-
De winter van 2010 schijnt een patent te hebben op sneeuwval tijdens het weekend. Ook afgelopen zaterdag viel er opnieuw een flinke laag, zoals hier in Bennekom. Foto: Tom van der Spek.
De tot en met 31 januari gescoorde Hellmannpunten op de diverse officiële stations in ons land.
De Hellmanngetallen van de drie zachtste winters op de vijf hoofdstations. Voor Den Helder, Eelde, Vlissingen en Beek loopt de reeks vanaf 1906, voor De Bilt vanaf 1901.
De bovengrens van de tien zachtste winters op de vijf hoofdstations; de grens van een 'zeer zachte' winter.
De bovengrens van de twintig zachtste winters op de vijf hoofdstations; zogenaamde 'zachte' winters.
Afgelopen weekend kon voor de zoveelste keer deze winter de prachtigste winterplaatjes worden geschoten. Foto: Tom van der Spek.
De onder- en bovengrenzen van de hoeveelheid Hellmannpunten die in een zogenaamde 'gemiddelde' winter wordt gescoord op de vijf hoofdstations.
De ondergrens van de twintig koudste winters op de vijf hoofdstations; de zogenaamde 'koude' winters.
De ondergrens van de tien koudste winters op de vijf hoofdstations, die we het predicaat 'streng' geven.
De Hellmanngetallen van de drie strengste winters op de vijf hoofdstations.
-
De spreiding van het winterweer in ons land01.02.2010 12:28
De winter van 2010, hij kwakkelde door. Eigenlijk had op de plaats van het woord ‘kwakkelen’ ‘denderen’ moeten staan, maar de bulderende oostenwinden met de felle vrieskou lijkt sinds afgelopen zondag uit de modellen te zijn geschrapt, al blijft er reden voor twijfel over. Dat neemt niet weg dat we, met nog een volle wintermaand te gaan, al heel wat winterweer hebben gehad. Vooral de sneeuwliefhebbers zijn dit seizoen zeer aan hun trekken gekomen. Op meerdere plaatsen beleven we nu de sneeuwrijkste winter in zo’n kwart eeuw tijd.
-
Advertentie
Niet overal heeft de winterliefhebber echter hetzelfde positieve gevoel aan de voorbije wintermaanden overgehouden. Vooral in Zuid-Holland en Zeeland viel het met de hoeveelheid sneeuw niet zelden nogal tegen en de sneeuw die daar viel, dooide vanwege de hogere temperaturen ook nog eens sneller weg. Daar waar vorige week in Groningen de ijsdagen zich aaneen regen, bleef het kwik in het zuiden van ons land langere tijd boven nul. Hoe klein ons landje dan ook mag zijn, voor winterweer is ons land soms tóch erg groot. Met andere woorden, een winter in Vlissingen of Leiden is heel iets anders dan een winter in Groningen of Emmen. In het navolgende verhaal zullen we echter zien dat die verschillen niet incidenteel zijn.
Vorst- en Hellmanngetallen.
De meest nauwkeurige manier om de hoeveelheid vorst in een willekeurige winter te bepalen, is het vorstgetal, maar het Hellmanngetal is het meest populair. Beide getallen zijn in onze verhalen genoegzaam aan bod gekomen, maar voor de leek volgt er toch nog een zeer korte uitleg. Het vorstgetal is de sommatie van alle negatieve minimumtemperaturen, maar in het geval van een ijsdag wordt ook de negatieve maximumtemperatuur daarbij opgeteld, met weglating van het minteken. Een vorstdag met een minimum van -8 graden levert 8 punten op, maar ligt het maximum op deze dag ook onder nul, bijvoorbeeld op -2 graden, dan wordt het totaal 10 punten. In een zeer zachte winter blijft de vorstsom onder de honderd punten in ons land, terwijl de strengste winters meer dan 700 punten opleveren.
Het Hellmanngetal wordt verkregen door alle gemiddelde etmaaltemperaturen, voor zover deze onder nul liggen, bij elkaar op te tellen, met weglating van het minteken. Op de officiële weerstations gebeurt dat door in een etmaal de 24 uurtemperaturen op te tellen en door 24 te delen. Weeramateurs hanteren vaak de grovere methode door de minimum- en maximumtemperatuur van een etmaal op te tellen en door twee te delen. Zo scoort een dag met een minimum van -5 graden en een maximum van +2 graden dus anderhalve Hellmannpunt (en vijf punten voor de vorstsom). Zowel het vorst- als het Hellmanngetal loopt van 1 november tot en met 31 maart. Optredende vorst buiten dit tijdvak wordt geacht niet meer bij de winter te horen. In het navolgende verhaal concentreren we ons verder op het Hellmanngetal.
Zachte, gemiddelde en koude winters.
Wat voor een winter kunnen we zoal verwachten in ons land? Als we beginnen te kijken naar De Bilt, dan zien we bijvoorbeeld op de site van het KNMI dat een ‘normale’ (beter is om te spreken van een ‘gemiddelde’) winter een Hellmanngetal scoort van 40 tot 100 punten, wat nogal een ruime spreiding is. Uiteraard is het ietwat subjectief wanneer men spreekt van een ‘zachte’, ‘gemiddelde’, ‘koude’ of zelfs ‘strenge’ winter. In het navolgende hebben wij de volgende aannames gemaakt. Kijkend naar de honderd winters van de vorige eeuw, is gesteld dat één op de tien winters ‘streng’ verloopt, maar ook één op de tien winters ‘zeer zacht’. Vervolgens zijn ook één op de tien winters ‘koud’ of ‘zacht’ en van de overgebleven groep van zestig winters zijn er twintig ‘aan de koude kant’, twintig ‘gemiddeld’ en twintig ‘aan de zachte kant’. Met behulp van deze criteria is het karakter van een winter heel behoorlijk te bepalen.
De huidige winter.
In De Bilt is het Hellmanngetal tot en met gisteren opgelopen tot 70.1 punten. Daarmee zitten we nog precies tien punten verwijderd van de koudste winter van deze eeuw, namelijk die van 2003. Die kwam tot 80.1 punten, maar dit jaar hebben we nog twee maanden tegoed.
Kijken we echter naar de Hellmanngetallen op alle officiële stations in ons land (zie de afbeelding hiernaast) dan zijn de verschillen zeer groot en variëren van (afgerond) 115 punten in Nieuw Beerta, tot 22 punten in Vlissingen. De kust zit grofweg tussen 30 en 50 punten, maar diep landinwaarts worden de 70 punten al snel overschreden. In Groningen en Drenthe zijn al meer dan honderd Hellmannpunten gescoord. Kunnen we nu stellen dat de winter in Vlissingen nog erg zacht is en dat deze in het noordoosten al aardig onderweg is om het predicaat ‘streng’ te behalen? Nee, dat zou erg kort door de bocht zijn, want het is nu eenmaal zo dat het ’s winters in het noordoosten van het land kouder is dan in het zuidwesten. Dat zullen we nu laten zien.
De spreiding van het winterweer in ons land.
In de kaartjes hiernaast is goed te zien wat de spreiding is van het Hellmanngetal in ons land. Hierin is overduidelijk te zien dat ons kleine landje voor winterweer kennelijk tóch groot is. Bekijken we eerst wat de zachtste winters zijn sinds 1901 in De Bilt en sinds 1906 op de andere hoofdstations (Den helder, Vlissingen, Eelde en Beek), dan zien we dat Vlissingen zelfs vier winters heeft gekend waarin het kwik op niet één etmaal gemiddeld onder nul kwam, het Hellmanngetal bleef in die winters en het laatst in de winter van 2007, dus op nul staan. Ook in Den helder leverde de winter van 2007 geen Hellmannbijdrage op. Dieper landinwaarts kwam het toch nog wel tot een kleine score, in Eelde wisten zelfs de meest zachte winters nog de 5 punten te halen.
De volgende twee kaartjes geven de bovengrenzen voor een ‘zeer zachte’ dan wel een ‘zachte’ winter aan. Zelfs hierbij is al heel duidelijk zichtbaar dat een ‘(zeer) zachte’ winter in het binnenland, en dan vooral in het noordoosten van het land, véél winterser verloopt dan in het westen en zuidwesten van het land. Zoals aan de bovengrenzen van een ‘zachte’ winter is te zien, leveren één op de vijf winters in Vlissingen zelfs nog minder Hellmannpunten op dan de allerzachtste winter die in Eelde in de afgelopen ruim honderd jaar is voorgekomen (5.2 punten in 1975).
Volgens onze criteria verlopen tweevijfde van alle winters dus zachter dan gemiddeld en een even grote groep kouder dan gemiddeld. De groep die overblijft verloopt dus ‘gemiddeld’ en de grenzen van deze winters ziet u ook hiernaast. De grens is voor De Bilt dus inderdaad smaller geworden, begint al wat eerder en eindigt aan de bovenkant al bij 73 punten.
De volgende twee kaartjes (zie hiernaast) geven de ondergrenzen aan van een ‘koude’ dan wel ‘strenge’ winter. Een ‘koude’ winter in Eelde levert dus grofweg gezegd bijna drie maal zover vorst op als een ‘koude’ winter in Vlissingen. Dat verschil is in geval van een ‘strenge’ winter wat minder groot geworden, maar zonder overdrijving toch nog enorm en loopt van 94 punten in Vlissingen, tot 217 punten in Eelde. Dat zien we ook aan het laatste kaartje, waarop voor de vijf hoofdstations de totale Hellmannproductie van drie strengste winters is weergegeven.
We blijven hetzelfde beeld zien. Ook de koudste winters verliepen in het westen en zuidwesten een stuk milder dan in het oosten en noordoosten. Maar het is niet alleen de zee-invloed die we hier zien. Dat de zon ’s winters in Zuid-Limburg langer schijnt en hoger aan de hemel staat dan in Groningen is een feit, en dat heeft ook invloed op de temperatuur. De koudste winters waren in het ‘continentale’ Beek minder vorstrijk dan in het dichter bij zee, maar noordelijker gelegen Eelde.
Conclusie?
Met deze wetenschap kunnen we de tot dusver behaalde Hellmannpunten in de huidige winter in het juiste perspectief plaatsen. Hoewel die gescoorde punten in ons land sterk uiteenlopen, blijkt dat, als we naar de klimatologie kijken, meer te passen bij het gebruikelijke beeld. In het noorden, oosten en zuidoosten van het land, valt de winter van 2010 nu al in de categorie ‘aan de koude kant’, maar in de zuidwesthoek van het land in de range van ‘gemiddeld’. Ook De Bilt zit nog net in de ‘gemiddelde’ zone, maar slechts drie puntjes zijn genoeg om daar de winter ook naar ‘aan de koude kant’ te tillen. Vlissingen heeft daarvoor nog acht punten nodig. De conclusie is dus gerechtvaardigd dat de huidige winter in de zuidwestelijke helft van het land minder winters is verlopen, niet alleen absoluut, maar ook op grond van de klimatologie. Dat geeft maar aan dat iedere winter in wezen uniek is.
Wat dat betreft is het begrijpelijk dat de winterliefhebbers uit die zuidwesthoek van ons land zowel tevreden, als toch ook een beetje ontevreden zijn, want het had voor hetzelfde geld nog veel winterser gekund, zeker als we naar de diverse prognoses en pluimverwachtingen kijken. Zoals een forumlid op ‘weerwoord’ heel treffend beschreef: “Winter 2010 is als een goede film, maar het boek vond ik beter!” En nu is het maar afwachten of we na de remake, die begin maart uitkomt toch nog konden stellen dat het boek alsnog werd geëvenaard. Voorlopig blijft het kwakkelen, maar de nieuwste run van het ECMWF geeft de winter toch opnieuw kansen…
Bronnen: Meteo Consult, KNMI, eigen archief, weerwoord. Foto voorpagina: Tom van der Spek.
Door: Tom van der Spek
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
