Indrukwekkende beelden van de ijzelramp

Advertentie
  • Dikke ijspegels bij de deur.

    De dochter van Karin, Marije die toen net 6 jaar was, kijkt met volle bewondering naar de ijzel.

    De zoon van Karin, Jeroen, toen net 7 jaar, is ook duidelijk sprakeloos.

    Takken en bomen breken af als luciferhoutjes, door het gewicht van ijs.

    Deze jonge bomen kregen het zwaar te verduren.

    Ze zouden uitgroeien tot een gezond bos, en hebben zich dus hersteld. Foto anno 2008.

    Ook de jeneverbessen liggen plat.

    De weg tussen Valthe en Valtherblokken is onbegaanbaar.

    Lopend de boodschappen doen. Dit is aan het Zuiderdiep in Valthermond, waar het gezin Broekhuijsen toen woonde.

    Dezelfde weg. De laagstaande zon zorgt voor weerkaatsing van het zonlicht op de ijslagen. Hierdoor ontstaat een gouden gloed op de bomen. Een van de favoriete foto's uit de serie die Karin ons toestuurde.

    De dikke ijslaag op het kippengaas zorgt voor een kunstwerk! Je kunt er niet doorheen kijken.

  • Indrukwekkende beelden van de ijzelramp
    29.02.2008 12:58

    Morgen is het precies 21 jaar geleden dat het noordoosten van het land te maken kreeg met zware ijzel. Het zou de geschiedenisboeken ingaan als de ijzelramp van 1987. Karin Broekhuijsen woonde in het getroffen gebied en heeft ons bijzondere, prachtige foto’s uit de rampperiode 1 tot en met 4 maart toegestuurd. Onze dank is erg groot.

    • Advertentie



    Zeer koude winter 

    De winter van 1987 was een interessante voor winterliefhebbers, met nogal wat sneeuw en felle kou. Zo was 14 januari een van de koudste dagen van de eeuw en is later als norm gebruikt door de Gasunie: ook bij deze omstandigheden zou Nederland van gas moeten kunnen worden voorzien. In één dag tijd vormden zich dikke plakkaten ijs op de Rijn. Het was namelijk bar winterweer met een krachtige tot stormachtige oostelijke wind en tot diep landinwaarts kwamen er windvlagen van stormkracht voor. En dat bij temperaturen die in de vroege ochtend op de koudste plekken rond -17 graden lagen en overdag, ondanks felle zon, in het grootste deel van het land niet hoger kwamen dan -9 tot -12 graden. In combinatie met de sterke wind was het voor het gevoel gruwelijk koud; er werden gevoelstemperaturen berekend van …-40 graden! Dit was kou van een andere orde. Het bracht het KNMI ertoe in de avond een waarschuwing te doen uitgaan, als voorloper van het tegenwoordige weeralarm. Er werd aangeraden om gezien de felle kou binnen te blijven. De waarschuwing kwam in feite één dag te laat, maar was ook voor de volgende dag zeker nog van toepassing. Het aardige is dat deze waarschuwing de jaren daarna nooit werd ingetrokken en daarom formeel nog steeds van kracht is! 

    IJzelramp 

    De meteorologische lente eindigde echter zonder winterweer van betekenis, maar dat zou meteen begin maart veranderen. Op 1 maart 1987 werd het op veel plaatsen nog 10 tot 12 graden. Daarbij regende het flink. In het uiterste noordoosten was het echter al een stuk kouder en daar daalde de temperatuur aan het begin van de avond tot onder het vriespunt, terwijl het daar bleef regenen. IJzel was het gevolg. De hele nacht zou het in Groningen blijven ijzelen, waarbij de temperatuur langzaam verder daalde. In de nanacht begon de neerslag over te gaan in ijsregen, terwijl het gebied met ijzel geleidelijk ook Drenthe en het noordoosten van Friesland veroverde. Al snel werd de toestand in het noordoosten van het land precair. Alles werd bedekt onder een dikke ijslaag, die de wegen onbegaanbaar maakte, terwijl boomkruinen onder de last van het ijs ombogen tot ze de grond raakten of afknapten. Ook hoogspanningsmasten en –draden werden ingekapseld door het ijs en sommigen begaven het. In de loop van de ochtend kwam het openbare leven nagenoeg geheel tot stilstand, terwijl er in de rest van het land weinig of niets aan de hand was! Op gemeentehuizen werden noodscenario’s uit de kast getrokken en Radio Noord bleef de hele dag in de lucht. In de loop van de middag won de vrieslucht langzaam maar zeker terrein. Eerst ging het proces zeer langzaam en bleven winterse ongemakken beperkt tot de noordoostelijke provincies, hoewel de situatie in Noordoost- en Zuidwest-Friesland ver uiteenliep. Datzelfde gold voor het noorden en zuiden van Drenthe. De stagnerende koude lucht zorgde ervoor dat in een strook over het noorden van Drenthe naar het zuidwesten van Groningen de meeste ijzel viel. In een groot deel van Drenthe werden veel bomen licht tot zwaar beschadigd. In bosrijke gebieden kwam het verkeer op spiegelgladde wegen in levensgevaarlijke situaties terecht, waar bovendien ijsbrokken en afknappende takken naar beneden stortten.
    In het noordoosten van Groningen was het op een gegeven moment minder glad, omdat de ijzel daar al vrij snel in ijsregen was overgegaan. Door de harde oosten- tot zuidoostenwind verstoven de ijskorreltjes daar en vormden duintjes. Was het stuifijs? Driftijs? Men wist niet hoe men het extreme, bijzondere weersverschijnsel moest noemen. Het was een weertype dat niet voor mogelijk werd gehouden in ons land! In de loop van de middag werd het weer normaler, toen de ijsregen in sneeuw overging. Ten zuiden van een lijn van Zuidwest-Friesland naar het noorden van Overijssel was de overlast een stuk minder groot. In de namiddag kwam de koude lucht in beweging en begon naar het zuiden en westen uit te stromen. Hier hield de ijzel dan ook veel minder lang aan. Nog verder naar het zuiden toe was van ijzel al helemaal geen sprake. Daar ging de regen, zodra de temperatuur het vriespunt bereikte, meteen in sneeuw over. De ijzelramp zou toen al twee dodelijke slachtoffers eisen. En dat terwijl de rest van Nederland nog van niets wist!

    Zichtbare gevolgen

    De volgende ochtend brak de zon door en vroor het overal vier tot acht graden. Er volgde een aantal zonnige en zeer koude dagen, met overdag lichte en ’s nachts matige tot strenge vorst. Daar waar in driekwart van het land sprake van ‘licht winterse ongemakken’ door een laagje sneeuw, waren in het noordoosten de problemen rampzalig. Weerman Jan pellenboer vergeleek de ijzelramp met een openluchtmuseum van de glasfabriek Leerdam! Tientallen hoogspanningsmasten waren beschadigd en soms verworden tot zielige hoopjes verwrongen staal. Hier en daar lagen de kabels op de grond.
    Al rond tien uur ’s ochtends op maandag 2 maart werd groot alarm geslagen. Langs sommige hoogspanningslijnen waren draadbreuken opgetreden. De snelweg tussen Groningen en Hoogezand werd voor alle verkeer afgesloten, maar ook op de andere wegen was door de ijzel verkeer moeilijk of onmogelijk. Veel bedrijven besloten vanwege het winterse weer en de stroomuitval het personeel naar huis te sturen. Via de radio kregen de bewoners van Veendam het advies het stroomgebruik zo veel mogelijk te beperken. Pas in de loop van dinsdagochtend slaagde men erin om met kunst- en vliegwerk de stroomvoorziening min of meer volledig te hervatten. De NS konden alleen dieseltreinen laten rijden, want het was niet mogelijk om de ijzel van de bovenleidingen te halen. Speciale ‘schraaptreinen’ werden ingezet, men joeg hoge stroomstoten door de leidingen, maar niets hielp. Pas op 5 maart zouden er weer treinen gaan rijden. In de vroege ochtend zette men bussen in, maar nog voor de middag werden de busdiensten alweer gestaakt. Veel inwoners van Drenthe waren die ochtend gewoon naar school of hun werk gegaan, maar konden in de namiddag en avond niet meer terug. Er was persoonlijk leed, maar er waren ook veel mensen die plezier aan de situatie beleefden. Op de dag van de ijzelramp en de dagen daarna zijn duizenden fotorolletjes volgeschoten met unieke ijsbeelden. 

    De herinneringen van Karin 

    Enkele foto’s zijn nu gedigitaliseerd door Karin Broekhuijsen en haar unieke foto's ziet u naast dit verhaal staan. De indrukwekkende foto's laten duidelijk zien wat er daar in het noordoosten van het land begin maart 1987 allemaal aan de hand was. Karin vertelt hierover in geuren en kleuren: “Mensen vonden het vreselijk voor de bomen en planten, dat alles door het gewicht van het ijs bezweek en ze het misschien niet zouden overleven. Ik voelde me daardoor schuldig, dat ik het zo’n prachtige gezicht vond, maar dat ik het niet kon laten om te fotograferen. Soms was het in mijn ogen zo mooi dat ik het niet durfde te fotograferen. Het was immers zo zonde van alle bloemen en planten!” Karin herinnert zich nog goed wat zich die dagen afspeelde. “De eerste dag dat er ijzel was belde mijn moeder me al vroeg uit bed en vertelde dat alles onder de ijzel zat! Dat moest ik ook zien en fotograferen vond zij. Dus ik ging mijn bed uit en reed met de kinderen (toen waren Jeroen 7 en Marije 6 jaar oud) richting Valthe, richting bos. Het geluid van de krakende boomtakken was angstaanjagend eng. Onbesuisd reed ik met mijn auto richting bos, en ja hoor, daar kwam ik vast te zitten op een zandweg. Mobieltjes waren er nog niet, dus ik lopend naar het dichtbijzijnde huis, oma bellen: “Mam, ik zit vast!” Ze trommelde wat jongelui uit het dorp op (Klijndijk), want het was voorjaarsvakantie. Ik had een paar opvouwbare tuinstoelen in de auto en die legde ik onder de wielen. Vervolgens was het duwen maar! Ik ben daarna niet meer zo met de auto richting bos gereden, de geluiden waren echt angstaanjagend eng in het bos, doordat de takken het gewicht van het ijs niet konden dragen. Ze kraakten en knapten af. Het was gewoon gevaarlijk. De eerste dag was er geen zon, de dagen erna wel en die waren dan ook nog mooier, want de temperatuur bleef onder nul en het ijs bleef. De tweede dag wilden de kinderen nog wel mee, daarna hielden ze het voor gezien. Wij haalden een aantal kinderfilms uit de videotheek en daarmee vermaakten zij zich wel. Dat is ook de enige keer dat ik dat ooit gedaan heb, de kinderen een paar uur alleen laten. Dat ik dat deed, kwam omdat ik het toch echt heel bijzonder vond allemaal”.  

    Ook dierenleed

    Ook de dieren hadden het er erg moeilijk mee of bezweken aan de ijzelramp. Reeën liepen gevaar dood te bloeden. Ze krabden met hun hoeven de grond open, op zoek naar voedsel. Daarbij sneed het ijs als glas door het tere deel van hun hoeven. Vogels vroren vast en stierven, en sommige schapen die buiten stonden vonden ook de dood. In hun vacht zette zich een dikke ijslaag af, waardoor ze omvielen en niet meer overeind konden komen. Het duurde nog dagen voordat het ijs door de zon en later door de invallende dooi wegsmolt. Maar ook toen bleef het nog aardig winteren. Zelfs op 20 maart, het begin van de lente, werden delen van het land nog gegeseld door zware sneeuwbuien die, door de felle wind, op sneeuwstormen leken! Op veel plaatsen viel er toen in ruim een kwartier twee tot vijf centimeter sneeuw. Daarna was de winter dan toch écht voorbij.

    Bron: Karin Broekhuijsen, het boek Winters van toen van Harry Otten, Reinout van den Born en Tom van der Spek.

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter