Gieren op warme bellen

Advertentie
  • Prima landschap voor gieren: heel open, nauwelijks mensen en heel wat rotsplekken om op te nestelen.

    De gierenrots die we vaak bezoeken. Hier staan dagelijks heel wat vogelaars naar de wand te turen. Er omheen cirkelen soms wel tientallen vale gieren tegelijk.

    Een detailopname van een stuk van de gierenrots. Meerdere vale gieren zitten hier in de zon. Sommige wachten op het moment dat er genoeg thermiek langs de bergwand te vinden is.

    Een vale gier wat dichterbij. Goed te zien zijn de lichte kop en nek.

    Thermiek onstaat onder invloed van de zon. Deze schijnt tegen de berghelling/rotswand en vlak langs de helling zullen de stijgwinden het snelst opsteken.

    Als je op een hoger punt staat zoals hier, vliegen de gieren op gelijke hoogte. Een prachtig gezicht. Links in beeld natuurfotograaf Frank Terstappen, die de rovers van dichtbij kan vastleggen.

    Met een simpel cameraatje kun je toch ook nog het silhouet van een gier vastleggen. Zeker deze allergrootste; de monniksgier.

    En hier het landschap waar hij of zij overheen vliegt. Extremadura heeft veel gebieden waar de bomen (eiken) vrij ver uit elkaar staan en er veel ondergroei is.

    In eerste instantie zijn veel gieren tegen een rotswand nauwelijks te zien. Wie beter en langduriger kijkt, ziet er echter steeds meer.

    Telescopen, onontbeerlijk voor een goed zicht op de gieren.

  • Gieren op warme bellen
    26.05.2010 12:47

    Majestueuze roofvogels zijn het, met een spanwijdte van soms bijna 3 meter. Zodra de zon de rotsen enkele uren beschijnt, weten ze met hun grote lichaam het luchtruim te kiezen. Vervolgens klieven ze zeilend door de strakblauwe hemel, nauwelijks klapwiekend. Soms cirkelen ze schijnbaar slechts voor het vermaak, op andere momenten verdwijnen ze al stijgend langzaam uit het zicht. Op zoek naar een prooi, een dood dier, die ze vervolgens met meerdere gieren delen.

    • Advertentie



    We zijn in Spanje, om precies te zijn in Extremadura, niet ver van de Portugese grens. Dit is één van de plekken waar je vele gierensoorten kunt zien. De hier meest voorkomende soort is de vale gier, een grote roofvogel met lange, brede vleugels en aan het uiteinde daarvan goed zichtbare ‘vingers. In ditzelfde gebied zie je ook, zij het wat minder vaak, aasgieren. Deze vogels hebben een karakteristiek zwart-wit verenkleed en behoren met een spanwijdte van ongeveer 1,70 meter tot de relatief kleine gieren, zeker als je ze vergelijkt met de grootste roofvogel die Europa rijk is; de monniksgier. Ook deze gier komt af en toe voorbij in Extremadura, en is van vleugeltip tot vleugeltip maar liefst 2,80 of 2,90 meter breed. Je ziet het gelijk als een dergelijk exemplaar over je heen zweeft; slechts respect geldt hier.

    Zon geeft vliegkracht
    Als we ’s ochtends na het ontbijt de telescopen inladen, rijden we naar een dichtbij gelegen plek die de bijnaam ‘gierenrots’ draagt. Dat schept verwachtingen, die zeker worden waargemaakt. Deze rots bevindt zich aan de rand van een grote rivier annex waterbekken. Hij rijst op vanuit het water tot een paar honderd meter hoogte. Het is nog tamelijk kil, rond de klok van 9 uur nog nauwelijks 12 of 13 graden, maar de zon schijnt volop. En de zon zendt haar stralen precies naar de zuidoostflank van de rots. En dáár zitten de gieren.

    Op het eerste gezicht zijn de gieren nauwelijks zichtbaar, zo’n goede schutkleur hebben ze. Door de verrekijkers zijn ze echter prima te ontwaren en met behulp van de telescopen spotten we er steeds meer. Hoe langer je kijkt, des te meer gieren worden gezien. Het zijn allemaal vale gieren, die soms met hun bruine rug naar ons toegekeerd zitten, maar vaker nog met hun gezicht van de rots afkijken. We zien de grote witte koppen en de lange nek. En we zien een flink aantal nesten. De eerste gieren zijn inmiddels ook al aan het rondcirkelen, gebruik makend van de thermiek langs de rotswand.

    Scherend op thermiek
    De rotswand wordt door de zon dermate snel opgewarmd, dat er vrij snel in de ochtend al thermiek langs deze wand ontstaat. Thermiek is opstijgende warme lucht in de vorm van ‘bellen’. Diezelfde bellen zullen later in de ochtend ook steeds meer en sterker boven de rest van het landschap ontstaan, maar zijn wat eerder aanwezig vlak langs de rots. Met behulp van die warme opstijgende lucht kunnen de gieren vrij snel in de ochtend al het luchtruim kiezen. We zien ze dicht langs de wand zweven, waarbij ze af en toe bijna de wand zelf aanraken. De meeste luchtstijging zit vlak tegen de rotswand aan en daar kun je dus het gemakkelijkst hoogte winnen. Vaak gaat het dan om thermiekbellen die zo’n 2 a 3 meter per seconde stijgen.

    Een aantal vale gieren scheert een paar keer langs de wand om vervolgens weer op de rots terug te keren. Vliegen ze voor de fun? Andere laten zich vanaf de rots ‘vallen’, waarbij ze gelijk de thermiek gebruiken om hogerop te komen. Al cirkelend heen en weer langs de wand komen ze hoger en hoger. We volgen ze in de telescoop, van links naar rechts en dan weer terug, en ondertussen stijgend. Op een gegeven moment komen ze boven de rots uit en pakken daar verder hoogte. Met de vergrotingsmogelijkheden van de telescoop zijn ze nog een tijdje te volgen, maar uiteindelijk verdwijnen ze uit het vizier. Op zoek naar eten.

    Samen zweven, samenwerken
    Klapwieken doen deze grote rovers niet vaak, dat kost hen heel veel energie. Vooral de dagelijkse opwarming door de zon wordt gebruikt om uit te vliegen. Dan kun je er als gier dus ook beter maar voor zorgen dat je niet op de grond broedt of slaapt, want dat zou betekenen dat je steeds op eigen kracht het eerste stukje omhoog zult moeten klapwieken voordat je gebruik kunt maken van thermiek. De meeste gieren wonen dan ook op rotsen, waar ze zich als het ware vanaf kunnen laten vallen.

    Verschillende giersoorten gaan overdag min of meer gezamenlijk op zoek naar prooien. Er is een vorm van onderlinge communicatie waarbij ze elkaar waarschuwen als voedsel is gelokaliseerd. Ze hebben elkaar ook echt nodig. Zo kunnen aasgieren namelijk gemakkelijk met kop en snavel binnendringen in kleine holtes in een karkas, maar zijn niet in staat de huid van een dier open te rijten. De huiden van dode schapen, koeien, vossen of welk dier dan ook, kunnen alleen worden opengescheurd door de sterkste soort met de grootste snavel; de monniksgier. En ja, na het maal moet er natuurlijk wel vanaf de grond worden opgestegen…

    Respect
    Het kijken naar grote en kleine roofvogels in Extremadura gaat een aantal dagen door. En ook een heleboel andere soorten zien we, zoals de onvergetelijke grote trap, de bijeneter en de scharrelaar. Ooievaars, ook de zwarte, zien we geregeld overvliegen en in nesten bivakkeren. Geregeld worden kreten van ontzag en bewondering geslaakt, wat een prachtige exemplaren allemaal! De gieren stelen ondertussen een stukje van mijn hart. Zoals die het luchtruim gebruiken, met hun grote lichamen in schijnbare rust overvliegend, niet of nauwelijks met de vleugels slaand. Een aantal keer staan we op gelijke hoogte met de gieren en kunnen we ons net een beetje meer inleven in het leven van vale, aas-, en monniksgier. Respect en ontzag, dat zijn woorden die hierbij passen. 

    Door: Grieta Spannenburg
    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter