Aangevreten wolken

Advertentie
  • Satellietbeeld van donderdagochtend om half elf. De bewolking was al op steeds meer plekken aan het openbreken.

    Satellietbeeld van half twee donderdagmiddag. Grote delen van het land kenden al (flink) wat zon.

    De luchtdrukkaart van donderdagochtend. Een langgerekt hogedrukgebied heeft een filiaal boven onze omgeving. Hogedrukgebieden worden gekenmerkt door dalende luchtbewegingen. Deze dalende luchtbewegingen zorgden ervoor dat de bewolking van bovenaf werd aangetast. Ook van onderaf werden de wolken echter 'aangevreten'.

    De kaart met luchtdrukpatronen, wat verder ingezoomd op onze omgeving. Daarbij zijn de trajecten aangegeven die luchtpakketjes op ongeveer anderhalve kilometer hoogte tussen 2 uur in de nacht tot 14 uur in de middag hebben afgelegd (de luchtstroming rondom een kern van hoge druk is met de wijzers van de klok mee). De kleur blauw geeft aan dat het luchtpakketje daarbij gedaald is ten opzicht van het vorige tijdstip (om de 3 uur is een blokje afgebeeld).

    Her en der waren waren donderdagochtend vroeg al scheuren en gaten in de bewolking te zien. Foto: Willy Steenkamp, Loil, Gelderland.

  • Aangevreten wolken
    13.09.2007 11:59

    Na een op veel plaatsen grijze start met in het midden en zuiden van het land op veel plaatsen zelfs mist, werd het in de loop van de donderdagochtend al lichter. Nadat donderdagochtend vroeg de zon zich slechts her en der eventjes had laten zien, begon in de loop van de ochtend op steeds meer plaatsen de bewolking open te breken. Dit had niet zozeer met het ‘wegdrijven’ van de bewolking te maken, maar meer met het feit dat deze langzaam werd ‘aangevreten’.

    • Advertentie



    Dit ‘aanvreten’ gebeurde van twee kanten: van bovenaf en van onderaf. Van onderen gebeurde dit als gevolg van een proces dat vrijwel elke dag plaatsvindt: het onstabiel worden van de onderste lagen van de atmosfeer. Als de zon opkomt wordt het aardoppervlak opgewarmd en daarmee de lucht erboven. Ook als het bewolkt is, gebeurt dit, zij het in minder sterke mate dan wanneer de zon ongehinderd haar warmte aan het aardoppervlak kan afgeven.

    Door deze opwarming van de lucht werd de lucht ook deze donderdag onstabiel. Dat wil zeggen dat luchtbellen vanaf het aardoppervlak opstegen, doordat ze warmer (en daardoor lichter) werden dan de koelere lucht erboven. Bij het opstijgen van die lucht ontstonden wervelingen, waardoor de warmere en relatief droge opstijgende luchtbellen van onderaf vermengd werden met de vochtigere koelere lucht erboven. Per saldo zorgden deze mengingen ervoor dat de lucht van onderaf steeds iets warmer en relatief droger werd. Hierdoor bevonden zich dus steeds dus minder waterdruppeltjes in de hogere luchtlagen. In concreto betekende dit dat de wolken, die vooral op 1 tot 1,5 kilometer hoogte aanvankelijk overal hardnekkig aanwezig waren, van onderaf aangevreten werden. De bewolking werd dunner.

    Aan de bovenkant was iets anders aan de hand dat het oplossen van de bewolking nog verder stimuleerde: ‘subsidentie’. ‘Subsidentie’ is een meteorologische term voor het voorkomen van dalende bewegingen in hogedrukgebieden. Die dalende luchtbewegingen zorgden er voor dat de wolken ook van bovenaf ‘aangevreten’ werden. Dalende lucht warmt namelijk op, waardoor ze meer vocht in gasvorm kan bevatten en dus een deel van de wolk verdampt. Door de aanhoudende dalende luchtbewegingen zette dit proces zich donderdag gestaag voort. Op deze manier werd de bewolking ook van bovenaf steeds verder aangetast.

    Dus: zowel van onder (door menging en uitdroging van de onderste luchtlagen als gevolg van toenemende onstabiliteit) als van boven (door aanhoudende dalende luchtbewegingen als gevolg van hogedrukwerking) werd de bewolking gedurende de dag steeds dunner.

    Overigens is dit een simpele versie van de werkelijkheid, die in feite, zoals altijd in het weer, een stuk complexer en weerbarstiger was. Ook vele andere factoren speelden een rol. Zo zorgden de opstijgende luchtbellen - die dus voor de meningen en uitdroging van onderaf zorgden – bijvoorbeeld zelf ook voor het ontstaan van nieuwe bewolking. Opstijgende warme lucht koelt bij het opstijgen namelijk af, waardoor bij genoeg vocht en genoeg afkoeling, het juist ook weer tot condensatie en wolkvorming kan komen. Op veel plaatsen waar de zon doorbrak – en zelfs vaak al daarvoor – ontstonden stapelwolken. Op andere plaatsen werd de ‘oude’ bewolking die aan het verpieteren was, aangevuld met meer aaneengesloten wolkenvelden die de zon daar langer wisten tegen te houden dan elders.

    Wilt u weten wanneer bij u de zon doorbreekt, of hoeveel zon u de komende dagen nog kunt verwachten? Bel dan de Meteo Consult Weerlijn: 0900-9725 (50 cent/ min.). Of bekijk de weersverwachingen via uw mobiele telefoon. Voor informatie over de vele andere (weer)diensten van Meteo Consult klik hier.

    Afbeelding homepage: uitsnede foto door Willy Steenkamp.

    Bron: Meteo Consult

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter