-
De opwarming van Nederland, afgezet tegen de opwarming wereldwijd. In Nederland gaat de opwarming veel sneller dan op andere plaatsen. Mogelijkerwijs hebben de toegenomen hoeveelheid zonneschijn, de afgenomen hoeveelheid fijnstof in de lucht en het veel minder optreden van mist bij ons hiermee te maken. Verder valt op dat de gemiddelden wereldwijd de afgelopen 10 jaar niet of nauwelijks verder zijn opgelopen. Bron: milieuennatuurcompendium.nl
De afwijkingen van de gemiddelde temperatuur ten opzichte van normaal, per gebied. Links het jaar 2008, daarnaast het gemiddelde uit de periode 2001-2007. Duidelijk is te zien hoe het in 2008 vooral boven de Stille Oceaan kouder was dan in de jaren daarvoor. In Europa en Azie was het in 2008 zelfs nog iets warmer dan in de jaren ervoor. Bron: Nasa.
De watertemperaturen, zoals die de afgelopen dagen zijn geregistreed op de Stille Oceaan tussen Indonesie en Peru. Boven de werkelijke temperatuur, onder de afwijking ten opzichte van het gemiddelde. Op de meeste plaatsen is het water weliswaar nog iets kouder dan normaal, maar de La Nina, zoals die in 2008 een groot deel van de tijd aanwezig was, lijkt af te lopen. Bron: NOAA.
Bijna alle instituten, die de ontwikkeling van de zeewatertemperaturen in het gebied rond de evenaar tussen Indonesie en Peru volgen, gaan ervan uit dat we daar in de loop van de dit jaar met licht boven normale watertemperaturen te maken gaan krijgen. In dat geval begint er een zwakke El Nino. Bron: IRI.
De totale hoeveelheid door de zon uitgezonden straling, uitgezet tegen de tijd. Doordat we in een langdurig zonnevlekkenminimum zitten, is die duidelijk lager dan in een lange periode hiervoor. Dit kan een licht verkoelend effect op de aardtemperaturen hebben. Bron: Nasa
De bijdrage aan het versterkte broeikaseffect van een aantal broeikasgassen in de atmosfeer. De concentratie van CH4 is procentueel weliwaar veel sneller gestegen dan die van CO2, het totale effect op de stralingsbalans van de huidige hoeveelheid CO2 in de atmosfeer is weer duidelijk groter dan dat van de huidige concentratie aan CH4. Bron: Wikipedia.
De CO2 concentratie in de artmosfeer op aarde stijgt intussen verder door, zo laat deze meting op de Mauna Loa in Hawai zien. bron: NOAA.
-
Opwarming aarde gestopt?13.04.2009 10:43
Op deze site was afgelopen zaterdag al een uitvoerig verhaal te lezen over het bijzonder diepe zonnevlekkenminimum, dat zich op dit moment afspeelt en over de mogelijke gevolgen die dit minimum heeft voor het klimaat op aarde. Een belangrijke vraag, die werd opgeworpen, is of een eventueel aanhouden van dit minimum ertoe zou kunnen leiden dat de opwarming van de aarde, zoals die al lange tijd bezig is, (tijdelijk) zou kunnen stoppen?
-
Advertentie
In dit verhaal gaan we hier wat verder op in, onder meer door te zoeken naar oorzaken voor de stabilisatie van de wereldwijde temperatuur die er sinds 1998 lijkt te zijn en waarop in allerlei publicaties de laatste maanden ook meermalen is gewezen. Voordat we de mogelijke oorzaken van die (eventuele) stabilisatie op een rij zetten, is het wel van belang erop te wijzen dat de afvlakking in de stijging van de wereldtemperatuur, die door sommigen als een trendbreuk wordt gezien, heel goed ook een toevallige gebeurtenis kan zijn, die geheel past binnen de grilligheid, waarbinnen de gemiddelde temperaturen op aarde zich nu eenmaal bewegen.
De meest betrouwbare reeksen met betrekking tot bewegingen van de gemiddelde temperatuur op aarde worden in het Verenigd Koninkrijk door de Metoffice, in samenwerking met de Universiteit van East Anglia (Climatic Research Unit, CRU) en in de Verenigde Staten door het Nasa Goddard Intitute for Spaces Studies (GISS, in New York) samen met de NOAA (een Amerikaans KNMI) bijgehouden. Beide reeksen, als afwijkingen ten opzichte van de normaal (uit de perioden 1951 tot en met 1980) in het kaartje naast dit verhaal afgedrukt tegen de achtergrond van de afwijkingen van de gemiddelde jaartemperaturen in Nederland in die periode, ten opzichte van de normaal in onze omgeving, lijken behoorlijk op elkaar.
CRU: 1998 recordwarm, GISS kiest voor 2005
Volgens de CRU lijst was 1998 wereldwijd het warmste jaar. De gemiddelde temperatuur op aarde vertoonde toen een afwijking van 0,65 graden naar boven, ten opzichte van de normaal, zoals die geldt voor de periode van 1951 tot en met 1980. In de jaren daarna is de afwijking ten opzichte van die normaal groot gebleven, maar nooit meer boven de in 1998 geregistreerde afwijking uitgekomen. Vorig jaar werd een positieve afwijking van 0,43 graden geconstateerd, duidelijk minder groot dan in het recordjaar 1998, maar wel nog steeds ver boven normaal.Volgens de GISS-lijst had het jaar 1998 een afwijking van 0,72 graden boven het gemiddelde, uit de periode 1951 tot en met 1980. Daarna volgden in 2005 en in 2007 jaren met een nog iets grotere afwijking (respectievelijk 0,76 en 0,74) graden, maar ook in deze lijst was de rest van de jaren gemiddeld gesproken dus net wat minder warm dan dat befaamde jaar 1998. In 2008 stond de gemiddelde temperatuur wereldwijd volgens de metingen van GISS 0,44 graden boven normaal. Dat is nagenoeg dezelfde waarde als die in de CRU-lijst. Beide instituten zijn het er dus over eens dat het vorig jaar op aarde duidelijk minder warm was dan in 1998.
Wie deze cijfers zo oppervlakkig bekijkt, zal bijna niet anders dan kunnen constateren dat het een jaar of 10 niet wezenlijk meer warmer is geworden op aarde. Dat terwijl de concentratie aan kooldioxide in de atmosfeer, algemeen aangewezen als belangrijkste veroorzaker van het voor de opwarming van de atmosfeer op aarde verantwoordelijke versterkte broeikaseffect, gewoon is blijven stijgen. De verleiding is daarmee groot – en dit gebeurt ook op diverse plaatsen – om te roepen dat dit versterkte broeikaseffect dus niet bestaat. Maar dat lijkt toch wat al te kort door de bocht… We zullen hierna proberen uit te leggen waarom.
El Niño en La Niña
Het temperatuurrecord in 1998 (volgens de CRU-lijst, de GISS-lijst houdt het op 2005) kwam tot stand in een jaar waarin er in het zeegebied rond de evenaar, tussen Indonesië en Zuid-Amerika, spraken was van een sterke El Niño, een onregelmatig in de tijd terugkerende warme zeestroom die er toen voor zorgde dat de zeewatertemperatuur daar enige maanden lang vele graden hoger was dan normaal. Omdat de lucht boven het zeewater die temperaturen overneemt, leidde dit tot een sterk positieve bijdrage aan de gemiddelde temperaturen op aarde. Die sterke El Niño werd dan ook als de hoofdveroorzaker gezien van het in dat jaar gevestigde warmterecord.Toen de sterke El Niño van 1998 weer verdween, daalden de gemiddelde temperaturen wereldwijd ook weer enigszins, om in de jaren 2001-2007 opnieuw af en toe te pieken, vooral op de momenten dat zich wederom zwakke El Niño’s voordeden. Volgens de CRU-lijst bleef het record van 1998 daarbij staan, GISS noteerde in de jaren 2005 en 2007 nog iets hogere waarden, maar het ging daarbij om kleine overschrijdingen. Vorig jaar gingen de temperaturen volgens beide instituten wel duidelijk meetbaar omlaag, zonder overigens in de buurt van normaal te komen. Want ook 0,4 graden is nog een behoorlijke afwijking naar boven.
Als een van de belangrijke veroorzakers van die daling wordt de sterke La Niña gezien, waardoor het jaar 2008 in het zeegebied rond de evenaar tussen Indonesië en Zuid-Amerika werd gedomineerd. La Niña is de tegenhanger van El Niño. Is het zeewater tijdens een El Niño duidelijk warmer dan normaal, tijdens een La Niña worden in hetzelfde zeegebied zeewatertemperaturen gemeten die behoorlijk beneden normaal kunnen liggen. Omdat opnieuw de luchttemperatuur op die situatie reageert, kan een La Niña er dus voor zorgen dat de temperaturen wereldwijd gezien op een wat lager niveau komen te liggen.
Dat is wat vorig jaar, onder meer, lijkt te zijn gebeurd. Het effect hiervan is mooi te zien in het kaartje, naast dit verhaal, waarin de afwijkingen van de temperatuur in 2008 ten opzichte van de normale gemiddelden (weer uit de periode 1951 tot en met 1980) per gebied zijn uitgezet. Ernaast staan in een kaartje de in de periode 2001 tot en met 2007 geconstateerde afwijkingen per regio. Door de twee kaartjes met elkaar te vergelijken, is de La Niña situatie van 2008 in het gebied van de Stille Oceaan rond de evenaar duidelijk terug te vinden. Tegelijkertijd valt op hoe het in Europa en in Azië in 2008 gemiddeld gesproken zelfs nog wat warmer is geweest dan gemiddeld in de 7 jaar daarvoor. Hier heeft La Niña dus duidelijk geen enkele invloed gehad.
Inmiddels lijkt de La Niña van dit moment geleidelijk aan haar einde te komen. De temperaturen van het zeewater rond de evenaar zijn op de meeste plaatsen weliswaar nog iets lager dan normaal (zie figuur naast dit verhaal), maar volgens de instituten die dit fenomeen volgen, lijkt het erop dat we ons nu weer voor een (zwakke) El Niño moeten gaan opmaken, die in de tweede helft van dit jaar al zijn beslag kan gaan krijgen. Daarmee valt de afkoelende bijdrage, die La Niña de afgelopen periode op de temperaturen op aarde had, dus weer weg.
Minder straling van de zon
Een andere reden voor de wat lagere temperaturen op aarde in 2008 kan het feit zijn geweest dat de zon op dit moment minder straling uitzendt dan normaal, zoals in een grafiek naast dit verhaal mooi te zien is. De Nasa becijfert het negatieve effect hiervan op de temperaturen op aarde als ongeveer even groot als het positieve effect op de gemiddelde temperaturen van een stijging van de concentratie CO2 in de atmosfeer gedurende 7 jaar. Zou het huidige zonnevlekkenminimum voortduren, dan zou de afgenomen hoeveelheid straling die de aarde als gevolg hiervan bereikt, dus hooguit nog een paar jaar meer tot een stagnatie van de wereldwijde temperaturen kunnen leiden. Daarna nemen de effecten van het versterkte broeikaseffect het weer over. De concentratie CO2 stijgt gewoon verder, zie daarvoor ook de grafiek naast dit verhaal.Zou de zon, zoals algemeen wordt verwacht, in de loop van dit jaar alweer actiever worden, dan valt ook dit (mogelijke) effect op de (tijdelijk) wat lagere temperaturen op aarde weg. Wat dan nog als een mogelijk verkoelend effect op de wereldwijde temperaturen overblijft, is het stof, dat als gevolg van twee vulkaanuitbarstingen in de buurt van Alaska in de hogere delen van de atmosfeer terecht is gekomen. Als daarvan al een effect merkbaar zal zijn op de gemiddelde temperaturen op aarde, dan is dat waarschijnlijk verwaarloosbaar klein. Het stof zit vooral op erg noordelijke breedten in de atmosfeer, precies op die plaatsen waar de zon toch al niet erg sterk is. Vandaar dat het verkoelende effect ervan op de gemiddelde temperaturen op aarde, als dat er al is, niet meer dan als erg minimaal wordt ingeschat.
Nieuw warmterecord?
Al met al ziet het er dus naar uit dat de kans groot is dat de (tijdelijke) effecten, die er mogelijk voor hebben gezorgd dat de wereldwijde temperatuur de afgelopen 10 jaar min of meer gestabiliseerd is, op vrij korte termijn (tegelijkertijd) wegvallen, terwijl de hoofdveroorzaker van de stijging (de toename van de concentratie CO2 in de atmosfeer) gewoon doorgaat. Het is om deze reden dat in elk geval de Nasa verwacht, dat het warmterecord voor wat de gemiddelde temperatuur op aarde betreft, binnen 1 tot 3 jaar alweer zal worden scherper gesteld.Bronnen: Meteo Consult, milieuennatuurcompendium.nl, Nasa, NOAA, Universiteit van Columbia.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
