-
De dag na kerst kunnen de eenden al de ijzers onderbinden. De mensen moeten dan nog een paar dagen geduld hebben.
Op ondiepe slootjes kan men een tweetal dagen later een eerste poging wagen.
De weerkaart volgens de controlerun van het ECMWF, van 21 december 12 uur. De kaart is geldig voor 2 januari 2009; 12 uur. Een noordelijke stroming met zeer koude lucht (op rond 1500 m hoogte daalt het kwik tot onder de -10 graden) zorgt ervoor dat er wellicht sneeuwbuien gaan vallen en die koude lucht houdt het kwik, ondanks het feit dat de wind deels van zee komt, in een groot deel van het land onder nul.
De weerkaart voor dezelfde dag, volgens de controlerun van het ECMWF van vandaag, 22 december 0 uur. Geen noordelijke stroming met zeer koude lucht, maar wel een rug in de buurt die nauwelijks wind, of een zwakke oostelijke stroming veroorzaakt. Ook in dat geval is het koud.
De weerkaart van het Ncep van 0 uur, geldig voor dezelfde dag, is hopelooos voor de winterliefhebber. Een krachtige zuidelijke stroming, met aanvoer van zachte lucht. Als de koude plaklaag is opgeruimd, is het dan gedaan met de winter.
Het zal goed oefenen zijn voor de kindjes, die voor het eerst de schaatjes onderbinden...
Precies een jaar geleden kon er ook worden geschaatst, met als decor prachtig berijpte bomen.
Of dit beeld van schaatspret in januari 2009 gerealiseerd kan worden, is nu nog een groot vraagteken, maar onmogelijk is het niet!
-
Winterperspectieven22.12.2008 12:52
De harten van de schaatsliefhebbers gaan steeds sneller kloppen. Naarmate de kerstdagen naderen, neemt de eensgezindheid in de diverse weermodellen toe. Vooral het ECMWF berekent al dagenlang dat in de loop van eerste kerstdag koude lucht met een opstekende oostelijke wind ons land bereikt, die dan voorlopig onze streken niet meer zal verlaten. Enige dwarsligger in deze is het Amerikaanse model, dat eerst het veelbelovende ‘winterhoog’ al snel naar het zuidoosten liet wegzakken en ook vandaag de wind in onze streken na een aantal dagen via zuidoost naar zuid laat draaien met daarbij op grotere hoogte aanvoer van zachtere lucht. Zo rond nieuwjaarsdag wordt in deze berekeningen de winter een doodsteek toegebracht, iets waar de overige modellen absoluut niet toe overgaan. Er liggen dus fraaie perspectieven voor de schaatsliefhebbers.
-
Advertentie
Modelbespreking
Alle modellen zijn het er vandaag over eens dat het krachtige hogedrukgebied dat boven Noord-Frankrijk ligt, de komende dagen een omtrekkende beweging gaat maken. De belangrijkste kern verschuift woensdag al naar Engeland, om vervolgens in de kerstnacht op te bouwen richting Zuid-Scandinavië. Vervolgens zien we tot in het weekeinde na kerst een krachtige hogedrukgordel liggen van Zuid-Scandinavië naar de Baltische staten, al kantelt het oostelijke deel van het hogedrukgebied aanstaande zondag wat naar Noord-Polen.
Deze ontwikkeling staat in ons land garant voor een aantal dagen met koud winterweer. Met een aanhoudende oostelijke wind gaat het ’s nachts licht tot matig vriezen en de eerste nacht waarin dat gaat gebeuren, is de nacht van eerste op tweede kerstdag. Overdag stijgt het kwik tot rond het vriespunt en er zullen zeker plaatsen zijn waar meerdere ijsdagen kunnen worden genoteerd, tijdens welke het de hele dag blijft vriezen. Het zal daarbij tamelijk zonnig zijn, dus sneeuw wordt er niet verwacht. Hooguit zullen er een paar wolkenvelden die boven de nog relatieve warme Oostzee ontstaan, ons land kunnen binnendrijven.
Nieuwjaarswinter?
Gedurende de laatste dagen van 2008 ligt het winterse hogedrukgebied nog steeds in een gunstige positie, maar neemt de onzekerheid in de ontwikkeling in de diverse berekeningen wel toe. Langzame dalende luchtbewegingen in het hogedrukgebied maken dat de bovenlucht geleidelijk opwarmt en droger wordt, maar de onderste lagen van de atmosfeer zijn en blijven koud. We kijken dan zo’n tien dagen vooruit, en het is logisch dat er op die termijn nogal wat onzekerheden in de weersverwachting sluipen, hoe vaak komt het immers niet voor dat er op die termijn geen pijl valt te trekken op de weersontwikkelingen? Voor winterliefhebbers zijn de kaarten zoals de 0u run van de Ncep (het Amerikaanse model) ons voorschotelen, het minst boeiend. Met een naar het zuidoosten wegzakkend hoog draait de wind naar zuidoost en later zuid. De bovenlucht warmt nog verder op en hoewel het aanvankelijk aan de grond nog koud is, zijn deze ontwikkelingen op termijn ronduit hopeloos te noemen.
De ontwikkelingen volgens het ECMWF zijn interessanter. Het hogedrukgebied zakt in deze berekeningen helemaal niet naar het zuidoosten weg, maar trekt juist langzaam naar het westnoordwesten, om zich met oud en nieuw iets ten zuiden van IJsland te nestelen. Gegeven deze ontwikkeling draait de wind bij ons naar meer noordelijke richtingen, waarmee zachtere zeelucht vooral de kustprovincies zou kunnen veroveren. Aan de oostflank van dit hoog komt echter een transport van zeer koude vrieslucht op gang, die over Scandinavië zuidwaarts plonst. Een tijdelijke lichte dooi is dan de voordelige prijs die menige winterliefhebber gaarne zou willen betalen, om daarna als beloning volop in de winter te geraken!
Hoe we alles ook wenden of keren, zoals de kaarten er nu bijliggen, is de kans zeer groot dat we in ons land een periode met serieus winterweer gaan krijgen, die vanaf tweede kerstdag tot tenminste de jaarwisseling zal aanhouden en mogelijk nog (veel) langer! Daarmee is het zo goed als zeker dat er op oudejaarsdag op veel plaatsen op ondiepe vijvers, sloten en vaarten geschaatst kan worden. Volgens de ijspuim van het KNMI groeit de ijsdikte gestaag. Op oudejaarsdag is de ijsdikte volgens het gemiddelde van de pluim bijna acht cm.
Het Hellmanngetal.
Gezien de winterse vooruitzichten is het leuk om het Hellmanngetal en de vorstsom voor het voetlicht te halen. Met deze getallen wordt een maat gegeven voor de vorstproductie van een winter. Het meest populair is het Hellmanngetal, ook wel het ‘koudegetal’ genoemd. Hiertoe worden alle etmaaltemperaturen, voor zover deze onder nul liggen gesommeerd, met weglating van het minteken. Op officiële meetposten gebeurt dat door 24 uurtemperaturen op te tellen en door 24 te delen. Zo heeft De Bilt in deze nog prille winter een half puntje vergaard (op 13 december bedroeg de etmaaltemperatuur -0.5 graden). De winter met het laagste Hellmanngetal was daar 1989, toen de teller stokte bij slechts 1.9. Aan de andere kant wisten sinds 1901 drie winters meer dan 300 punten te vergaren, 1942 met 331.8, 1947 met 342.8 en 1963 met 345.9 punten. De laatste winter die minstens 200 punten vergaarde was 1979 en de winter van 1997, ook de laatste tijdens welke een Elfstedentocht gereden kon worden, was de meest recente die met 131.6 punten boven de honderd uitkwam.
De vorstsom.
Op amateurposten wordt om dit Hellmanngetal te verkrijgen, meestal de minimum- en maximumtemperatuur bij elkaar opgeteld en door 2 gedeeld. Dat geeft een groffer resultaat. Om aan dit bezwaar tegemoet te komen en ook om nóg nauwkeuriger te bepalen hoeveel vorst een winter oplevert, is daarom de vorstsom ontwikkeld, een getal dat snel aan populariteit wint, omdat dit getal ook erg makkelijk te hanteren is. Men telt simpelweg alle negatieve minimumtemperaturen bij elkaar op, met weglating van het minteken. Ligt ook de maximumtemperatuur onder nul, dan wordt deze waarde er ook bij opgeteld. Een vorstdag met -4 om +3 graden scoort dus 4 punten, een ijsdag met -7 om -2 graden, 9 punten. In dat laatste geval wordt er precies het dubbele aantal punten gescoord in vergelijk met het Hellmanngetal, dat volgens de simpele berekening op 4.5 punten uitkomt.
Het zal duidelijk zijn dat met de vorstsom niet alleen de link met het Hellmanngetal behouden blijft, maar er tegelijkertijd een veel grotere gradatie wordt verkregen, waarbij ook zachte winters nog redelijk weten te scoren. Kijken we weer naar De Bilt, dan zien we dat de vorstsom van deze winter al op 21.6 punten staat. De winter van 1989 kwam daar tot 48.9 punten, maar die van twee jaar geleden verliep nóg vorstarmer met 40.2 punten. De drie koudste winters uit de vorige eeuw kwamen boven de 700 punten uit en die van 1963 behaalde zelfs 807.6 punten! De laatste elfstedenwinter van 1997 kwam (slechts) tot 326.6 punten, wat vooral kwam omdat februari 1997 superzacht verliep.
Wat halen we nog dit jaar?
Tot en met de jaarwisseling zal het naar verwachting vanaf de tweede kerstdag in de nachten zo’n 3 tot 6 graden vriezen, terwijl het kwik overdag niet, of slechts kortstondig boven nul komt. Volgens een voorzichtige schatting zal de vorstsom in De Bilt daarbij tussen 25 en 30 punten gaan uitkomen, terwijl het Hellmanngetal wellicht ergens tussen 14 en 18 punten uit zal komen. Mochten we boven 16 Hellmannpunten uitkomen, dan zou de nu komende periode voldoen aan de eisen van een vorstperiode, namelijk een aaneengesloten periode van tenminste vijf dagen met een gemiddelde etmaaltemperatuur onder nul, waarbij de som van deze temperaturen op 16 of hoger uitkomt. De ervaring leert dat als hieraan voldoen wordt, er ook op meerdere plaatsen geschaatst kan worden. De laatste vorstperiode dateert van december vorig jaar, tijdens het inversie- en rijpwintertje van 16 tot en met 22 december. Toen kwamen we tot 18.5 Hellmannpunten. Laten we hopen dat we daar de komende weken nu eens ruim bovenuit stijgen!
Bron: Meteo Consult, KNMI, eigen archief. Foto:s: KNMI, archief.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
