voor bruinrot uit het oppervlaktewater veel groter. Bovendien kunnen de aardappeltelers daar ook geen grondwater gebruiken, omdat er zout in zit.
De maïs in het Brabantse Rosmalen ziet er goed uit. Hier is het neerslagtekort op dit moment veel minder groot dan in het noorden des lands. Foto: Ans van Ballegooy.
Graanveld in Meppen, Drenthe. Foto: Karin Broekhuijsen.
-
Droogte Noord-Nederland extreem24.06.2008 10:14
Nog altijd is het neerslagtekort in het noorden van het land extreem groot, hierover hebben we overigens al eerder deze maand bericht. De tekorten zijn nu vergelijkbaar met zo'n beetje vier keer de normale hoeveelheid maandneerslag! En met de weersverwachting voor de komende dagen in het achterhoofd is er geen verandering op komst. Verder bevinden we ons in de tijd van het jaar waarin de verdamping maximaal kan zijn. Dat gebeurt op zeer zonnige en dagen met een stevige (drogende) wind. Er geldt: hoe droger de lucht en hoe meer wind, des te meer water er kan verdampen. In het zuiden van Nederland is het tekort een stuk minder en in Zuid-Limburg heerst zelfs een neerslagoverschotje. Dit alles geldt vanaf 1 april en wordt bijgehouden tot en met 1 oktober. Recordjaar voor wat de droogte betreft blijft voorlopig 1976, maar 2008 zit nog in de 'race' om uit te groeien tot één van de vijf droogste jaren.
-
Advertentie
Vooral voor de land- en tuinbouw is het van groot belang om de hoeveelheid verdamping in de gaten te houden. Uit kale grond verdampt weinig, anders is dat op begroeide terreinen waar plantenwortels in de bodem zuigen om vocht te onttrekken aan het grondwater. Hoeveel vocht planten kunnen opzuigen, hangt af van de worteldiepte en het type bodem: bij zware klei en zand is ongeveer 12% van het vocht beschikbaar, maar in een veengrond is zo'n 54% beschikbaar. De beschikbare hoeveelheid vocht hangt af van de verhouding tussen de neerslag en verdamping. Het is niet eenvoudig om de verdamping aan te geven, omdat ook de planten zelf een rol spelen in het proces. Sterk groeiende planten zorgen voor veel verdamping, maar hebben ook veel vocht nodig. Zowel regen als zon bevorderen de groei, maar op droge, zonnige dagen moet het benodigde vocht uit de bodem komen. Bij droogte wordt het steeds moeilijker voor de plant om vocht uit de bodem te zuigen, waardoor deze minder groeit. Voor landbouwgewassen is dat van belang, want minder groei betekent ook minder opbrengst. Met de groeiafname neemt ook de verdamping af: de verdamping is dus ook een maat voor de opbrengst.
De 18de eeuwse onderzoeker Petrus van Musschenbroek had dat al door. Hij begon als eerste de "uitwaseming" te meten met behulp van een met water gevulde bak. Tegenwoordig wordt de rekenmethode van Makkink gebruikt. Om te kunnen vergelijken met andere gewassen gebruikt men de zogeheten referentie-gewasverdamping en deze heeft betrekking op een van voldoende vocht voorzien grasland. Met behulp van gewasfactoren kan de verdamping voor andere planten/gewassen worden bepaald waarbij rekening wordt gehouden met het ontwikkelingsstadiums van de verschillende planten (in blad, zonder blad) of gewassen (jong, volwassen, afrijpend). Wanneer zich een duidelijk vochttekort in de bodem voordoet, is de werkelijke verdamping kleiner dan de gewasverdamping. Voor boeren is de gewasverdamping zeer nuttig, zij kunnen aan de hand hiervan bepalen hoeveel water hun gewas nodig heeft om optimaal te kunnen blijven groeien en of zij, indien mogelijk, wel of niet hoeven te beregenen.
De referentie-gewasverdamping hangt sterk samen met de zonnestraling en is 's zomers daarom veel groter dan 's winters. In De Bilt verdampt er door het referentie-gewas jaarlijks ongeveer 540 mm. In de hele maand januari is de verdamping ongeveer 8 mm, ten opzichte van 90 mm in juli. In april en mei verdampt er gemiddeld ongeveer 2,5 mm per dag, maar op zonnige dagen verdampt dan al de dubbele hoeveelheid. En op zeer warme, zonnige en winderige dagen in juli kan de verdamping wel 7 mm per dag bedragen.
Hoe dan ook, de boeren in met name het noorden van Groningen kampen met lage opbrengsten en ongunstige prijzen. Mede omdat er continu beregend moet worden, en dat is een enorme kostenpost. Om de kosten enigszins te beperken wordt er dan ook 's nachts gesproeid, omdat er dan weinig tot geen water verdampt. Na een natte winter werd het voorjaar dus uitzonderlijk droog en ook de voorzomer begint nu op die manier. Jannes Wiersema houdt de stand van de gewassen voor ons in de gaten in het Groningse Roodeschool en directe omgeving. Zie de foto’s en zijn beschrijvingen hiernaast. Daar leest u ook hoe de situatie in bijvoorbeeld Drenthe is.
Zeker de komende vijf dagen zullen droge perioden met zon blijven overheersen, zodat de verdamping op peil blijft. Beregenen blijft dus - helaas voor de agrariërs - noodzakelijk. En dat geldt overigens niet alleen voor Noord-Nederland....
Bron: wikipedia, Meteo Consult, Jannes Wiersema, Reinder Hoving.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
