Februari 1986

Advertentie
  • Eindelijk was het zover deze winter! Er is een dun laagje sneeuw gevallen, dat ook bleef liggen. Foto: Theo Jorissen.

    Op 30 januari 1986 om 1 uur leek de weerkaart wel ietwat op die van afgelopen zaterdag, waarbij een depressie op het westelijke deel van de Noordzee naar het zuiden koerst en zit ingeklemd tussen twee grote hogedrukgebieden boven Noordwest-Rusland en de Azoren. Deze weerkaart is, net als alle anderen, afkomstig van Wetterzentrale en het betreft een heranalyse van het NCEP, het Amerikaanse weermodel.

    Op 4 februari 1986 is de vorstperiode één dag oud. De weerkaart ziet er klassiek winters uit met lage luchtdruk boven Zuid-Europa, hoge druk boven Scandinavië en een straffe oostelijke wind in onze omgeving.

    Op 9 februari verscherpt de kou, dit onder invloed van een zogenaamd ‘koud putje’ dat in de bovenlucht naar onze omgeving wordt getransporteerd.

    Op 16 februari nog steeds een koude oostelijke stroming maar ook een diepe depressie ten westen van de Golf van Biskaje, waarvan toen verwacht werd dat deze bij ons dooi zou gaan brengen.

    Na een paar dagen werd duidelijk dat deze dooiaanval werd afgeslagen. Sterker nog, bij een wegvallende wind ging het in de nacht en ochtend streng tot zeer streng vriezen en ook overdag bleef het kwik onder nul. Een koudegolf werd een feit! Weerkaart van 21 februari 1986.

    Ideaal winterweer op de dag dat de Elfstedentocht werd verreden (26 februari 1986). Zonneschijn, weinig wind, lichte vorst in de middag en matige tot strenge vorst in de vroege ochtend.

    De laatste dag van de op één na langste vorstperiode van de 20e eeuw (3 maart 1986). De hogedrukas ten noorden van ons wandelt naar het zuiden, passeert ons land en doet de wind naar het westen draaien. Op 4 maart valt hierdoor de dooi in.

    Het Zuid-Limburgse landschap werd vanochtend toegedekt door een dun laagje sneeuw. Foto: Marij Bouwens.

    Weer even wennen, glibberen door de straten, zoals hier in Sittard. Foto: Tom Bloem.

    De pluim van 30 januari 2012, 1 uur van het ECMWF (eigen bewerking). Op basis van deze pluim is de kans bijna 80% dat de vorst tot het eind van de volgende week aanhoudt. Pas vanaf 12 februari wordt dat beeld meer fifty-fifty, maar laat een groepje members het nog steeds streng vriezen in de nachten. En dit beeld geldt dan ook nog voor De Bilt.

  • Februari 1986
    30.01.2012 12:30

    Een groot deel van Nederland is toegedekt door een dun laagje sneeuw. Werd het gisteren (zondag) al zeer lokaal een ijsdag, vandaag zal het kwik op veel meer plaatsen het gehele etmaal onder nul blijven. De verwachting is dat de vorst zich de komende dagen verder gaat verscherpen en zo zijn we vertrokken voor een winterse periode die hoogstwaarschijnlijk tot een vorstperiode van formaat gaat uitgroeien.

    • Advertentie



    We beleven zo een merkwaardige winter die twee dagen geleden nog recordhouder was voor wat betreft de minste vorstproductie, maar we zien nu hoe snel dat beeld kan wijzigen. De huidige winterse periode werd in de steigers gezet door een niet alledaagse configuratie op de weerkaarten. We nemen u mee naar februari 1986, die de op één na langste vorstperiode van de 20e eeuw opleverde en waarvan het begin behoorlijk wat overeenkomsten vertoonde met dit jaar.

    De vorstperiode van februari 1986.

    Laten we om te beginnen eerst maar eens de nuchtere cijfers laten spreken. Nadat er in de winter van 1985-’86 er rond de jaarwisseling al een korte vorstperiode was geweest met een duur van 6 dagen, gingen in februari 1986 alle remmen los.  De twee vorstperiode van die winter duurde 30 dagen, van 3 februari tot en met 4 maart en is qua duur in de 20e eeuw alleen overtroffen door een vorstperiode uit 1947, die maar liefst 48 dagen duurde!


    We spreken van een vorstperiode als de gemiddelde etmaaltemperatuur in De Bilt minimaal vijf dagen op rij onder het vriespunt blijft (zogenaamde Hellmanndagen) waarbij de sommatie van de negatieve etmaaltemperaturen met weglating van het minteken, op 16,0 of hoger komt. De vorstperiode in februari 1986 leverde maar liefst 111,5 Hellmannpunten op. Er traden 13 ijsdagen op, 29 nachten met matige- en 7 nachten met strenge vorst. De koudste dag was 9 februari met een maximum van -5,9 graden en een etmaaltemperatuur van -8,8 graden. De koudste fase viel echter van 18 tot en met 23 februari, met zes ijsdagen op rij en drie nachten met strenge vorst, tot -14,6 graden aan toe. Dit was dan ook een officiële koudegolf, waarvan de eisen nog veel strenger zijn dan van een vorstperiode; minimaal vijf ijsdagen op rij, waarbij minimaal drie etmalen met strenge vorst. 

    De vorst was verder zeer bestendig. Regelmatig kwam het ’s middags tot een beetje ‘droge’ dooi. Naast de dertien ijsdagen had De Bilt vijf dagen met een maximumtemperatuur van 0,0 of +0,1 graad en alleen op 1 en 2 februari, toen de vorstperiode nog moest beginnen, lag de maximumtemperatuur iets boven de drie graden.

    Opvallend was verder dat februari 1986 een kurkdroge maand was, met heel veel dagen met een beetje sneeuwval, maar in De Bilt slechts een maandtotaal van 0,4 mm… Uiteraard was het ook een zeer zonnige maand.

    De Russische beer ontwaakt!

    Net als dit jaar, werd de kou in ons land gebracht door een krachtig hogedrukgebied boven Rusland, dat zijn invloed verder naar het westen uitbreidde. Een dergelijke winterinval is niet alledaags, want meestal blijft het Russische hogedrukgebied min of meer op zijn stek liggen, boven Siberië. Met andere woorden, de Russische beer blijft meestal in zijn hok liggen, gromt soms wat, maar vaak blijft het daarbij. In 1986 sprintte hij echter naar het westen en ook dit jaar is dat gebeurd. De weermodellen hadden er moeite mee om te verwachten hoe het begin van de huidige koude periode zou gaan verlopen, maar zeker het ECMWF had het goede spoor meestentijds te pakken, om al meer dan een week van tevoren te voorzien dat de vorst het afgelopen weekend zou invallen.


    In 1986 ging dat niet anders. Sterker nog, de weerkaart van ‘vandaag’, maar dan 26 jaar geleden (30 januari 1986) lijkt best wel veel op de weerkaart van afgelopen zaterdag, met een depressie die ten westen van ons land naar het zuiden schoof en die ingeklemd zat tussen twee krachtige hogedrukgebieden, één bij Noordwest-Rusland en de andere bij de Azoren. Destijds viel de kou heel aarzelend in. De wind draaide naar het oosten, maar voerde vooralsnog geen kou aan, omdat het ten oosten van ons ook niet koud was. De diverse modellen, die een kwart eeuw geleden nog niet zo geavanceerd waren als tegenwoordig, hadden er grote moeite mee. De ene dag werd er vorst in het vooruitzicht gesteld, de volgende dag dooi, en zo flipperden de verwachtingen een aantal dagen op en neer.


    Hiernaast is te zien dat we op 4 februari 1986 te maken hadden met een straffe oostelijke wind. De temperaturen waren toen vergelijkbaar met die we nu hebben, lichte tot matige vorst in de nacht en ochtend en middagtemperaturen rond het vriespunt.


    Vandaag is de verwachting dat de kou verscherpt en dat het volgende weekend een koudeput vanuit het oosten nadert. Iets dergelijks gebeurde in 1986 ook. Rond 9 februari passeerde er een koudeput, wat niet alleen te merken was aan de lage temperaraturen met lichte tot matige, in de nacht matige tot strenge vorst, maar ook uit het feit dat uit ieder passerend wolkenveld wat lichte sneeuw viel. Die sneeuw sublimeerde echter zo weer weg.


    Na passage van deze koudeput kwam er een langgerekte, krachtig hogedrukgebied tot stand ten noorden van ons land, met een strakke oostelijke stroming als resultaat. Er volgde een aantal vrij zonnige en droge dagen met in de nacht en ochtend lichte tot matige vorst en middagtemperaturen van net boven nul.


    De winterse circulatie bleef echter in stand, hoewel er in de loop van de tweede februariweek wat kinken in de kabel leken te komen, met een actieve depressie bij de Golf van Biskaje die naar het noordoosten leek op te dringen, waardoor het woordje ‘dooi’ opnieuw in de weersverwachtingen sloop.


    Juist toen het duidelijk werd dat deze dooiaanval zou worden afgeslagen, kwamen er berichten uit Friesland ‘dat vanwege de verwachtte dooi, er deze winter géén Elfstedentocht meer gehouden kon worden’. Het zou de meteo-blunder van het jaar worden, want de koudste fase van deze vorstperiode brak juist aan!  Op 15 februari kwam het hier en daar tot zeer strenge vorst, óók in Friesland, waarbij het kwik in Schettens aan de grond zelfs tot -18,0 graden wist te dalen.

    Uiteindelijk ging het Elfstedenbestuur overstag en op 23 februari werd aangekondigd dat de tocht drie dagen later verreden zou worden. Het werd een schitterende schaatsdag met weinig wind en stralende zonneschijn. In de nacht en vroege ochtend vroor het matig tot streng, in de middag steeg het kwik even tot net onder het vriespunt. Geen wonder dat een record aantal deelnemers de tocht wist uit te rijden.


    Na de Elfstedentocht had iedereen zoals als: ‘laat nu de dooi maar invallen,’ maar dat gebeurde vooralsnog niet. In meerdere Friese plaatsen werd op 3 maart nog steeds strenge vorst gemeten op 3 maart 1986 en diverse schaatsers die waren uitgeloot, name de gelegenheid te baat alsnog de Elfstedentocht te rijden. Het was echter wel de laatste fraaie winterdag. ’s Avonds draaide wind naar het westen, de volgende dag volgde er regen, voorafgegaan door sneeuw en later op die 4e maart was de dooi algemeen.

    En dit jaar?

    Uiteraard is het speculeren wat er dit jaar gaat gebeuren. Na de sneeuw van vannacht klaart het morgen (dinsdag) op en gaat het matig vriezen. Met een stevige oostenwind wordt het de komende dagen zonnig, maar bar koud. In de nacht en ochtend gaat het in de tweede helft van deze week matig tot streng vriezen en ook ’s middags blijft het kwik op diverse plaatsen ruim onder het vriespunt.


    In het weekeinde nadert er vanuit het oosten een bel met zeer koude lucht. Het is nog onduidelijk wat dat zal opleveren. Het kan vrijwel droog blijven, er kan ook een flinke laag sneeuw gaan vallen, maar de kans daarop is hooguit 20%. De wind kan zelfs even naar het westen tot zuidwesten draaien, maar met een zeer koude bovenlucht blijft eventuele dooi beperkt en van korte duur. Daarna lijkt de ‘ouderwetse’ winterse circulatie zich te herstellen met wederom oostenwinden en vorst. Met andere woorden… de huidige winterse periode zal wellicht tot een vorstperiode van formaat weten uit te groeien, dit ongetwijfeld tot genoegen van de schaatsliefhebbers.

    Bron: Meteo Consult, KNMI, Wetterzentrale, ECMWF, eigen archief, Weerspiegel, Winters van toen en nu. Foto voorpagina: Helga Kobben.

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter