-
De satellietfoto van zaterdag laat de stratusplak duidelijk zien. In het noorden van Duitsland is de lucht blijkbaar alweer droger, want hier is duidelijk de 'achterkant' van het lage-wolkengebied zichtbaar!
Satellietfoto van gistermiddag 15 uur. Geheel Nederland lag er zonnig bij met alleen de laatste mistrestanten aan de Zeeuwse kust.
Ook de mist- en stratusvelden in de dalen van de Alpen en Duitse middelgebergtes zijn op zo'n satellietfoto aardig te zien. Dit is de situatie van maandagochtend 10.30 uur.
Dichte mist in Winterswijk vanmorgen. Foto: Henk Wiggers.
-
Stratus kan de zon in de weg zitten08.10.2007 10:48
Wie op de barometer kijkt, zal bij de aanduidingen van het weer vast zoiets als “mooi” of “bestendig” lezen. Want de luchtdruk is en blijft vrij hoog. Op de weerkaart prijkt dan ook een groot hogedrukgebied, dat uit meerdere kernen bestaat. Een daarvan bevindt zich vanmiddag boven de Noordzee met daar een kerndruk van 1028 hectoPascal (voorheen millibar). Omgerekend naar millimeters kwikdruk is dat: 1028 vermenigvuldigd met 0,75 = 771 millimeter, de eenheid die vooral op oudere barometers kan worden aangetroffen. Andersom betekent dit dan [luchtdruk in mm kwikdruk] vermenigvuldigd met 4/3 = [luchtdruk in hPa].
-
Advertentie
In de herfst, de winter en het (vroege) voorjaar kan een hogedrukgebied echter gepaard gaan met hardnekkige lage bewolking (stratus) en mist, waardoor het lang niet altijd zonnig, stralend najaarsweer hoeft te zijn. De zon heeft minder kracht meer dan bijvoorbeeld in juli en bovendien staat zij lager aan de horizon, zodat de instraling van de zon minder groot is. Verder is het door het geringe drukverschil in een hogedrukgebied rustig weer met weinig wind, waardoor de droge lucht boven de mistlaag niet kan en zal worden gemengd met de vochtige lucht in de laag zelf.
Afgelopen zaterdag bleek weer eens dat het niet overal zulk prachtig herfstweer was. In het noordoosten en oosten van het land, waaronder in Twente, keek men in veel gebieden namelijk (vrijwel) de hele dag tegen een grijze deken van stratus aan. Stratus is de Latijnse benaming voor laaghangende bewolking net zoals cumulus dat voor stapelbewolking is. Het verschil tussen mist en stratus is eenvoudigweg de hoogte van de wolkenbasis. Bij mist bevindt de basis zich aan het aardoppervlak, bij stratus er (ruim) boven variërend van enkele meters tot maximaal 2 kilometer.
In een hogedrukgebied zien we altijd een zogeheten inversie, dat is een laag(je) in de atmosfeer waarin de temperatuur niet daalt met het oplopen van de hoogte, maar juist stijgt. De inversie begint in alle vroegte aan het aardoppervlak en kan zich gedurende de dag voorzichtig omhoog werken, om door de dalende luchtbewegingen die in het hoog voorkomen vervolgens later weer te zakken naar de grond toe. De inversie werkt als een ‘deksel op de pan’; al het vocht hieronder kan niet ontsnappen, blijft hangen en spreidt zich bovendien horizontaal over de hemelkoepel uit. Dus mist die in de nacht is ontstaan door afkoeling van de (vochtige) lucht, kan overdag niet meer optrekken zoals in de hoogzomer en gaat dan over in een egaalgrijze laag van bewolking; de stratus. Alleen aanvoer van veel drogere lucht met wat wind kan ervoor zorgen dat de zon toch nog doorbreekt en het ook in de herfst toch nog een mooie dag wordt. Afgelopen zaterdag lukte dat dus niet overal in het noordoosten en oosten des lands. Gisteren was het bijna overal wel zonnig en waren mist en stratus snel verdwenen, met uitzondering van Zeeland, daar trokken de grijze laaghangende wolken pas halverwege de middag op.
Opvallend is altijd dat plaatselijke karakter van de mist en stratus, wat de (wolken)verwachting niet ten goede komt. Sowieso is het verwachten van de hoeveelheid bewolking (lees: hoeveelheid zon) het moeilijkste voor een weerkundige. De vorming van mist hangt af van veel factoren, zoals begroeiing, reliëf en de nabijheid van open water. In een grote stad zal daarom minder mist voorkomen dan op het platteland. Verder zorgt de aanwezigheid van warme(re) lucht in de stad ervoor dat er moeilijker mist kan ontstaan. En mist die eenmaal toch is ontstaan, zal daar sneller verdwijnen doordat het vele verkeer zorgt voor extra warmte die de lucht in beweging brengt. Dit verklaart ook de oplossende mistbanken en –flarden precies op de weg, terwijl ze er vlak naast - waar geen verkeer is - niet verdwijnen, en soms toch nog de weg opdrijven. Juist die mistbanken zijn het verraderlijkst voor de weggebruikers!
Voorlopig kunnen mist en stratus ons parten blijven spelen deze week, want het hogedrukgebied verdwijnt de komende dagen niet. Verder is het rustig en op de meeste dagen droog. Ondanks dat weet dinsdag een klein lagedrukgebied vanaf de oceaan toch tot het zuidwesten van het land door te dringen, met als gevolg later op de dag regen van betekenis in met name Zeeland…
Foto voorpagina van Roel de Haan uit Emmen: Koeien in de mist.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
