-
"Wat een rijp, wat een sneeuw..."
"vrijdag 9 en zaterdag 10 januari. Wat waren dat een top schaatsdagen, en in dat winterdecor..."
"Ik ben hier nooit verder gekomen dan anderhalve centimeter..."
"En dan heb ik in feite nog geluk gehad, want iets verder naar het noorden en westen lag er zelfs helemaal niets."
"Maar op zondag 23 november heb je wel zeven centimeter sneeuw gehad."
"In de middag bleef die sneeuw op straat niet eens liggen."
"Wat heb ik aan een dun sneeuwlaagje dat, terwijl de sneeuw nog valt, al aan het wegsmelten is?"
"Op de avond van de 3e februari viel er alweer anderhalve centimeter..."
"Je zou maar in Dokkum wonen. 'Wat een prutwinter' zullen de weerliefhebbers daar zeggen..."
-
Een winterdiscussie02.03.2009 10:40
De meteorologische lente is begonnen en dus is het tijd voor een terugblik naar de drie wintermaanden, die nu achter ons liggen. Gewoonlijk doen we dat aan de hand van diverse cijfertjes, waarbij het opgetreden weer aan de klimatologie wordt getoetst.
-
Advertentie
Ditmaal willen we dat eens anders doen. We bekijken de voorbije winter door middel van een (verzonnen, maar mogelijke) discussie tussen twee weer- en winterliefhebbers, die ieder een eigen mening hebben over de winter van 2009.
Onno Optimist en Peter Pessimist.
Deze discussie wordt gevoerd door de twee verzonnen personen, Onno Optimist en Peter Pessimist. Beide zijn weergek en liefhebber van winterweer, maar hebben ieder zo hun eigen kijk op de atmosferische gebeurtenissen buiten. Uit de namen kunt u wel vermoeden hoe een ieder tegen het weer aankijkt. In de navolgende discussie wordt Onno Optimist met ‘OO’ aangeduid en Peter Pessimist met ‘PP’.
De discussie.
OO: “Nou, we hebben gelukkig weer eens een echte winter gehad. Flink wat sneeuw en na twaalf jaar heb ik eindelijk weer eens langer kunnen schaatsen dan op één verloren dagje. Vooral vrijdag 9 en zaterdag 10 januari. Wat waren dat een top schaatsdagen, en in dat winterdecor… wat een rijp, wat een sneeuw…”
PP: “Wat een sneeuw??? Ja, bij jou misschien, maar hier ben ik nooit verder gekomen dan anderhalve centimeter. En dan heb ik in feite nog geluk gehad, want iets verder naar het westen en noorden lag er zelfs helemaal niets. Ik denk dat ze daar maar zelden een zo sneeuwarme winter hebben meegemaakt.”
OO: “Maar ik meende dat jij op die zondag in november, de 23e was dat geloof ik, wel zeven centimeter sneeuw hebt gehad. Dat was toch een prachtige dikke laag? Je vertelde toen zélf dat je maar zelden méér verse sneeuw had gehad. Niets te klagen toch, zou ik zeggen…”
PP: “En toch doe ik dat. Ik ben helemaal niet tevreden over de hoeveelheid sneeuw van de afgelopen winter. Die sneeuw van 23 november viel in het begin van het seizoen, dan liggen je eisen nog niet zo hoog. Inderdaad kon ik in de avond zéér kortstondig zeven centimeter meten, maar vraag niet hoe. Die sneeuw was kletsnat, één voetstap verwoestte die prachtige wittigheid. Trouwens, ‘s middags bleef die sneeuw op straat nog niet eens liggen. Maandagochtend was de sneeuw op de straten al vrijwel weg en regende het wat. Natuurlijk bleef de sneeuw die later die ochtend viel, daarom niet meer liggen, alles was veel te nat. Dat was trouwens de makke van deze hele winter.”
OO: “Hier heeft deze winter méér sneeuw gelegen dan in menige andere winter. In januari al ruim een week vijf tot acht centimeter en ook in februari heeft er regelmatig een laagje gelegen. Maar jij hebt de afgelopen maand toch ook een boel sneeuwdagen gehad, maar liefst dertien, meen ik?”
PP: “Dat klopt, met de kwantiteit is niets mis, maar de kwaliteit… Acht van die dertien dagen kwamen niet verder dan wat natte vlokken tussen de regen door en op een aantal andere dagen viel er ‘echte’ sneeuw, die echter zo nat was, die hij nauwelijks bleef liggen. In feite viel alle sneeuw deze winter als natte sneeuw. Zelfs dat onverwachte laagje van alweer die beruchte dikte van één tot anderhalve centimeter op de avond van 3 februari, resulteerde in een aftapping van 4.2 mm, dus driekwart was al gesmolten. O ja, één maal hebben we ’s nachts geheel droge sneeuw gehad, die wél meteen bleef liggen. Die ‘laag’ was maar liefst één millimeter dik, naar boven afgerond, maar goed, het zag wit…”
OO: “Ja zeg, op die manier zal je bijna nooit tevreden worden gesteld, of er moet een winter van à la 1979 volgen. Ik heb maar zelden zoveel sneeuw gezien als in de afgelopen winter!”
PP: “O, ik weet ook wel dat je een winter als die uit 1979 misschien maar één keer in je leven meemaakt. Maar wat heb ik als sneeuwliefhebber aan een dun sneeuwlaagje dat al aan het wegsmelten is terwijl de sneeuw nog valt? Oké, begin januari had ik acht sneeuwdekdagen op rij. Dat was mooi, maar ook dat was niet meer dan anderhalve centimeter op zijn best. Van zo een sneeuwdikte word ik niet warm of koud, al is het beter dan niets, natuurlijk.
OO: “Maar kijk eens naar de vorst die we hebben gehad! Fantastisch toch? Maar liefst vier nachten met zeer strenge vorst en eenmaal kwam ik zelfs onder de -20 graden uit! Als ik dat geen winter meer mag noemen, dan weet ik het niet meer. In twee weken tijd heb ik ruim 80 Hellmannpunten gescoord! Ik moet twaalf jaar teruggaan naar 1997, om er meer tegen te komen in een zo korte periode!”
PP: (spottend) “Ja het was een hele strenge winter… Ik had hier zowaar 50 Hellmannpunten, maar daarmee deed ik het nog stukken beter dan het noorden van het land. Je zou als schaats- en sneeuwliefhebber maar in Dokkum wonen, nota bene een Elfstedenstad! Ik denk dat ze daar amper 30 punten hebben gehaald en pas in februari werd het daar voor het eerst écht wit door sneeuwval. ‘Wat een prutwinter’, zullen de weerliefhebbers daar zeggen. Deze ‘barre’ winter wist nog niet eens die van 2003 voorbij te streven. Moet ik daar nu blij mee zijn? Nog nooit, sinds het begin van de metingen in 1706, heeft de meest vorstrijke winter van een decade zo weinig vorst opgeleverd als in déze decade die bijna om is, dus ik heb genoeg reden om te klagen.”
OO: “Toch heeft deze winter aangetoond dat er ook in het nieuwe klimaat op winters gebied heel wat mogelijk is. Kijk eens om ons heen! In de wintersportgebieden ligt al maandenlang een vracht sneeuw en zelfs Engeland is een tijdje verlamd geweest door zware sneeuwval. Qua temperatuur hebben we een koude winter beleefd, en dat hebben we ook al een tijdje niet gezien. Bovendien was de winterpotentie op de weerkaarten steeds erg hoog!”
PP: “Potentie… potentie… daar heb ik wat aan. Als al die ‘droomkaarten’ voor pakweg tien tot veertien dagen vooruit steeds waren uitgekomen, dan hadden we deze eeuw nog niet één winter gehad met minder dan honderd Hellmannpunten. Dat maakt het trouwens alleen maar erger. Al die sneeuw die overal viel, behalve hier! En als het dan tóch niet wil winteren, zie ik dat liever ook niet in de kaarten terug, want zelfs de meest eensgezinde weerkaarten en pluimen lijken tegenwoordig geen enkele garantie meer te bieden voor winterweer. Nee, zachte oplossingen komen gewoon uit en de koude worden gewoon minder koud als het heden nadert en in het ‘hier en nu’ is er bijna niets meer van overgebleven. Nee wat dat betreft ben ik de laatste jaren al minstens honderd keer teleurgesteld. Maar toegegeven… éénmaal hebben de modellen het goed verwacht, en dat was met de koude-inval van Kerst vorig jaar. Nee, deze winter heeft daarna gewoon twee leuke weekjes opgeleverd, maar na 11 januari was het over en uit, en hebben we werkelijk niéts meer gehad, potentie of niet. Wat dat betreft is deze winter net zo mislukt als die uit 1997.”
OO: (kijkt dromerig voor zich uit) “Wat een topwinter was dat… Ik heb het toen begin januari nog nooit zo hard zien vriezen. En dan natuurlijk de Elfstedentocht op zaterdag 4 januari, een mooiere bekroning van een vorstperiode kan je je niet voorstellen. Maar het fraaie was dat het helemaal niet daarna ging dooien. Nog een week lang bleef het hard vriezen, toppie!”
PP: Natuurlijk, dat was een schitterende vorstperiode, maar wel vrijwel sneeuwloos, wat mij als sneeuwliefhebber pijn doet. En dan het vervolg… nog erger dan dit jaar ging die winter na 11 januari als een nachtkaars uit. Nee, ik vraag mij werkelijk af, waar zijn die echte winters van weleer gebleven?”
OO: (overhandigt PP een boek) “Dan kan ik je dit boek aanraden, ‘winters van toen’, geschreven door Harry Otten, Reinout van der Born, Tom van der Spek en Jaap van Suchteren. Daarin staan de koudste winters van de afgelopen eeuw beschreven en het staat vol met prachtige foto’s. Je mag het wel van mij lenen…”
PP: (pakt het boek aan) “Dank je. Daar ga ik dan van de zomer, op een zwoele dag, lekker gezeten in de tuin, in lezen. Maar het zal wel net zo’n prutzomer worden als vorig jaar…”
OO: “Ik vond die zomer zo slecht nog niet. Maar nu ga ik mijn boeltje pakken.”
PP: “Waar ga je naar toe?”
OO: “O, nog even een weekje naar Oostenrijk. Lekker van de sneeuw genieten!”
Tot zover deze discussie. Met wie kon u zich vereenzelvigen? Met Piet Pessimist of Onno Optimist? Maar wellicht heette u René Realist….
Bron: Meteo Consult, en Weerwoord. Met dank aan Alwin, Ernest, Frank, Frans, John, Katya, Kimme, Ronald, Ruben, Saskia, Seppie, Stefan, SuperPete, Sytse, Takkie, Wim en al die andere Weerwoordleden, die de inspiratiebron vormden voor de bovenstaande discussie. Foto’s: Tom van der Spek.
Door: Tom van der Spek
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
