Waar vallen zaterdag de zwaarste buien?

Advertentie
  • De neerslagverwachting voor morgen. Het ECMWF voorziet de meeste neerslag (het rode gebied is 10 millimeter of meer) voor het zuidoosten en het zuidwesten van het land. Het uiterste noorden krijgt bijna niets.

    Het Amerikaanse model voorziet de piek boven het westen van het land. Hier is het het uiterste noordwesten dat vrijwel niets krijgt.

    Volgens het Engelse model ligt de piek in een smalle zone over Overijssel, het noorden van de Veluwe en het zuiden van Flevoland en boven het zuidwesten van het land. Hier blijft het in een groot deel van Noord- en Noordoost-Nederland droog.

    Ook het Hirlam-model voorziet voor het noorden nagenoeg droog weer. De piek van de neerslag wordt hier nadrukkelijk in het zuidoosten van Nederland neergelegd.

    Wolken rukten vanochtend op, ook het zuiden van Nederland in. De grens met de blauwe lucht is op deze foto van Martha Kivits, genomen in de buurt van Waalwijk, duidelijk te zien.

    Ook de lucht is vochtiger geworden, zo liet de grondmist in de buurt van Wernhout vanochtend zien. Foto: Corina Magielse.

    De damherten in de duinen bij Zandvoort moesten het vanochtend in eerste instantie ook met nevel doen, zo laat deze foto van John Dalhuijsen zien.

    Een beetje water is ook wel nodig. In de buurt van Wernhout wordt alweer gesproeid. Foto: Corina Magielse.

    Een rommelige wolkenlucht laat heel mooi zien hoe het toeval in het weer van de komende dagen een rol speelt. Op de plekken waar de wolk zich bevindt, stijgt de lucht, in het kleine opklarinkje ernaast daalt zij. Geef maar eens vantevoren aan waar die twee precies liggen! Zo zit een buienverwachting in grote lijnen ook in elkaar. Foto: Burry van den Brink.

  • Waar vallen zaterdag de zwaarste buien?
    26.06.2009 11:03

    Na een paar dagen met zonnig zomerweer, lijkt nu ook het seizoen van de zomerbuien begonnen. Vandaag al kunnen her en der verspreid over het land de eerste regen- en onweersbuien ontstaan. Morgen lijkt de kans buien vooral in het midden en zuiden van het land verder toe te nemen. En ook na morgen zijn we er nog niet meteen weer vanaf.

    • Advertentie



    De belangrijkste vragen voor meteorologen zijn waar precies de buien gaan vallen, hoe zwaar ze worden en welke gebieden eventueel buiten de invloedssfeer van de buien blijven. De ene keer heb je bij het beantwoorden van deze vragen meer houvast dan de andere keer. Buien ontstaan als luchtbellen vanaf de grond opstijgen en aan een reis beginnen, hoog de atmosfeer in. Tijdens die reis koelt de stijgende lucht af. De in de stijgende lucht aanwezige waterdamp (water in de onzichtbare gasfase) koelt mee af en zal bij een voldoende lage temperatuur (de dauwpuntstemperatuur) condenseren. In de lucht komen vanaf dat moment ontelbare waterdruppeltjes vrij. Een verzameling daarvan noemen we een wolk. Wordt de wolk dik genoeg en vormen zich in de wolk ijskristalletjes, dan begint de vorming van neerslag. Zodra die neerslag de grond bereikt, worden we op aarde nat en is een bui geboren.

    Een eerste stap die je als meteoroloog zet bij het bepalen van de kans op buien is onderzoeken of de luchtopbouw wel geschikt is om wolken te laten ontstaan. Stijgende luchtbellen kunnen alleen door blijven stijgen als ze in een luchtlaag opstijgen die met de hoogte snel genoeg kouder wordt. Wordt aan die voorwaarde voldaan, dan noemen we de opbouw van zo’n atmosfeer onstabiel. In simpele bewoordingen is het dan dichtbij het aardoppervlak relatief warm en op grotere hoogte koud. De lichte, warme lucht wil omhoog, de relatief koude en zware lucht wil naar beneden. Ze streven ernaar elkaars plekje in te nemen. Hierdoor ontstaat beweging in de atmosfeer en die beweging ontaardt in de vorming van wolken en uiteindelijk vaak ook buien.

    Onstabiele luchtsoort
    Met behulp van de sondes aan de ballonnen, die op veel plaatsen op de wereld en in Nederland in De Bilt, meerdere malen per dag worden opgelaten, kun je bepalen of aan deze voorwaarde wordt voldaan. Kijken we naar vanmiddag, dan moet het aan de grond bij voorbeeld 24 graden worden bij een dauwpunstemperatuur van 17 graden om de eerste luchtbellen in een stijging te laten komen die mogelijkerwijs in de vorming van buien uitmondt. Morgen is de lucht nog een stuk onstabieler en begint de vorming van de buien al bij lagere temperaturen. Van een onstabiele luchtsoort mogen we vandaag en zeker morgen dus duidelijk spreken.

    Toch ben je er dan nog niet. Het gebeurt geregeld dat in een in principe onstabiele luchtsoort geen buien ontstaan, terwijl het in een luchtsoort die op het eerste gezicht niet onstabiel is, regionaal wel tot de vorming van zware buien komt. De verklaring hiervoor moeten we zoeken in een fenomeen dat onder meteorologen als de dynamiek van het weer bekend staat. In het weer hangt alles met elkaar samen. Stijgt de lucht op de ene plek, dan daalt hij ergens anders. Anders worden de in de natuur immer aanwezige evenwichten verstoord.

    Het kan best zijn dat er, op het moment dat de lucht in Nederland onstabiel is, boven België een actief gebied met buien ligt. Een gebied dus waar de lucht sterk stijgt. Een deel van Nederland kan zo met dalende luchtbewegingen te maken krijgen. En die houden de vorming van buien daar tegen. Ook op heel kleine schaal kan de vorming van een zware bui op de ene plek de vorming van een bui bij de buren (door compenserende daalbewegingen daar) zo tegenhouden. Het vervelende hiervan is dat dit vaak een volkomen willekeurig proces is. De plaats waar de eerste bui zich vormt kan bepalend zijn voor de manier waarop het proces zich vervolgens als een soort kettingreactie afspeelt. Dat is een systeem wat zich nauwelijks van tevoren laat verwachten.

    Geforceerde stijgingen
    Een sturende factor kan de aanwezigheid van een convergentielijn zijn (zie het verhaal van gisteren) of wellicht de aanwezigheid van een bovenluchtstoring. Beide kunnen ervoor zorgen dat er plekken in de atmosfeer zijn waar juist extra stijgbewegingen worden gegenereerd. Dat zullen dan ook de plaatsen zijn waar buien zich goed thuisvoelen. Ken je als meteoroloog de gebieden in de atmosfeer waar de lucht ‘geforceerd’ stijgt, dan is het makkelijker om vantevoren uitspraken te doen over de plekken waar zich (als eerste en vooral) buien zullen gaan vormen.

    Bezien we weer de situatie van vandaag en morgen, dan liggen vandaag boven het noordoosten van het land de restanten van een warmtefront die daar de vorming van een paar regen- en onweersbuien mede kunnen aanwakkeren. Voor de komende dagen leek een convergentielijn van belang te zijn, die volgens de modelberekeningen vanuit het zuidwesten langzaam dichterbij had moeten komen. Die lijn is nog steeds op de kaarten terug te vinden, maar blijft nu min of meer boven het noordwesten van Frankrijk en België steken.

    Toch kunnen de buien, die op die lijn ontstaan, vooral morgen wel degelijk invloed hebben op het weersverloop bij ons. Iedereen weet dat stevige buien windstoten genereren die koudere lucht vanuit de bui naar buiten brengen. Omdat er morgen op de achtergrond maar weinig wind aanwezig is, kunnen die koelere luchtmassa’s uit de Franse en de Belgische buien behoorlijke afstanden afleggen en in het zuiden en midden van ons land onder de hier aanwezige warme en vochtige luchtmassa’s terechtkomen (koudere lucht is zwaarder en blijft bij het aardoppervlak). Die bovenliggende warme lucht kan dan net het duwtje krijgen dat nodig is om te gaan stijgen. En zo kan ook in onze omgeving toch de vorming van regen- en onweersbuien worden ‘geforceerd’.

    Lastige verwachting
    Al met al moeten we vanmiddag en zeker morgen dus een breed scala aan invloeden betrekken bij het bepalen van de plaatsen waar zich als eerste buien zullen gaan vormen, maar ook het verdere weersverloop daarna. Dat dit een lastige klus is met zoveel toevalligheden in de strijd zal duidelijk zijn. Ook de verschillende computermodellen hebben het er moeilijk mee. Ze komen elk met hun eigen scenario, zo is op de kaartjes naast dit verhaal duidelijk te zien. Als we er al een grote gemene deler uit kunnen halen, dan is die dat morgen vooral het midden en zuiden met regen- en onweersbuien te maken krijgen en dat het in het noorden relatief lijkt mee te vallen. Daarmee zeggen we nog niets over de plaatsen waar het uiteindelijk droog blijft, en die ook best in het midden en zuiden van het land kunnen liggen. Evenmin zeggen we iets over de plekken waar de meeste regen valt. Want de moraal van dit verhaal is dat die voor een groot deel door het toeval zullen worden bepaald. Daarom is het maken van een weersverwachting soms zo lastig.

    Bron: Meteo Consult

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter