De nieuwe norm voor april

Advertentie
  • De gemiddelde apriltemperatuur van de afgelopen 30 jaar in Eelde. Ondanks de groffe schaal van de grafiek is de opwarming duidelijk zichtbaar. Tot het begin van jaren negentig waren de meeste aprilmaanden koeler dan 8 graden. Tegenwoordig zijn bijna alle aprilmaanden warmer dan 8 graden en sommige zelfs graden warmer.

    De gemiddelde apriltemperatuur op de vijf hoofdstations, waarbij de normaalperiodes 1961-1990, 1971-2000 en 1981-2010 met elkaar zijn vergeleken.

    Het aantal warme dagen in Beek in de afgelopen 30 aprilmaanden. Vroeger was het bijzonder als er meer dan een paar warme dagen optraden, tegenwoordig hebben de meeste aprilmaanden er meer.

    Zomerse dagen zijn (uiteraard) nog een stuk zeldzamer. Goed zichtbaar is het uitzonderlijke beeld in april 2007, die zeven zomerse dagen opleverde in Beek.

    De gemiddelde neerslaghoeveelheid in april op de vijf hoofdstations.

    De aprilneerslag in Vlissingen de afgelopen 30 jaar. Een grillig beeld, maar met een droger wordende tendens.

    De hoeveelheid zonneschijn in april op de vijf hoofdstations.

    De hoeveelheid zonneschijn in Den helder in de afgelopen 30 aprilmaanden. Duidelijk is te zien dat april steeds zonniger is geworden.

  • De nieuwe norm voor april
    08.06.2010 10:49

    Vandaag bespreken we de nieuwste normen voor april, die zijn gebaseerd op de periode 1981 t/m 2010 en die we vanaf volgend jaar de komende tien jaar zullen gaan hanteren. We vergelijken de uitkomsten met de ‘oude’ norm, die loopt van 1971 t/m 2000 en die nu nog wordt gebruikt.

    • Advertentie



    In de voorafgaande drie maanden hebben we gezien dat het warmer (zachter) is geworden en ook een stuk zonniger, hoewel dat voor een deel aan de nieuwe manier van meten van de zonneschijnduur is te wijten. Dat effect is in het zomerhalfjaar echter niet meer aan de orde. Het beeld voor de neerslag was iets meer divers. We zullen nu gaan kijken hoe dit alles voor april uitpakt.

    De temperatuur.

    Zijn januari tot en met maart volgens de nieuwe norm wat warmer (zachter) geworden, voor april geldt dat in versterkte mate. Op het kaartje hiernaast is te zien dat de opwarming in ons land zeer gelijkmatig is verlopen met een stijging van 1,2 graden in vergelijk met de 30-jarige periode van 1961 t/m 1990, alleen Beek blijft 0,1 graad achter. Leek de temperatuurstijging in de drie voorafgaande maanden iets af te vlakken, in april zet deze juist versterkt door. Vooral de laatste jaren hebben we een paar uitzonderlijk warme aprilmaanden gehad, met zomerse allures.

    Tot het begin van de negentiger jaren was het heel gewoon dat april géén, één of slechts een paar warme dagen kende, met een maximumtemperatuur van 20,0 graden of hoger. Tegenwoordig kijken we vreemd op als zulke dagen ontbreken! In 2007 verliep in het zuiden van het land zelfs de helft van alle aprildagen warm. Een slordige twintig jaar geleden konden we met recht beweren dat de kans op het optreden van een zomerse dag in april met een maximumtemperatuur van tenminste 25 graden, in De Bilt zeldzamer was dan het houden van een Elfstedentocht in een willekeurige winter! Dat beeld is inmiddels wel achterhaald.

    Kijken we naar De Bilt en naar de gemiddelde temperatuur van iedere dag, dan zien we dat álle aprildagen, niet één uitgezonderd, warmer is geworden als we de oude met de nieuwe norm vergelijken. Sterker nog, op maar liefst 23 dagen is het verschil 0,5 graden of meer en daarvan zijn elf dagen méér dan een graad warmer geworden. Die warme dagen zitten vooral in de laatste aprilweek. Koninginnedag is nog de ‘koudste’ met een winst van 1,1 graad van 10,5 naar 11,6 graden gemiddeld en de grootste afwijking naar boven zien we op 25 april, die twee volle graden is gestegen van 9,8 naar 11,8 graden. De maand als geheel heeft er 25,8 graaddagen bijgesprokkeld en het jaar als geheel tot en met 30 april 55,7 graaddagen. Met andere woorden, een nu volstrekt gemiddeld verlopen jaar qua temperatuur zal in de nieuwe norm tot eind april 55,7 graaddagen ‘te koud’ zijn!

    De neerslag.

    De late winter en het vroege voorjaar verlopen in ons land droger dan de rest van het jaar, hoewel maart een beetje een buitenbeentje is. April lijkt nu, samen met februari de droogste maand van het jaar te worden. Ook in de nieuwe norm zien we dat op alle hoofdstations de grasmaand een tikje droger is geworden, al is de afwijking ten opzichte van de oude norm klein te noemen. De neerslag verloopt doorgaans erg grillig en het optreden van een droge of natte maand heeft direct invloed op het gemiddelde, zelfs als we dat gemiddelde over dertig jaar bepalen. Zoals we op de grafiek hiernaast kunnen zien, valt het met de totale aprilneerslag wel mee, heel veel maanden leverden in Vlissingen tussen 30 en 60 mm op. De uitschieters naar boven waren niet groot en er zaten ook enkele zeer droge maanden tussen. De kurkdroge aprilmaand uit 2007 die op veel plaatsen geen of vrijwel geen hemelwater opleverde, trekt het gemiddelde natuurlijk aardig naar beneden. Maar in Vlissingen werd sowieso in de afgelopen vijf aprilmaanden niet één keer de 30 mm gehaald.

    De zonneschijn.

    In een maand die veel warmer en iets droger is geworden kan het bijna niet anders dan dat de zon zich ook vaker laat zien. Het kaartje met daarop de zonneschijnuren van de vijf hoofdstations  laat dan ook zien dat er zo’n 5 tot ruim 10% meer zonne-uren zijn opgetreden. Is het normaal al zo in deze tijd van het jaar dat het langs de kust zonniger is dan in het oosten en zuidoosten van het land, die verschillen zijn volgens de nieuwe norm alleen nog maar markanter geworden. Den Helder, het zonnigste hoofdstation, heeft er precies 20 uur bij gekregen, terwijl in Beek, het somberste station, de winst slechts 11,1 uur bedraagt. Anders gezegd zou je kunnen beweren dat de kuststrook er in april twee vrij zonnige lentedagen bij heeft gekregen, dagen die voorheen nog somber verliepen en in het zuidoosten van het land geldt dat voor één dag.

    Kortom, april is veel warmer, zonniger en een tikje droger geworden. Daarmee lijkt de grasmaand de voorbije winter meer en meer van zich af te schudden en nadrukkelijker naar de zomer te lonken. Dat laatste geldt vooral voor de laatste aprilweek, wat we trouwens ook dit jaar hebben gezien. Op 29 april kon op diverse plaatsen de eerste zomerse dag van dit zomerseizoen worden genoteerd. Dit jaar volgde er een koude meimaand, maar we zullen binnenkort zien dat ook zo’n koude maand geen afbreuk doet aan de opwarmende trend die ook in het late voorjaar overduidelijk zichtbaar is.

    Bronnen: Meteo Consult, eigen archief. Foto voorpagina: Martha Kivits. Overige foto’s:  eigen bewerking en screenshots van het meteoprogramma van Joop Dijkstra.

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter