-
De weerkaart van 8 januari 1947 lijkt bijna een copie van die van aanstaande zaterdag. Een machtig hogedrukgebied bij de Witte Zee biedt geen weerwerk bij een dooiaanval vanuit het zuidwesten. Hoe koud het in de voorgaande nacht ook is, de vorst wordt moeiteloos gewipt.
Een dag later, op 9 januari 1947 komen de temperaturen overal dik boven nul.
Op 12 januari 1947 brengt een volgend lagedrukgebied regen en zachte lucht. Nederland lijkt in een westcirculatie terecht te komen.
Op 15 januari draait de wind naar het het zuiden, als zich boven de Alpen en Zuidoost-Frankrijk een hogedrukgebied vormt.
Op 16 januari stijgt de temperatuur in Maastricht tot 17,2 graden! Een nieuw januarirecord.
Het lagedrukgebied, dat de warmte bracht, trekt op 17 januari Scandinavie binnen. In Nederland wordt het iets minder zacht met een stevige zuidwestelijke wind.
Aan de achterzijde van het lagedrukgebied komt boven de oceaan een rug van hogedruk tot ontwikkeling, gekoppeld aan het hogedrukgebied ten zuiden van ons.
De kern van het hogedrukgebied schuift op 19 januari 1947 door naar de Britse eilanden.
Op 20 januari 1947 komt er een verbinding met een hogedrukgebied in het hoge noorden.
Vanaf de 21ste draait de wind naar noord tot noordoost.
De winter is helemaal terug in Nederland en houdt nog bijna twee maanden aan. Uiteindelijk zou de winter van 1947 de op een na strengste van de 20ste eeuw worden, na de grote winter van 1963.
-
Wintertje snel voorbij02.01.2008 11:49
Het nieuwe jaar in Nederland begint winters. De afgelopen nacht vroor het bijna overal licht, op de voormalige vliegbasis Twenthe bij Enschede daalde de temperatuur zelfs alweer tot -5,7 graden, dat alles onder een heldere hemel. Minder koud was het vanochtend in het noordoosten van het land, waar bewolking de afkoeling tegenhield.
-
Advertentie
Het vervolg is inmiddels duidelijk. Morgen al wordt de aanval ingezet op het koudebastion, opgewekt door een indrukwekkend hogedrukgebied dat met een luchtdrukwaarde van 1060 hPa in het centrum in de buurt van de Witte Zee in Noordwest-Rusland ligt. Tussen dit hogedrukgebied en een lagedrukgebied dat vanaf de oceaan op weg is naar de Golf van Biskaje waait in een groot deel van Europa een oostelijke wind die koude lucht aanvoert. Ook morgen komt het kwik daarin in Nederland nauwelijks boven nul.
Toch wordt het einde van de kou dan ingeleid. Twee systemen werken daarbij eendrachtig samen. Belangrijkste aanjager van de aanval is het lagedrukgebied boven de Golf van Biskaje. Aan de oostflank van dit systeem wordt met zuidelijke winden, vooral hoog in de atmosfeer, zachtere lucht op transport naar het noorden gezet. Die bereikt morgen vanuit het zuiden Nederland. Er vooruit passeert vanuit het oosten, hoog in de atmosfeer, eerst nog een bel met koude lucht, die vandaag in het noorden wolkenvelden en plaatselijk wat sneeuw brengt. Zodra deze bel naar het westen is weggetrokken, draait de wind in de bovenlucht boven Nederland naar zuidelijke richtingen. Daarmee is de weg vrij voor de zachte lucht, die vanuit het zuiden al nadert. En zo werken de twee gebroederlijk samen om de weg te bereiden voor een derde systeem, dat zaterdag vanuit het westen de kou wipt. En daarbij nauwelijks meer tegenstand van enige betekenis zal ondervinden. Dan is het gedaan met de kou.
Vervolg interessant
Het vervolg is interessant. Eerst passeren enkele storingen, voordat later volgende week langs de westrand van Europa een langgerekte zuidelijke stroming tot stand komt – tussen een nieuw hogedrukgebied boven het Europese continent, verbonden met het oude, ver in het oosten en een diep lagedrukgebied op de oceaan – waarmee erg zachte lucht onze omgeving lijkt te bereiken. Voor volgende week vrijdag komt de operationele berekening nu met maximumtemperaturen tussen 10 en 13 graden, bij een straffe zuidenwind. Dat lijkt op een vroege lente, maar is toch interessant. Want de ontwikkeling van de luchtdruk de komende week roept sterke herinneringen op aan een vergelijkbare fase in de winter van 1947, de op een na koudste winter die we in Nederland hebben meegemaakt. Waarbij als altijd natuurlijk de aantekening dat het weer geen herinnering heeft. Het is een mooi voorbeeld van wat er uit een - op het oog kansloze situatie - toch ineens kan groeien.
Die winter van '47 begon, net als deze, zo ongeveer halverwege december, maar dan wel een stuk steviger. Het vroor zelfs zo hard dat veel kranten erop speculeerden dat al voor de kerst een Elfstedentocht zou kunnen worden gehouden. De avond voor Kerstmis viel echter de dooi in. De vorst leek van de baan en tot en met de jaarwisseling bleef dat verder ook zo. Totdat op 4 januari de vorst terugkeerde. Net als nu kwam in het gebied bij de Witte Zee een machtig hogedrukgebied te liggen dat bij ons de oostenwind en de kou terugbracht. Twee dagen later al was er in grote delen van Europa – we hebben het echt over een andere tijd – sprake van felle kou. In Oostenrijk werd -36 graden gemeten, in Berlijn -32 graden. Vanochtend was de bijna 3000 meter hoge Zugspitze de koudste plaats in Duitsland, met een temperatuur van -17,4 graden. In de rest van het land vroor het licht, lokaal ook matig.
Rivierijs
Ook in Nederland was het toen koud. In De Bilt vroor het van de 6e tot en met de 8ste in de nachten 10 tot 12 graden. Opnieuw kwamen we op de schaats, het nationaal kampioenschap schaatsen werd op natuurijs gehouden en veel kolenschepen kwamen vast te zitten in het ijs op de rivieren die razendsnel dichtvroren. Zo snel ging dat. Op de 8ste viel echter de dooi in. Hoe sterk het hogedrukgebied bij de Witte Zee ook was, een lagedrukgebied bij Ierland bracht een frontensysteem in onze omgeving en maakte een einde aan de vorst. De bijbehorende kaart, naast dit verhaal, is bijna een kopie van die van aanstaande zaterdag. Wat we volgende week gaan zien, lijkt behoorlijk op wat er ook toen gebeurde. Nieuwe lagedrukgebieden drukken het hogedrukgebied in het noordoosten namelijk langzaam weg en brengen ons een tijdje wisselvallig weer, met voor de tijd van het jaar relatief hoge temperaturen, af en toe regen en soms een flinke portie wind. Vervolgens lijkt het, tussen dat eerder genoemde continentale hogedrukgebied en een laag op de oceaan erg zacht te worden.
Gek genoeg gebeurde dat in de winter van 1947 ook. Kijk maar de kaart van 15 januari. We zien een hogedrukgebied boven het zuidoosten van Frankrijk en een lagedrukgebied ten westen van de Britse eilanden. In Nederland een zuidelijke stroming en de aanvoer van zeer zachte lucht. Op 16 januari wordt het in Maastricht 17,2 graden! Een januarirecord. De dagen daarna slaat het echter razendsnel om. In de achterkamer van het lagedrukgebied, dat over Scandinavië naar het oosten trekt, ontstaat boven de oceaan een rug van hogedrukgebied, gekoppeld aan het hogedrukgebied ten zuiden van Nederland. Vier dagen later komt het zwaartepunt van het hogedrukgebied boven Scandinavië terecht en drijven we weer de winter in. Vervolgens blijft het ongeveer twee maanden lang vriezen.
Mechanisme
Ook hier zien we een prachtige samenwerking van twee druksystemen. Het lagedrukgebied, dat Scandinavië binnentrok, ruimde de daar aanwezige – en voor winterweer bij ons ongunstig liggende hoogterug – op, terwijl een tweede lagedrukgebied, veel verder naar het westen op de oceaan, ten westen van Europa juist een nieuwe hoogterug opbouwde, die wel heel gunstig kwam te liggen voor winterweer. Daarna was het dan ook goed raak. Zonder dat een vergelijking met 1947 voor het vervolg op z’n plaats is, lijkt in deze winter wel een mechanisme aanwezig dat op de manier van 1947 tot vorstperiodes kan leiden, zonder dat we meteen twee maanden op stap zijn. Eigenlijk beide koudeperiodes van deze winter zijn min of meer op de manier begonnen, waarop ook die winterperiode in 1947 op gang kwam. In de berekeningen voor de langste termijn zit een herhaling van zo'n hierboven beschreven start van een winterperiode er in, zij het in bescheiden mate. De nieuwste run laat deze mogelijkheid nog steeds zien.
Het mag de komende week dan een stuk zachter worden, indachtig de op het eerste gezicht vergelijkbare situatie van 61 jaar geleden, hoeft dit nog niet te betekenen dat de winter van 2008 voor winterliefhebbers opnieuw zo lamlendig verloopt als winters van voorgaande jaren. Een omslag kan binnen een week geregeld zijn en is misschien wel dichterbij dan we denken. Meer over deze ontwikkelingen kunt u te weten komen via de Meteo Consult weerlijn (0900-9725, 50 ct. per min). Onder optie 5 treft u de lange termijnverwachting aan, onder optie 6 de verwachting tot 4 weken vooruit en de maandverwachtingen.
Bron: Wetterzentrale.de, Meteo Consult. Uitsnede foto voorpagina: Karin Broekhuijsen.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
