Terugblik op een waardige vorstperiode

Advertentie
  • Al op de laatste dag van vorig jaar kon er op diverse kleinere slootjes worden geschaatst, zoals hier in Wageningen-Noordwest.

    Dit temperatuurkaartje (bron: KNMI) van de avond van 6 januari geeft pijnlijk duidelijk het verschil in temperatuur weer tussen het noordwesten en het zuidoosten van het land. Terwijl het in Ell -20.3 graden is, is het op hetzelfde moment op Vlieland +1.3 graden!

    Op deze NOAA-foto van 10 januari is duidelijk het sneeuwdek te zien dat dik is in het zuidoosten van het land, maar in het westen en noordwesten ontbreekt.

    Deze foto is net als de foto's hieronder, gemaakt op vrijdag 9 januari in de ochtend in het Binnenveld ten westen van Bennekom en tussen Wageningen en Ede. Een waar wintersprookje!

    Deze en de volgende foto's zijn op dezelfde ochtend gemaakt, in de Blauwe kamer, een natuurgebied nabij de Rijn en aan de voet van de Grebbenberg gelegen.

    Op een plas aan de voet van de Grebbenberg, is door de plaatselijke ijsvereniging een prachtige baan uitgezet.

  • Terugblik op een waardige vorstperiode
    12.01.2009 12:24

    Jan Buisman, de klimaat- en winterkenner bij uitstek in ons land, sprak afgelopen week in een krantenartikel over “een wintertje van niks”, waarbij hij doelde op de huidige vorstperiode. Of zijn woorden in het bewuste artikel ietwat uit zijn verband waren gerukt, of dat hij meende wat hij zei, kunnen wij hier en nu niet achterhalen. De heer Buisman heeft natuurlijk gelijk als we de vorstperiode van deze winter vergelijken met de grote winters van weleer. De huidige winter zal nog heel wat moeten presteren om daar in de buurt te komen.

    • Advertentie



    Dat beseffend, moeten we desondanks concluderen dat met die opmerking de vorstperiode, die vandaag zijn Waterloo vindt, tekort wordt gedaan. Het was namelijk wel degelijk een winterse periode van formaat, in vooral de zuidoostelijke helft van het land. We moeten terug naar de winter van 1997 om op zo een uitgebreide wijze ijspret te zien in ons land. Hoog tijd dus om de afgelopen vorstperiode eens in een historisch perspectief te plaatsen.

    Tot dusver de koudste winter van deze eeuw.

    De huidige vorstperiode begon al tijdens de kerstdagen. Op eerste kerstdag draaide de wind naar het oosten en begon het kwik langzaam maar zeker te dalen. In de nacht daarop kwam het kwik voor het eerst onder nul en daarmee was het startschot gegeven voor een winterse periode van formaat, waarbij er nog in het oude jaar op diverse ondiepe slootjes kon worden geschaatst en ook al de eerste marathon op natuurijs kon worden gereden. De vorstperiode

    was niet echt aanhoudend, want tot tweemaal toe volgde er een zogenaamde ‘dooi om de noord’, die echter geen lang leven was beschoren. Met de wind, die tijdelijk naar noord tot noordwest draaide kwam er weliswaar korte tijd zachtere zeelucht mee, maar al snel stroomde op hoogte opnieuw zeer koude lucht naar ons land en winst het kwik bij een ruimende wind flink te dalen. Zo was 4 januari de zachtste dag van de afgelopen twee weken, die in de nacht daarop in vooral de zuidoostelijke helft van het land werd afgesloten met een flinke laag sneeuw. Er volgde een prachtige winterse periode met veel zonneschijn en weinig wind, waarin het kwik fors onderuit kon gaan.

    Kijken we naar De Bilt tot en met gisteren (11 januari), dan is het Hellmanngetal (de sommatie van alle etmaaltemperaturen voor zover deze onder nul liggen, met weglating van het minteken) opgelopen naar 51.5 en de vorstsom (de sommatie van alle negatieve minimum- en maximumtemperaturen met weglating van het minteken) naar 143.1. Kijken we vervolgens naar wat alle overige winters sinds 1901 tot en met 11 januari hebben gepresteerd, dan zien we dat in totaal 38 winters het dan tot een vorstsom van minstens honderd punten hebben geschopt. Met 143.1 punten staat de huidige winter dan op een verdienstelijke 26e plaats en laat ook die uit 2003 net achter zich, zodat we met recht kunnen zeggen dat we tot dusver de koudste winter van deze eeuw beleven!

    Groot verschil tussen noord en zuid.

    Daarmee is echter niet het hele verhaal verteld. Is het vaak zo dat dooiaanvallen vanuit het zuiden en zuidwesten hun beslag krijgen, in déze vorstperiode was het zo dat het in de zuidoostelijke helft van het land véél kouder was dan het Waddengebied en grote delen van Friesland. Kijkend naar Leeuwarden zien we dat daar een vorstsom van 86.5 punten werd gescoord en een Hellmanngetal van 31.3 punten. Slechts vier ijsdagen werden daar geregistreerd, maar toch ook nog drie nachten waarin het net aan tot strenge vorst kwam. In Noordwest-Friesland bleven de temperaturen nog wat hoger dan in Leeuwarden en gezien dit beeld was het logisch dat er geen sprake van kon zijn om zelfs maar de mógelijkheid te opperen dat de Elfstedentocht misschien verreden zou kunnen worden. Grote stukken van de route werden slechts door een vliesdun laagje ijs bedekt, of lagen zelfs nog open…

    Het verschil met het zuidoosten van het land was dan ook immens. In Beek kwam het Hellmanngetal met 74.9 punten op meer dan dubbele dan in Leeuwarden en de vorstsom kwam daar tot 163.9 punten. Vijf nachten achtereen vroor het daar (zeer) streng en zes dagen op rij bleef het kwik ook overdag onder nul, zodat een koudegolf daar een feit werd. Er wordt gesproken van een koudegolf, als een drietal nachten met strenge vorst zitten ingebed in een periode van tenminste vijf ijsdagen op rij. En dat terwijl er in Leeuwarden niet eens aan de veel mildere eis van een vorstperiode werd voldaan! (Minimaal vijf ‘Hellmanndagen’ op rij, waarbij de som van de negatieve etmaaltemperaturen minimaal 16 punten bedraagt). De eerste januaridecade kwam in Beek uit op -5.6 graden gemiddeld. Sinds het begin van de vorige eeuw startte januari daar slechts vier maal nóg kouder, namelijk in 1941 (-5.9); 1979 (-6.1); 1985 (-6.9) en uiteraard 1997 met -7.7 graden gemiddeld. Toch een duidelijk bewijs dat de afgelopen vorstperiode er niet ‘zo maar eentje’ was.

    En dan te bedenken dat Beek niet eens de koudste locatie uit de regio was! De laagste temperaturen werden namelijk iets noordelijker gemeten, in Noord- en Midden-Limburg, alsmede in oostelijk Brabant. De metingen in het Limburgse plaatsje Ell spanden de kroon. Wat te denken van de minimumtemperaturen die daar van 6 tot en met 11 januari werden gemeten? Namelijk -20.8 / -17.9 / -12.2 / -16.8 / -18.4 en -14.9 graden? Dat mogen toch zonder overdrijving diepvriestemperaturen worden genoemd, die in Nederland bepaald niet alledaags zijn…

    Een schitterende vorstperiode daarom!

    Dat de nu bijna afgelopen vorstperiode zoveel indruk maakte, kwam natuurlijk omdat het weer zo fraai was. Veel dagen verliepen rustig en vrijwel zonnig. Ook hadden we er erg lang op moeten wachten. De winter van 2003 was weliswaar koud, maar de drie vorstperiodes werden toen door wekenlange dooi gescheiden en duurde afzonderlijk steeds nét te kort om massaal op het ijs te komen. Ditmaal zat alle kou in één periode samengebald en werd de winterpret verhoogd door een laag sneeuw, die zich niet alleen in de zuidoostelijke helft van ons land, maar ook in België en verder naar het oosten en zuiden langer dan een week wist te handhaven. Kijkend naar mijn eigen omgeving was afgelopen vrijdag de topdag. Na een dag met mist had zich overal een dikke laag rijp afgezet en was het buiten een sprookje, vergelijkbaar met 21 december 2007. Het was zonnig en het vroor matig, bij weinig wind. De foto’s die bij dit artikel zijn geplaatst, zijn bijna allemaal op die dag gemaakt. In mijn kleine stadstuintje in Bennekom, alwaar nu al 22 jaar wordt gemeten, kwam het tot en met vandaag tot 18 vorstdagen op rij, een aantal dat alleen in de winter van 1991 werd geëvenaard en in de winters van zowel 1996 als 1997 met 24 aaneengesloten dagen werd overtroffen. Die laatste periode leverde ook de enige Bennekomse koudegolf op van de laatste 22 jaar (bij metingen vlak bij huis komt het niet dikwijls tot strenge vorst), maar kon er wel de tiende vorstperiode worden opgetekend en daarmee pas de tweede in deze eeuw! Zelfs als het de rest van deze winter tot niet één graadje vorst meer zou komen, dan nog bevindt de winter van 2009 zich royaal bij de koudste winters sinds 1988.

    Het is trouwens opvallend dat ook in 1997 en in 2003 de vorst op 12 januari tot een einde was gekomen. De winter van 1997 had daarmee zijn kruit verschoten, maar die uit 2003 was nog niet aan het eind van zijn Latijn, want in februari volgde er toen nog een mooie winterse periode. Wat de komende winter nog zal gaan presteren, is natuurlijk koffiedik kijken. Echt boterzacht lijkt het voorlopig niet te worden en vóór het einde van deze week lijken een aantal vorstnachtjes opnieuw tot de mogelijkheden te behoren. Ook op langere termijn bezien lijken er nieuwe winterkansen te liggen, al heeft het momenteel weinig zin om verder dan 4 tot 8 dagen vooruit te kijken. Voor met name de Friese winterliefhebbers is het te hopen dat Thialf later deze winter nog om de hoek komt kijken. Elders in den lande, zal de afgelopen periode bij de liefhebbers van ijs en sneeuw voorlopig in het geheugen verankerd blijven zitten als een sublieme periode, die smaakt naar meer!

    Bron: Meteo Consult, KNMI, eigen archief. Foto’s: KNMI, Tom van der Spek, NOAA.

     

    Door: Tom van der Spek
    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter