De nieuwe norm voor juli

Advertentie
  • Juli als geheel is duidelijk warmer geworden en de juli van dit jaar leverde daar een belangrijke bijdrage voor. Vooral in de eerste helft van de maand vielen de mussen soms letterlijk dood van het dak. Foto: Guus Creusen.

    De gemiddelde temperatuur op de vijf hoofdstations in juli in de periodes 1961-1990; 1971-2000 en 1981-2010 en het verschil, uitgaande van de periode 1961-1990. De opwarming is onmiskenbaar.

    Een beeld van de grilligheid van de zomerneerslag kregen we dit jaar te zien. Begin juli was het in grote delen van het land gortdroog, hier duidelijk zichtbaar aan het verdorde gras in de bermen. Foto: Harry Heijblok.

    Op 10 juli kreeg een flink deel van het land met noodweer te maken, waarbij er naast, zware windstoten en regen, soms ook flink wat hagel viel. Foto: Pieter en Marianne van Laarhoven.

    Het kwam niet alleen tot veel regen, windstoten en hagel, ook het onweer was actief. Foto: Michel van der Klooster.

    De gemiddelde hoeveelheid neerslag in juli op de vijf hoofdstations, volgens de oude en de nieuwe norm. Juli is iets, tot behoorlijk natter geworden.

    Twee dagen na het eerste noodweer, trokken dit jaar op 12 juli nieuwe zware buien over het land, waarbij soms grote bomen werden geveld. Foto: Willy Bonnink.

    Op 14 juli was het opnieuw raak. Imposante luchten kondigde dit derde noodweer in vijf dagen tijd aan. Foto: Jon Florijn.

    Het gemiddelde aantal zonne-uren in juli op de vijf hoofdstations, volgens de oude en nieuwe norm. In heel het land is juli flink zonniger geworden, hetgeen voor een deel door een schonere atmosfeer wordt veroorzaakt.

  • De nieuwe norm voor juli
    07.09.2010 09:36

    In de bespreking van de nieuwe klimatologische norm zijn we inmiddels aangekomen bij juli. Als norm wordt tot en met dit jaar de 30-jarige periode van 1971 tot en met 2000 aangehouden, maar vanaf komen jaar stappen we over op de periode 1981 tot en met 2010.

    • Advertentie



    We zagen dat gedurende de eerste helft van het jaar alle maanden warmer waren geworden en de meeste ook zonniger en natter. We vertellen nu of juli goed in dat beeld past, of niet.

    De temperatuur.

    Voor wat betreft de temperatuur, kunnen we die vraag met een volmondig ‘ja’ beantwoorden (zie de afbeelding linksboven). De opwarming, die eerder als was ingezet, heeft zich in vrijwel gelijke mate doorgezet. Hierdoor is juli ten opzichte van de nu nog geldende norm rond 0,6 graden warmer geworden op de vijf hoofdstations. Ten opzichte van de norm van tien jaar daarvoor (1961 tot en met 1990) is juli nu met 1,0 tot en met 1,3 graden opgewarmd. Dat is een flinke sprong omhoog, te meer daar beide periodes nog steeds tien jaar overlapping kennen, namelijk de jaren 1981 tot en met 1990.

    Wat we in sommige andere maanden ook al zagen, gaat in juli evenzeer op. De hele klimaatzone is qua temperatuur zo’n tweehonderd kilometer naar het noorden opgeschoven. Wat destijds een ‘normale’ temperatuur voor Beek was (17,1 graden), wordt nu de norm voor zowel Den Helder als Eelde. Het temperatuursverschil tussen het noorden en het zuiden van ons land blijft echter in stand, omdat de opwarming zich op alle stations in vrijwel gelijke mate heeft voltrokken.

    Voor De Bilt hebben we de oude en nieuwe norm voor iedere julidag afzonderlijk naast elkaar gelegd, voor wat betreft de gemiddelde etmaaltemperatuur. Slecht twéé dagen (6 en 8 juli) laten een minieme afkoeling zien van slechts 0,1 graad, terwijl 12 juli geen verandering laat zien. Alle andere dagen zijn warmer geworden, en soms flink. Negentien julidagen zijn minstens een halve graad warmer geworden en daarvan zijn er vier verspreid over de maand (1, 15, 16 en 27 juli) zelfs 1,0 of 1,1 graad opgewarmd. Juli als geheel heeft er zo 17,4 graaddagen bij gekregen en dat is na mei de maand met de grootste bijdrage. De totale afwijking over de zeven eerste maanden van het jaar bedraagt 99,8 graaddagen, een fors verschil. Dat betekent dat een willekeurig jaar dat tot eind juli volgens de oude norm als volstrekt gemiddeld zou worden omschreven, volgend jaar op tweetiende na, honderd graaddagen te koud zou zijn! Zo worden we wel heel duidelijk met onze neus op de feitelijke opwarming gedrukt…

    De neerslag.

    In recente klimaatrapporten werd gesteld dat de opwarming wellicht ook zou resulteren in een toename van de hoeveelheid neerslag. Tegelijkertijd zou echter ook de grilligheid van de neerslag toenemen, met andere woorden, zowel zeer droge, als erg natte periodes zouden zich gaan voordoen. Wat dat betreft lijkt de afgelopen zomer aardig in dat nieuwe beeld te passen. De zomer begon namelijk erg droog, maar in de loop van juli werden die bordjes drastisch verhangen, om over augustus maar te zwijgen. Hoe dan ook, volgens de nieuwe klimatologische norm is juli inderdaad een weinig natter geworden, als is het verschil in Eelde en met name in De Bilt groter. Op die laatste meetpost is juli bijna 16% natter geworden, een flinke afwijking, te meer daar in beide periodes twintig jaren hetzelfde zijn gebleven. In de nieuwe norm zijn alleen de zeventiger jaren van de vorige eeuw door de ‘nuller’ jaren van deze eeuw vervangen. Het grillige karakter van de neerslag zal ook de komende jaren wel voor schommelingen zorgen, als er toevallig een maand een paar jaar op rij flink droger of juist natter dan de norm uitvalt. We zien trouwens ook in juli nog het beeld dat de kuststations het droogst zijn en dat het binnenland natter verloopt. Indirect zien we daaraan dat in een aantal gevallen juist door de warmte boven land buien worden opgewekt en minder boven de nog relatief koele zee, wat een normaal beeld is gedurende de lente en een groot deel van de zomer.

    De zonneschijn.

    Hoewel juli wat natter is geworden, heeft de maand als geheel ook meer zonneschijn opgeleverd. Ook dat geeft ons een indirecte aanwijzing dat het neerslagbeeld grilliger wordt. De neerslagduur wordt korter, maar áls het regent, dan ook meteen flink. Zo is het te rijmen dat juli als geheel zowel natter als zonniger is geworden. De winst in het aantal zonne-uren is behoorlijk te noemen. Gemiddeld over de vijf hoofdstations is daar afgerond elf uren zonneschijn bijgekomen. Met andere woorden, in de nieuwe norm heeft juli een volstrekt zonloze dag (die sowieso niet veel voorkomt in de zomer) verruild voor een vrij zonnige dag. Nog steeds zijn de kuststations zonniger dan de meetposten dieper landinwaarts. Eelde is het enige hoofdstation dat nog net niet de tweehonderd zonne-uren heeft gehaald. Het verschil met Beek is groter dan het op het eerste gezicht lijkt, want in Eelde kan de zon in juli per dag bijna  een half uur langer schijnen dan in Beek, dit vanwege de langere daglengte aldaar. Als beide plaatsen precies evenveel bewolking zouden hebben gehad, dan zou Eelde op maandbasis in juli toch zo’n tien zonuren meer moeten scoren dan Beek.

    Hoe dan ook, voor wat betreft juli kan de conclusie kort, maar krachtig zijn. Net als alle voorafgaande maanden is het warmer geworden en net als de meeste maanden ook natter en zonniger. Dat laatste ligt trouwens niet aan het verschil in meten, want in de zomer levert de nieuwe meetmethode met stralingsmeters eerder een klein tekort op ten opzichte van de oude meetmethode met de Campbell-Stokes stroken. Een schonere atmosfeer, waardoor de ‘global dimming’ in onze streken is afgenomen en het zicht in het algemeen beter is geworden, heeft wellicht een belangrijke invloed gehad.

    Bronnen: Meteo Consult, KNMI. Eigen archief. Foto voorpagina: Johan Westra.

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter