Sneeuwdek als hindernis

Advertentie
  • De sneeuwbedekking volgens het Europese weermodel ECMWF, volgende week zaterdag.

    Vrijdag berekent het ECMWF een lagedrukgebied voor de Europese kust. Bij ons voert een zuidenwind aan de grond koude lucht aan van boven een besneeuwd Frankrijk. Koude lucht die vrijdag en zaterdag vanuit het noorden al Europa binnenstroomt, en door het berekende sneeuwdek koud blijft/verder afkoelt. Bij ons wordt die dag op landelijke schaal een maximumtemperatuur onder het vriespunt berekend. De dagen ervoor komt het volgens het model al op uitgebreide schaal tot vorst in de nacht.

    De ontwikkelingen zoals het ECMWF die voor zich ziet, wordt zeker niet door alle berekeningen ondersteund. De bovenstaande pluim laat dat zien. Daarin staan voor meer dan 50 verschillende berekeningen de ontwikkeling van de temperatuur in Nederland door de tijd heen.

    Bron: archief.

  • Sneeuwdek als hindernis
    20.11.2008 17:29

    Kou verovert morgen en in het weekeinde een groot deel van het continent, met zeker landinwaarts in West- en Midden-Europa op steeds meer plaatsen sneeuw. Het sneeuwdek beperkt zich daar zeker niet alleen tot de berggebieden. Ook in een flink deel van het laagland wordt het wit.

    • Advertentie



    Als zo’n sneeuwdek zich echt ver uitstrekt, en het vervolgens koud genoeg blijft om een tijd te blijven liggen, kan dit belangrijke gevolgen hebben voor de weersontwikkelingen op de lange termijn. Een langdurig aanwezig gesloten sneeuwdek van duizenden kilometers boven het continent, zorgt namelijk voor een verdere opbouw van kou. Zo’n sneeuwvlakte met koude lucht erboven bemoeilijkt het binnendringen van zachtere omstandigheden.

    Grootschalig sneeuwdek Europa hindernis voor zachte oceaanlucht
    In het verleden hebben we dit al vaker gezien. De zeer koude winter van 1979 was daar een goed voorbeeld van. Met soms luchtdrukverdelingen die normaal gesproken kansloos zijn voor winterweer, maar door de aanwezigheid van een forse voorraad kou boven het continent in de praktijk vorst opleverden.

    Oceaandepressies verschenen regelmatig voor de westkust van Europa, en in de bovenlucht kwam zo nu en dan wel even warmere lucht binnenzetten. Maar aan de grond bleef het koud.

    Dit kwam niet alleen door de aanwezigheid van sneeuw op het continent, ook als gevolg van een indirect effect ervan. Doordat de lucht onderin koud was, was de lucht relatief zwaar. Dat resulteerde in meer wrijving tussen de luchtstroom en het aardoppervlak, en dus een afremming van de wind, in vergelijking met normale omstandigheden. Het uiteindelijke resultaat ervan was dat de wind aan de grond relatief sterk gekrompen was (meer details over de vorming van windsnelheid en –richting kunt u eventueel hier vinden).

    Simpel gezegd: waar puur op basis van de luchtdrukverdelingen de wind als zuidwest zou zijn ingeschat, was deze in zulke gevallen meer zuidelijk. Daarmee bleef de aanvoer aan de grond vaak aflandig, bij drukverdelingen die normaal gesproken voor luchtaanvoer vanaf zee en dus zachtere omstandigheden zou hebben geleid. Tel daarbij op de enorme (en zware) voorraad kou boven het continent, en de warme lucht kan zijn borst nat maken.

    Overigens resulteerde het nu en dan binnenstromen van warme lucht hoog in de atmosfeer in combinatie met de hardnekkige kou aan de grond in de winter van ’79 in diverse ijzelsituaties.

    De ontwikkelingen nu
    Het aardige van de situatie van nu, is dat zoals aangegeven in een groot gebied boven het continent gaat sneeuwen rondom het komende weekeinde. Kunnen we ons dan nu gaan opmaken voor een lange legendarische winter? Nou, als we dat zouden beweren dan lopen we niet 1, niet 2, niet 3, maar 300 honderd stappen te hard van stapel.

    Als we even terugstappen uit de weidse fantasie van de winterliefhebber, is het de komende week evenwel, ook nuchter bekeken, spannend genoeg. De computermodellen komen met een keur aan mogelijke ontwikkelingen, die zeker volgende week flink uit elkaar beginnen te lopen. Daarmee neemt de onzekerheid fors toe, maar tegelijkertijd blijven er, naast zachte, ook behoorlijk wat winterse mogelijkheden open.

    Volgens het ECMWF-model
    De bij het schrijven van dit verhaal meest recente versie van het belangrijkste weermodel (ECMWF) laat bijvoorbeeld, binnen deze waaier aan onzekerheden, een ontwikkeling zien waarbij in de loop van de komende 9 dagen een steeds groter deel van Europa onder een sneeuwdek komt te liggen (zie de afbeelding hiernaast).

    En bij ons gaat het, volgens die berekening, in de tussentijd een aantal nachten vriezen. Nadat maandag een storing met neerslag naar het zuiden wegtrekt, trekt langzaam een rug van hoge luchtdruk van noord naar zuid over het land. Eerst is de wind oostelijk en voert ze koude lucht aan van boven het besneeuwde Duitsland. Vervolgens valt de wind vrijwel helemaal weg, waardoor het ’s nachts steeds verder afkoelt. En door de lange nachten, en korte dagen, komen de temperaturen overdag steeds minder ver boven het vriespunt uit.

    Uiteindelijk doemt vrijdag aan de westflanken van het continent een lagedrukgebied op. En oceaanstoringen naderen, met erachter zachtere lucht. Maar de stroming aan de grond blijft zuidelijk, aflandig, en komt van boven een uitgestrekt sneeuwdek boven Frankrijk. Juist die vrijdag is daarmee de koudste dag van de periode, landelijk maximumtemperaturen onder het vriespunt. De neerslag die het ECMWF-model berekent, valt dan ook in de vorm van sneeuw, eventueel ijzel. In de loop van de avond en de volgende dag komt het kwik op steeds meer plaatsen boven het vriespunt. Maar echt doorzetten doet de zachte oceaanlucht op zaterdag, de laatste dag van de periode die de hoofdberekening beschrijft, ook weer niet.

    Zie daar, een 1979-achtige weersontwikkeling.

    Ook met beide benen op de grond moed voor de winterburger
    Terug met beide winterbenen op de grond, is het duidelijk dat deze berekening zeker niet de enige mogelijkheid is de komende week. Sterker nog, ondanks dat de hoofdberekening van het Amerikaanse weermodel NCEP in basis dezelfde ontwikkeling steunt als de hoofdberekening van het ECMWF, zijn er vele andere computerberekeningen die een stuk zachtere situatie laten optekenen.

    Kijk hiernaast maar eens naar de zogenaamde temperatuurspluim. Deze toont meer dan 50 verschillende berekeningen. De rode lijn is de hoofdberekening van het ECMWF, de blauwe die van het NCEP. Beiden nemen ongeveer dezelfde route. Echter, een groot deel van de andere lijntjes - extra berekeningen van het ECMWF die het doel hebben om iets te kunnen zeggen over de zekerheid van de door de hoofdberekening beschreven ontwikkeling, en eventueel alternatieve oplossingen – gaan voor een groot deel een heel andere, zachtere, weg

    Kortom: de onzekerheid is groot. Tegelijkertijd kan de winterliefhebbende burger juist uit deze onzekerheid moed putten. Een afwijking van het normaal gesproken zachte stramien, behoort dan immers tot de mogelijkheden. En ruimte om te dromen over wat misschien, eventueel, in het geval alle puzzelstukjes in elkaar vallen, een mooie winter zou kunnen worden.

    Bron: Meteo Consult

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter