Zin en onzin over seizoensverwachtingen

Advertentie
  • La Niña heeft geen invloed in Europa, wel in de tropische gebieden, in delen van de VS en rond Japan. Bron: NOAA.

    Begin december 2009 was het wisselvallig en zacht. Bijna niets wees op een koude winter, toch werd nog voor Sinterklaas al duidelijk dat de NAO index negatief werd. Foto: Henk Groenewoud.

    Halverwege december was de westcirculatie niet krachtig genoeg om de winterse kou buiten de deur te houden. We bevonden ons inmiddels in een vorstperiode. Foto: Guus Creusen.

    Op 17 december viel de eerste sneeuw van de winter en vooral in het noorden ging het om een dik pak. Later die winter volgde er nog een paar actieve sneeuwstoringen. Foto: Bert Verschoor.

    Op 20 december trok een volgende sneeuwstoring over. Op veel plaatsen viel een dik pak sneeuw en omdat de sneeuw viel bij temperaturen die onder het vriespunt lagen, begon de sneeuw door de stevige wind te verstuiven wat voor het vliegverkeer erg vervelend was. Foto: Pascal Thiessen.

    Het dikke pak sneeuw lag er tijdens de kerst nog steeds en op eerste kerstdag viel tijdens de ochtend opnieuw een beetje verse sneeuw. Overdag begon het lichtjes te dooien. Foto: Marcel Rutte.

    De winter kwam rond de jaarwisseling terug en januari was een echte wintermaand met flinke vorst, schaatstijs, maar ook af en toe hinderlijke sneeuwval. Op 30 januari lag er in de Eemshaven in Groningen behoorlijk wat ijs. Foto: Jannes Wiersema.

    Zelfs begin maart was het nog koud. In het zuiden van Limburg lag op 5 maart een dun laagje sneeuw. Foto: Marij Brouwers.

    Na de koude winter verwachtte de World Climate Service een koele en natte zomer. Koel viel in ons land wel mee door het hete weer eind juni/begin juli, maar nat was het toch wel. Foto: Gieny Westra.

    In juli kwam het soms tot zware onweersbuien en ook in augustus viel de regen soms met bakken uit de lucht. Foto Peter Vlemmings.

  • Zin en onzin over seizoensverwachtingen
    16.09.2010 12:50

    Gisteren verscheen er in de media een bericht over de aankomende winter. De winter zou in ieder geval nat worden met temperaturen boven- of onder normaal. In het laatste geval zou het dan veelvuldig tot sneeuwval kunnen komen met de daarbij behorende gladheid. Als de temperaturen boven normaal uitkomen, is de neerslag uiteraard vloeibaar en verwacht men door overvloedige regen zelfs wateroverlast. Al met al een pittige verwachting waarbij de aanwezigheid van een La Nina grote invloed zou hebben op ons winterweer. Op die La Niña komen we zo nog terug.

    • Advertentie



    De vraag naar seizoensverwachtingen bestaat al heel lang. Het is echter een hele klus om een goed onderbouwde verwachting op te stellen die ook nog uitkomt. Juist in onze omgeving is het weer erg grillig. Nederland, liggend op de 50ste breedtegraad, ligt eigenlijk op de scheiding tussen warme luchtmassa’s van zuidelijke breedte en koude lucht afkomstig van de poolstreken. De afwisseling van koude en warme lucht zorgt voor het wisselvallige karakter van het weer in onze omgeving. Dit is de reden dat seizoensverwachtingen voor de gematigde streken in de wereld nu nog maar in de kinderschoenen staan. Zeker ook voor Nederland, waarbij door de ligging aan zee, relatief kleine verschillen in windrichting (lees positie hoge- en lagedrukgebieden) zeer grote verschillen in weerbeeld kunnen laten zien.

    Hoe is het dan eigenlijk wel mogelijk om iets zinnigs te zeggen over het verloop van de temperatuur en neerslag in het volgend seizoen? Zoals gezegd, de seizoensverwachtingen in ons deel van de wereld zijn niet echt heel betrouwbaar, maar de laatste jaren wordt er wel wat vooruitgang geboekt. In de jaren 70 en 80 werd er vooral gekeken naar de statistieken. Een belangrijke regel die in die tijd werd gebruikt om aan te geven of het in West- en Midden-Europa een milde of koude winter zou gaan worden was gebaseerd op de waargenomen temperaturen in de regio Berlijn. Was het in de eerste helft van december uitzonderlijk zacht, dan bleef in het verleden een koude winter bijna altijd uit, terwijl een koud begin van december iets meer zou zeggen over het verdere verloop van de winter. Uiteindelijk bleek dat deze manier van verwachten berustte op toeval en zo moest men op zoek naar andere technieken om een betrouwbare uitspraak te doen.

    Groter geheel

    Het weer in (West-) Europa maakt deel uit van een groter geheel en het is dan ook verstandig om verder te kijken dan de metingen in de directe omgeving. Als we over seizoensverwachtingen gaan praten dan komen al snel begrippen als El Niño, La Niña en de zogenaamde NAO index aan de orde.

    El Nino en La Nina hebben betrekking op de zeewatertemperatuur van het water rond de evenaar op de Grote Oceaan tussen Zuid-Amerika en Indonesië. Is de temperatuur hoger dan normaal dan spreken we van een El Niño, is de zeewatertemperatuur lager dan normaal dan heerst er een zogenaamde La Niña. Beide hebben overigens een behoorlijke invloed op de visstand voor de kust van bijvoorbeeld Peru. Bij El Niño zorgt het water voor de aanwezigheid van extra veel vissen en bij La Niña is dat juist precies andersom.

    De invloed blijft echter niet beperkt tot de (plaatselijke) visstand in de Grote Oceaan, ook de invloed op het weer is groot. In de afbeelding hiernaast is te zien wat beide fenomenen voor tijdelijke weersveranderingen teweegbrengen. Opvallend is dat geen van tweeën invloed heeft op het weer in Europa. Wel wordt de activiteit van orkanen in het Caraïbisch gebied positief beïnvloed. We moeten ons voor het Europese weer dus duidelijk richten op andere indicatoren dan de aanwezigheid van een El Niño of La Niña. Deze orkanen kunnen later als depressie weer richting Europa trekken, maar dan bepalen ze het weerbeeld slechts voor korte tijd. Een directe koppeling tussen El Niño/La Niña en het weer in West-Europa is wetenschappelijk nooit aangetoond.

    Ligging van de straalstroom

    Het weer in West-Europa wordt beheerst door westenwinden. Die westelijke circulatie is soms behoorlijk sterk, maar soms ook even in kracht afgenomen. Ook is de ligging niet altijd hetzelfde. Soms zijn de westenwinden vooral gericht op het noorden van Europa en soms juist meer op het Middellandse zeegebied.

    Een indicator voor de ligging van de westcirculatie is de zogenoemde Noord Atlantische Schommeling (de NAO) die ontstaat als je de luchtdruk bij IJsland (waar gemiddeld gesproken een lagedrukgebied ligt) en de Azoren (waar zich gemiddeld gesproken een hogedrukgebied ophoudt) met elkaar vergelijkt. Bij een positieve index is dat verschil groot. Het lagedrukgebied bij IJsland is sterk, het Azorenhogedrukgebied eveneens. Bij ons overheersen in de winter dan zuidwestelijke winden die zacht en wisselvallig weer opleveren. Vaak tot in Scandinavië aan toe. De winter stelt dan weinig voor, al kan het patroon voor kortere tijd wel even onderbroken worden.

    Is de NAO negatief, dan is het luchtdrukverschil tussen IJsland en de Azoren veel kleiner. Het IJslandlaag is in dat geval zwak of helemaal afwezig en datzelfde geldt voor het Azorenhoog. Omdat een westcirculatie onder dergelijke omstandigheden zwak is, kan zich in een winter met een negatieve NAO index boven het noorden en noordoosten van Europa veel makkelijker een koudebastion opbouwen. Draait de wind dan even naar het noorden of noordoosten, en ook daar is de kans bij een zwakke westcirculatie veel groter op, dan zit je ook meteen in de winter. Veel koude winters gaan dan ook samen met perioden met een negatieve NAO index.

    Wordt de NAO positief of negatief

    Om tot een onderbouwde seizoensverwachting te komen, moeten we dus niet kijken naar het opgetreden weer in de eerste helft van augustus of het al dan niet aanwezig zijn van een El Nino/ La Nina, maar wel naar de NAO index. Vraag blijft dan echter, hoe kan je ruim van te voren zien dat we in de maanden december, januari en februari een negatieve NAO index krijgen? Volgens de World Climate Service, een bedrijf dat samenwerkt met Meteogroup (het moederbedrijf van Meteo Consult), blijkt dat een positieve afwijking van de temperatuur in juni en juli tussen de 60en 80ste breedtegraad invloed heeft op de NAO index in de wintermaanden.

    Betrouwbaarheid

    De verwachting voor de afgelopen winter, gebaseerd op de inzichten van de World Climate Service, sloegen de spijker op z’n kop. Een zuidelijke ligging van de straalstroom zou verantwoordelijk zijn voor een te koude winter en dat werd het ook. Qua neerslag werd er nauwelijks een afwijking voorzien en ook dat kwam uit. De ligging van de westcirculatie werd al ruim van te voren goed ingeschat.  

    Ook de zomerverwachting, het zou een natte en koele zomer worden, kwam grotendeels uit. De activiteit en ligging van depressies werd goed verwacht. Slechts vier weken lag het bepalend lagedrukgebied net iets westelijker waardoor neerslag uitbleef en hele warme lucht uit Zuid-Europa ons kon bereiken. De zomer werd daardoor niet koel maar iets warm. Toch was het stromingspatroon goed ingeschat en dat biedt vertrouwen voor de nieuwe winterverwachting. Binnenkort komt de World Climate Service met de verwachting voor de winter van 2011. Wat voor winter we gaan krijgen kunt u dan ook binnenkort horen via de Meteo Consult Weerlijn (0900-9725, optie 8).

    Bron: Meteo Consult, nu.nl en World Climate Services, NOAA

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter