Ozongat boven de Noordpool?

Advertentie
  • De ozonconcentraties boven Europa, zoals berekend voor vandaag. Boven de noordelijke delen van Europa is een verlaagde concentratie aan ozon te zien, maar van een gat in de ozonlaag is geen sprake. Bron: Temis.

    'Gaten' in de ozonlaag boven de Noordpool zijn ook al eerder voorgekomen, zoals dit plaatje van 14 maart 2000 laat zien. Bron: Nasa.

    Het ozongat boven de Zuidpool op 14 september 2002 is een stuk markanter dan de situatie zoals die nu boven Europa optreedt. Bron: Nasa.

    Een mini-ozongat, zoals waargenomen op 9 november 2001. Toen waren de waargenomen concentraties ozon een stuk lager dan nu. Bron: KNMI.

    Polaire stratosfeerwolken boven Nederland op 18 februari 2008. Foto: D.C. Visser.

    Nogmaals polaire stratosfeerwolken boven Nederland, op 17 februari 2008 gefotografeerd door Gieny Westra.

    Een parelmoerwolk boven de Noordpool. Bron: Wikipedia.

    Parelmoerwolken boven de Zuidpool. Zowel parelmoerwolken als polaire stratosfeerwolken kunnen erop duiden dat de ozonlaag op het moment van het zien van deze wolken deels wordt afgebroken. Foto: Alan Light.

  • Ozongat boven de Noordpool?
    27.03.2011 10:06

    Het gat in de ozonlaag, dat in september, oktober en november – aan het einde van de winter op het zuidelijk halfrond – boven de Zuidpool ontstaat, is zeer bekend. Minder bekend is dat aan het einde van onze winter de ozonconcentraties ook boven de Noordpool sterk kunnen teruglopen, zoals dit jaar het geval blijkt te zijn. Zal het bij ons ooit tot een ozongat komen? Wetenschappers weten het niet, maar sluiten het niet uit.

    • Advertentie



    Voor het leven op aarde is de ozonlaag, die zich op ongeveer 20 kilometer hoogte boven het aardoppervlak bevindt, van groot belang. Ozon houdt het grootste deel van de schadelijke UV-straling, afkomstig van de zon, tegen en voorkomt zo dat wij bij langdurige blootstelling aan de zon al te erg verbranden en op termijn huidkanker krijgen. Wordt de ozonlaag dunner, dan kan meer UV-straling de aarde bereiken en worden de risico’s automatisch groter.

    CFK’s
    Verantwoordelijk voor de aantasting van de ozonlaag zijn de CFK’s, de chloorfluorkoolstofverbindingen die onder meer veel werden gebruik in brandblussers, airconditioners en spuitbussen. Om de ozonlaag te beschermen, is sinds 1 januari 1989 het verdrag van Montreal van kracht waarin de afbouw van de productie en het gebruik van CFK’s wordt geregeld. Inmiddels is dat verdrag door 183 landen (waaronder de volledige Europese Unie) geratificeerd. Sinds de inwerkingtreding van het verdrag is de emissie van CFK’s sterk teruggelopen. Toch zijn de problemen voor de ozonlaag nog niet voorbij. Het duurt heel lang voordat CFK’s, als ze eenmaal in de atmosfeer zitten, daar weer uit verdwijnen. Daarom duurt het nog wel tientallen jaren voordat het ozonprobleem echt zal zijn opgelost.

    CFK’s vernietigen veel ozon vanaf het moment dat de temperatuur in de ozonlaag beneden -78 graden komt, meestal aan het einde van de winter. En dus zowel boven de Noord- als de Zuidpool. In de ozonlaag beginnen vanaf dat moment de zogenoemde polaire stratosfeerwolken (in individuele gevallen ook wel parelmoerwolken genoemd) te ontstaan.

    Afbraak ozonlaag
    Omdat in de stratosfeer op een hoogte van 20 kilometer maar heel weinig waterdamp zit, moet het daar geweldig koud worden om ijskristalletjes te laten ontstaan. En als ze dan ontstaan, zien de wolken die ermee worden gevormd er heel bijzonder uit. Door de geringe grootte van de kristalletjes zijn in de wolken, als de zon erop schijnt, de meest bijzondere kleuren te zien. Het is ook daarom dat ze parelmoerwolken worden genoemd. Zit de hele lucht er vol mee, zoals bij voorbeeld op 17 en 18 februari 2008 boven Nederland het geval was, toen de zon in een onnatuurlijk oranje gloed (die lang aanhield, zie foto) onderging, dan heten ze polaire stratosfeerwolken. Ze bestaan overigens niet alleen uit ijskristallen, maar ook uit verbindingen van salpeterzuur en water. Omdat op dat moment uit de CFK’s op die hoogte agressieve chlooratomen vrijkomen, wordt de ozonlaag in rap tempo afgebroken. De aanwezigheid van parelmoerwolken en polaire stratosfeerwolken is hier dan ook een aanwijzing voor.

    Ook de afgelopen weken waren die wolken boven de Noordpoolregio vaak te zien. Metingen van het KNMI laten nu zien dat zich een vrij groot gebied van relatief geringe ozonconcentraties heeft gevormd, omgeven door regio’s waar die ozonconcentratie juist veel hoger is. Van lage concentraties, zoals we die ieder najaar boven de Zuidpool aantreffen, is echter geen sprake. Wat dat betreft, kun je bij ons nog steeds niet van een ozongat spreken. Maar wat niet is, kan ook dit voorjaar nog best komen, zeggen wetenschappers, ook al weten ze dit niet zeker.

    Poolwervel
    Verlaagde ozonconcentraties doen zich voor in het gebied met lage temperaturen op zeer grote hoogte boven de Noordpool dat ook wel de poolwervel wordt genoemd. Vooral gedurende het winterhalfjaar is die poolwervel markant aanwezig. In het zomerhalfjaar wordt hij min of meer stukgeslagen. De overgang heeft plaats gedurende de lente. Dat is het moment waarop lucht met lage ozonconcentraties ook naar het zuiden uit kan stromen en bewoonde gebieden kan bereiken. Gebeurt dat inderdaad, dan komt tijdelijk meer UV-straling dan normaal op het aardoppervlak terecht. En moeten we oppassen tijdens het zonnen en goed smeren. Dergelijke perioden duren meestal niet langer dan een enkele dag en zullen in de loop van de aprilmaand, als de poolwervel kapot wordt geslagen, geleidelijk verdwijnen. Dan wordt alles weer normaal.

    Mini-ozongaten
    Het is overigens al eerder tot mini-ozongaten gekomen boven Europa, bij voorbeeld (bijzonder genoeg nog voorafgaand aan de winter) op 9 november 2001. Toen kwamen de gemeten ozonconcentraties in het minigat beneden 200 Dobson-eenheden (de maat voor de concentratie aan ozon op een bepaalde plaats) uit. Het plaatje, berekend voor vandaag, laat zien dat we aan dergelijk lage waarden op dit moment nergens toekomen, ook al is er wel een gebied te zien waar de concentraties lager zijn dan normaal. Aan het einde van de jaren 90 werd boven Denemarken op 30 november 1999 een laagste concentratie van 185 Dobson-eenheden gemeten, daar waar een concentratie tussen 260 en 320 eenheden op dat moment normaal zou zijn geweest.

    De zorgen over het eventueel ooit opduiken van een ozongat boven de Noordpool betekenen overigens niet dat de in Montreal afgesproken maatregelen niet werken. Omdat het zo lang duurt voordat de CFK’s uit de atmosfeer zijn verdwenen, houden de problemen voorlopig nog wel aan. De verwachting is echter dat we er rond het jaar 2050 wel een stuk beter voor zullen staan.

    Bronnen: Meteo Consult, KNMI, NASA, National Geographic

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter