Putweer

Advertentie
  • De totale neerslaghoeveelheid tot en met 9 uur maandagochtend, volgens de neerslagradar. In de blauwe gebieden is meer dan 20 mm gevallen. De plek waar de neerslagzone zondagavond een tijd bleef stilliggen met een noordoost-zuidwest oriëntatie, is nog duidelijk herkenbaar.

    De neerslaghoeveelheden op de KNMI-meetstations, tot en met 10 uur vanochtend. Bron: KNMI.

    Op heel wat plekken is er tussen 10 en 30 mm hemelwater gevallen, wat deze regenmeter ook aangeeft. Foto: Margreet van Vianen.

    De ECMWF weerkaart, geldig voor vanmiddag 14 uur. Het lagedrukgebied aan de grond ligt precies boven ons land.

    De ECMWF weerkaart van hetzelfde tijdstip, van de hoogte van het 500 hPa-vlak. De koude put in de bovenlucht ligt boven noordelijk Midden-Duitsland, maar dicht tegen onze oostgrens aan.

    De grondkaart van 9 augustus 1951 om 02 uur, vertoont veel overeenkomsten met die van vanmiddag. Ook op deze kaart ligt er een depressie precies boven ons land, al is dit lagedrukgebied wel wat omvangrijker en dieper. Bron: Wetterzentrale.

    Ook het bovenluchtpatroon vertoont grote overeenkomsten. De koudeput lag toen iets ten westen van het laag aan de grond. Bron: Wetterzentrale.

    Het weerbeeld op een aantal stations op 9 augustus 1951. In De Bilt viel 30 mm neerslag. Bron: nlweer.com.

  • Putweer
    16.08.2010 10:57

    Augustus heeft tot dusver in ons land niet het zomerweer gebracht dat menigeen zich had gewenst. Het aantal geheel droge dagen was op één hand te tellen en op veel plaatsen wist de temperatuur op nog geen enkele dag de 25 graden te bereiken. Toch vertoefde het kwik ’s middags wel vaak op een aangenaam peil van zo’n 21 tot 24 graden. Prettige zomerdagen ontbraken dan ook niet, zoals afgelopen zaterdag, maar inmiddels beleeft de zomer toch een duidelijk dieptepunt.

    • Advertentie



    Verantwoordelijk hiervoor is een afgesnoerde bel koude lucht in de hogere luchtlagen, een zogenaamde koudeput. Het is dan ook uitgesproken ‘put’-weer, waarbij de regenmeters goed werden gevuld. Het blijkt dat op een augustusdag uit het verleden waarop een bijna recordhoge neerslagsom werd gemeten, de weersituatie verrassend veel leek op die van nu.

    Putweer.

    Al sinds het afgelopen weekend hebben we te maken met een koude put, die een mooi rondedansje om ons land heen heeft gemaakt. Zondag lag deze op de Noordzee, ongeveer halverwege tussen Noordoost-Engeland en Texel. Via de Straat van Dover trok deze naar Noord-Frankrijk. Hierdoor kwam gisteren bij ons de wind op hoogte uit oostelijke richtingen, terwijl de grondwind noordelijk was. Aan de grond lag het lagedrukgebied namelijk boven de noordelijke helft van Duitsland.

    Dat de neerslag brengende bewolking zich in het overgangsgebied bevond van beide windrichtingen, was gisteravond aan de neerslagradarbeelden goed te zien. Er ontwikkelde zich een actief regengebied, dat zowel naar het westen als naar het zuiden bewoog. De westelijke begrenzing van dit gebied kwam wel twee uur lang met een noordoost-zuidwest oriëntatie vrijwel tot stilstand en dat leverde grote verschillen op vrij korte afstand op. Daar waar het in de regio Wageningen bleef druppelen met totaal slechts 0,8 mm, viel er tegelijkertijd in de regio Arnhem-Nijmegen rond 15 mm! Uiteindelijk kwam het hele gebied toch in beweging en begon het later in de avond ook verder westwaarts te regenen. Op het cumulatieve radarbeeld tot 9 uur vanochtend (zie hiernaast), is die zone nog goed herkenbaar.

    Uiteindelijk is de meeste neerslag in Zuid-Limburg gevallen, waar het niet alleen vannacht, maar ook zondagmiddag met bakken naar beneden kwam. Daar werd tussen 50 en 60 mm afgetapt. Erg nat was het ook in Vlaanderen, nabij de grens met Zeeuws-Vlaanderen, waar Gent 61 mm kon aftappen.

    Daar waar het eerst het idee was dat de neerslagzone boven Zeeland zou blijven slepen, is deze toch wat verder doorgezwaaid, zodat Zeeland niet de grote neerslagsommen kreeg die zondag voor vandaag waren verwacht. Vanmiddag om 14 uur lag de koude put boven noordelijk Midden-Duitsland tegen onze oostgrens aan en de depressie aan de grond precies boven ons land (zie hiernaast). We zijn er dan ook nog niet vanaf en kunnen daar zeker nog een dag ‘plezier’ van hebben. Op veel plaatsen gaat het vanavond en vannacht wederom regenen met een buiig karakter en ook morgen overdag schijnt de zon vooral achter de wolken en regent het opnieuw geruime tijd. De neerslagtotalen van zondag tot en met dinsdag bij elkaar opgeteld zullen op de meeste plaatsen dan tientallen, en lokaal vele tientallen millimeters bedragen!

    9 augustus 1951.

    Augustus is de maand bij uitstek dat er bij tijd en wijle een forse hoeveelheid neerslag valt. Niet altijd zie je dat in de aftappingen precies terug, omdat de totale neerslag door het moment van aftappen in stukken wordt geknipt. Zeker in een situatie zoals nu, waarbij één depressie een aantal dagen lang het weer beheerst, wordt de vele regen in een drietal etmaalaftappingen opgespitst. Soms heeft men ‘geluk’ en zit de regen in één etmaal samengebald.

    Zo is de hoogste neerslagsom die sinds 1950 in ons land is gemeten, 148 mm in Amsterdam, die viel op 9 augustus 1951 en dus in dezelfde tijd van het jaar als het huidige waterballet. Pakken we de weerkaarten er van die dag er bij, dan zien we verrassende overeenkomsten met die van vandaag (zie hiernaast). Ook toen lag er een depressie vrijwel boven ons land, die echter nog wel wat dieper was dan die van vandaag. Ook destijds was deze storing gekoppeld aan een goed ontwikkelde koudeput in de bovenlucht, die toen iets ten westen van het grondlaag was te vinden, terwijl deze nu juist iets ten oosten van het laag is te vinden. Net als nu, is de koude put ook aan de temperaturen op het 850 hPa-vlak goed zichtbaar. De koudste lucht lag toen boven de Britse eilanden, terwijl aan de oostflank van de put, behoorlijk warme lucht over de Balkan naar het noorden werd gevoerd. We zien vandaag in feite hetzelfde beeld.

    Helaas zijn de weergegevens uit 1951 niet zo uitgebreid als heden ten dage, maar in ieder geval werd er die dag in De Bilt 30 mm afgetapt en zal er in ons land wellicht een groot gebied zijn geweest met vergelijkbare, of (veel) hogere neerslagsommen. Het moet een echte anti-zomerdag zijn geweest met aan zee een stevige noordwestenwind, maximumtemperaturen van 18 tot 20 graden, maar toch nog wel wat zonneschijn. De zomer van 1951 was sowieso geen hoogvlieger, maar juist in augustus beleefde de zomer toen een dieptepunt.

    De moraal van dit verhaal moge duidelijk zijn en we geven deze in de vorm van een alternatieve weerspreuk: “doorbreekt in augustus een koudeput de dagelijkse weersleur, leg dan alvast de zandzakken voor de deur!”

    Bronnen: Meteo Consult, KNMI, Wetterzentrale, nlweer.com, weerwoord. Foto voorpagina: Karin Broekhuijsen.

    .

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter