Zeeijsminimum Noordpool record of niet?

Advertentie
  • Een van de laatste plaatjes die de webcam op het ijs nabij de noordpool dit jaar door zal sturen. Volgende week gaat de zon er onder en begint de lange poolnacht. Dan is er voor ons niets meer te zien. Bron: NOAA.

    De omvang van het gebied waarin de bedekking van het zeeijs minimaal 15 procent bedroeg op 9 september, de dag dat de minimumomvang van dit jaar werd bereikt. Volgens Amerikaanse onderzoekers ging het net niet om een record, Duitse onderzoekers denken van wel. De oranje lijn geeft aan wat het normaal had moeten zijn. De tekorten zijn enorm en algemeen. Bron: NSIDC.

    In de ontwikkeling tot gisteren is duidelijk te zien dat het minimum inmiddels achter de rug is. De omvang van de ijsbedekking groeit weer. De onderbroken lijn laat de ontwikkelingen in het jaar 2007 zien. Het jaar dat volgens de Amerikaanse onderzoekers dus net niet verslagen is. Bron: NSIDC.

    De ontwikkelingen van dit jaar in het perspectief van die van de andere jaren. Duidelijk is te zien dat het ook de afgelopen jaren slecht ging met het zeeijs in het Arctische gebied. Dit jaar en 2007 hangen helemaal onderin. Bron: NSIDC.

    De zeeijsminima van de afgelopen jaren met de data waarop ze optraden. Het jaar 2011 komt na 2007 op een tweede plaats, maar de verschillen zijn maar klein. Bron: NSIDC.

    Als je al het ijs in elkaar schuift en vervolgens de oppervlakte meet van het ijsgebied dat je dan krijgt, ziet de grafiek voor de afgelopen twee jaar er zo uit. Ook als je op deze manier meet, treden grote tekorten op. Bron: Universiteit van Illinois.

    Kijk je de hele serie sinds 1979 terug, dan zou het ook op deze manier weleens een record kunnen zijn geweest. Kantjeboord... Bron: Universiteit van Illinois.

    Zo zag het zeeijsgebied er in de Arctische regio eergisteren uit. Duidelijk is te zien hoe zowel de vaarroute noord van Rusland langs als die in het noordwesten ten noorden van Canada langs ijsvrij is. Er varen nu gewoon schepen door het poolgebied. Bron: Universiteit van Illinois.

    Een record dat in ieder geval gebroken is - en dik - is dat van het totale volume aan zeeijs dat in het poolgebied nog aanwezig is. Het hele jaar ligt dat al erg laag. Het record van 2007 is hier fors scherper gesteld. Bron: Piomas.

  • Zeeijsminimum Noordpool record of niet?
    17.09.2011 09:38

    Was het nu wel of geen record? De geleerden zijn er nog niet uit. Het hangt er ook maar vanaf hoe je ernaar kijkt. Zeker is in elk geval dat er de afgelopen zomer in het noordpoolgebied weer een enorme hoeveelheid zeeijs is afgesmolten. Het minimum is waarschijnlijk bereikt. En afhankelijk van hoe je ernaar kijkt, kunnen in elk geval nieuwe laagterecords worden bijgeschreven. Nog nooit namelijk was het totale volume aan zeeijs op de Arctische Oceaan zo klein als op dit moment. Het jaar 2007 is dik verslagen.

    Dit betekent vooral dat het na de zomer overgebleven ijs veel dunner is dan het ijs dat er in 2007 tijdens het minimum in september nog in het water lag. Want als je naar de oppervlakte van het gebied kijkt dat voor minimaal 15 procent met zeeijs is bedekt, dan lijkt het record van 2007 net niet gebroken (Amerikaanse onderzoekers) of net wel (Duitse onderzoekers). Schuif je al dat ijs in elkaar en meet je dan het oppervlak van de ijsvlakte, dan komen we op precies dezelfde uitkomst. Net wel of net niet een nieuw record. Het zal binnenkort duidelijk worden.

    • Advertentie



     

    Uit een eerste rapportage van het National Snow and Ice Data Center in het Amerikaanse Boulder blijkt dat het zomerhalfjaar in het Noordpoolgebied, ondanks dat de omstandigheden redelijk normaal leken, erg warm is verlopen. Een aanwijzing temeer, aldus de deskundigen daar, dat het ijs in het Arctische gebied tegenwoordig veel dunner is dan vroeger. En dat bij voorbeeld warmte, die onder het ijs door het water wordt aangevoerd, ook veel makkelijker door het dunne ijs heen tot de atmosfeer er direct boven weet door te dringen. Was het in 2007 nog de veelvuldig schijnende zon die veel ijs liet smelten, nu was de zon veel vaker afwezig. En toch verdween er bijna net zoveel ijs als toen. En liep het totale volume aan ijs recordver terug.

    Het werd de afgelopen zomer al heel snel duidelijk dat de ijsafsmelt opnieuw op recordkoers lag. Vooral in de eerste helft van juli ging het duizelingwekkend snel, daarna trad weer iets van een vertraging op. De zeeijshuishouding van de zeeën in het Noordpoolgebied wordt geregeld door een ingewikkelde combinatie van factoren. Van belang zijn onder meer de hoeveelheid zeeijs zoals die uit de winter komt, de temperaturen, wind en zeestromingen in het gebied (die het ijs verplaatsen naar koudere en warmere gebieden) en de hoeveelheid bewolking. Hoe meer zon gedurende het zomerhalfjaar (in het Poolgebied is de zon dan voortdurend op), hoe meer ijs er in de regel smelt. Hoe meer bewolking, hoe gemakkelijker het ijs juist overleeft.

    Meer dan normale aandacht
    Al lange tijd wordt de ontwikkeling van de ijsbedekking in het Arctische gebied met meer dan normale aandacht gevolgd. Gedurende het seizoen van de zomersmelt lijkt de laatste jaren steeds minder zeeijs over te blijven. En in de koude winters keert dat ijs niet meer volledig terug. Bijkomende zaken zijn bij voorbeeld dat de scheepvaart de afgelopen jaren een deel van het seizoen de beschikking heeft gekregen over open vaarroutes door het Poolgebied, noord van Canada langs (de noordwestpassage) en noord van Rusland langs (de noordpassage). Dit jaar is die situatie niet anders. Ook nu liggen beide routes voor de scheepvaart open. Bij Meteo Consult worden momenteel enkele schepen begeleid die Noord van Rusland langs varen.

    Geleidelijk raakt steeds meer bekend over factoren die vroeg in het seizoen al een indicatie geven voor de hoeveelheid ijs die de zomersmelt al dan niet overleeft. Logische factoren zijn de hoeveelheid ijs in het Poolgebied en de dikte van dat ijs op het moment dat de smelt begint. Verder spelen wind, temperatuur, zeestromingen en de hoeveelheid zonneschijn gedurende het smeltseizoen een rol. Ook blijkt het moment waarop de smelt begint een belangrijke indicator te zijn. En dat punt lag in delen van het Poolgebied dit jaar bijzonder vroeg, zo tussen 2 weken en lokaal zelfs twee maanden eerder dan normaal. Oorzaak hiervan lijkt de snelle sneeuwsmelt in delen van Canada en Siberië in de mei- en junimaand te zijn geweest.

    Meertjes van smeltwater
    Zodra de smelt van het ijs begint, ontstaan meertjes van smeltwater op het ijs. Die zijn, vergeleken met de kleur van het ijs met sneeuw daarop, bijna zwart en absorberen veel meer warmte. Op die manier wordt de ijssmelt versterkt, groeien de meertjes ten koste van het ijs en kunnen enorme oppervlakten aan ijs in relatief korte tijd verdwijnen. Dat gaat vooral snel als de zon schijnt. En dat heeft hij de eerste helft van de zomer in het Poolgebied veelvuldig gedaan, opgewekt door een hogedrukgebied aan de Canadese kant, dat in juni en juli vrijwel steeds van de partij is geweest. In grote delen van het Poolgebied bracht dit hogedrukgebied niet alleen de hiervoor genoemde vele zonneschijn, maar op ongeveer 1 kilometer hoogte boven het smeltende ijs ook een temperatuur die 5 tot 8 graden hoger dan normaal was. De Siberische kusten waren steeds 3 tot 5 graden warmer dan normaal, door het ongewoon warme weer in Siberië. Die situatie was eigenlijk sinds het zeer vroeg smelten van de sneeuw in mei al zo.

    Nu we weten dat er opnieuw veel zeeijs is verdwenen, wordt het interessant om te zien hoe het weer zich gedurende de komende winter gedraagt. Er zijn aanwijzingen dat er mogelijk een relatie is tussen het optreden van de koudere winters bij ons, gedurende de afgelopen jaren en onder meer het verdwijnen van veel zeeijs in de Arctische gebieden.

    Meer koude winterextremen?
    Twee Russische wetenschappers bij voorbeeld zeggen een verband te hebben gevonden tussen het verdwijnen van zeeijs gedurende de winterperiode in het gebied van de Barentsz- en de Karazee (de zeegebieden boven het noordwestelijke deel van Rusland, grofweg ten westen en ten oosten van Nova Zembla) en de kans op het optreden van koude winterextremen op het Euraziatische continent. Een recent voorbeeld is de winter van 2005/2006. Andere voorbeelden in hun set zijn de winters van 1984/1985 en de winter van 1978/1979.

    Het werkt als volgt. Ligt er in het bewuste zeegebied gedurende het winterhalfjaar tussen 100 en 80 procent van de normale hoeveelheid zeeijs, dan lijkt de luchtdruk boven de Arctische oceaan overheersend relatief laag te zijn. De westcirculatie boven het Noordelijke Halfrond krijgt hiermee een extra impuls. De kans op kouder dan normaal is daarmee relatief klein en de winters die onder dergelijke omstandigheden optreden, zijn overheersend zacht.

    Komt de hoeveelheid zeeijs in het gebied ergens op tussen 80 en 40 procent van de normaal uit, dan blijkt de drukverdeling in de omgeving ineens radicaal om te slaan. In plaats van relatief lage drukstanden boven het Arctische gebied komt daar ineens een hogedrukgebied te liggen. De ‘normale’ westcirculatie wordt dan tegengewerkt, oostelijke winden maken veel meer kans en de winters op het Euraziatische continent worden kouder. Het levert afwijkingen van gemiddeld ongeveer anderhalve graad onder de normale wintertemperaturen op het hele continent op en een drie keer zo grote kans op koude winterextremen. Komt de hoeveelheid zeeijs in de twee zeegebieden tijdens de winter beneden 40 procent van de normaal uit dan klapt de drukverdeling boven het Arctische gebied weer terug naar relatief laag, waarbij de westcirculatie boven het Noordelijk Halfrond een oppepper krijgt en zachte winters domineren.

    AO-index
    Onderzoekers zijn ook zeer geïnteresseerd in het feit dat het er op lijkt dat fases met een negatieve AO-index (veel hogedrukgebieden op relatief noordelijke posities, onder meer boven het Poolgebied, lagedrukgebieden op relatief zuidelijk breedten) de laatste 5 jaar vaker lijken op te treden dan voorheen. Als mogelijke oorzaken hiervoor gelden de geringe hoeveelheden zeeijs die aan het einde van het smeltseizoen in september de laatste jaren in het poolgebied nog maar over zijn, het vroeg in de herfst al optreden van sneeuwval in het noorden van Siberië, maar nog steeds ook de gevolgen van het verlengde zonnevlekkenminimum dat we hebben gehad.

    Opvallend is dat ook deze zomer weer door een lange fase met een sterk negatieve AO-index werd gekenmerkt (waar wij in Nederland behoorlijk last van hadden in de vorm van het wisselvallige zomerweer gedurende de laatste drie maanden). De afgelopen winters hebben vergelijkbare fases langere perioden met koud en sterk wisselvallig winterweer opgeleverd. Onderzoekers van Rutgers’ University in de VS, die zich hebben gespecialiseerd in het volgen van de sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond door de jaren heen, zien ook een nieuwe trend. Namelijk die van een grotere sneeuwbedekking van het Noordelijk Halfrond gedurende de herfst en de winter. Maar tegelijk het veel sneller verdwijnen van de sneeuw in de lente.

    Meer koude winters?
    Het idee is nu dat de relatief koude winters van de laatste jaren mede op deze factoren terug te voeren zijn, al waren natuurlijk ook andere dingen aan de hand. Toch bieden de onderzoeken extra aanknopingspunten bij het proberen te begrijpen van de samenhang tussen de grote veranderingen die zich op dit moment in het Poolgebied afspelen en veranderingen in het weer op andere plaatsen. Mogelijk krijgen we de komende jaren in Europa, als gevolg van de opwarming van de aarde, toch weer vaker met koude winters te maken, zo geven de onderzoekers aan. Verder kunnen de uitkomsten helpen bij het verbeteren van seizoensverwachtingen voor onze omgeving, waarmee inmiddels (ook bij Meteo Consult) wordt geëxperimenteerd.

    Bronnen: Meteo Consult, NSIDC, Universiteit van Illinois.

    Door: Reinout van den Born.
    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter