IJsbedekking pool minimaal

Advertentie
  • Het zeeijs in het Noordpoolgebied lijkt deze zomer sneller dan ooit te smelten.

    Dit is wat er gisterochtend nog aan ijs over was op de Noordelijke IJszee, volgens de Universitiet van Illinois.

    De Universiteit van Bremen maakte dit plaatje van de ijssituatie van gisterochtend.

    Op deze bewerking van het beeld van de Universiteit van Bremen is te zien waar de ijsconcentraties in het gebied, waar nog ijs voorkomt, het grootst zijn.

    Vergeleken met vorig jaar is er nu ongeveer 600.000 vierkante kilometer minder aan ijs. De grootste verscvhillen komen voor rekening van het grote gebrek aan ijs op de Oost-Siberische Zee. Bron: Universiteit van Illinois.

    Deze grafiek laat zien hoe de afwijking ten opzichte van nomraal zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Duidelijk is te zien dat die afwijking in de meetperiode nog niet eerder zo groot is geweest als nu. Bron: Universiteit van Illinois.

    Dit is de weergave van de ijssituatie van gisterochtend volgens de Amerikaanse weerdienst (NCEP).

    Op dit plaatje is te zien hoe groot de ijsbedekking volgens de normaal zou moeten zijn aan het einde van de julimaand. Bron: NCEP.

  • IJsbedekking pool minimaal
    31.07.2007 10:55

    De hoeveelheid zeeijs in het Noordpoolgebied is deze zomer al zover teruggelopen dat de kans groot is dat later dit jaar, waarschijnlijk in september, opnieuw een historisch minimum wordt bereikt. Het oude record dateert van september 2005. Op dit moment komt er nog ongeveer 4,6 miljoen vierkante kilometer ijs voor, tegen rond 6,4 miljoen vierkante kilometer normaal aan het einde van de maand juli. Het tekort is opgelopen tot circa 1,8 miljoen vierkante kilometer, een gebied met ongeveer de grootte van de Middellandse Zee. Dat tekort is nog niet eerder zo groot geweest en wordt al de hele julimaand waargenomen.

    • Advertentie



    Het is de afgelopen maanden snel gegaan. Nadat in maart een maximum van ruim 13 miljoen vierkante kilometer werd gemeten, is er alleen maar ijs gesmolten. En ook nu is dat proces nog niet tot staan gekomen. De snelheid, waarmee het ijs deze zomer smelt, is niet alleen zo groot omdat het in het poolgebied zo warm is. Waarschijnlijk was het ijs, dat de afgelopen winter was bijgevormd, zo dun dat er ook niet veel voor nodig was om het weer te laten smelten. De zomersmelt van het zeeijs is het resultaat van een ingewikkeld samenspel tussen het weer in het poolgebied, de temperaturen, de atmosferische stromingen (het windpatroon) en ook de zeestromingen. Al deze onderdelen leveren hun eigen bijdrage.

    De ijsbedekking van de Arctische zeeën wordt gemeten met behulp van satellieten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de oppervlakte van het gebied waar ijs of drijfijs voorkomt (een gebied telt mee bij een bedekking van minimaal 15 procent), maar ook naar de totale hoeveelheid ijs die daarbij daadwerkelijk wordt aangetroffen. Het kan dus best zo zijn dat de oppervlakte van het gebied waarbinnen ijs wordt aangetroffen recordlaag is, terwijl de hoeveelheid ijs die zich binnen dat gebied ophoudt bij elkaar opgeteld toch groter is dan in een eerdere periode. Zo laat het ene record zich niet altijd met het andere vergelijken.

    Een probleem is dat dit soort metingen nog maar korte tijd wordt gedaan. Uit het verleden zijn weinig vergelijkbare gegevens beschikbaar. De situatie, zoals die nu optreedt, laat zich dan ook lastig vergelijken met eerdere minima, die er bij voorbeeld in de jaren 30 en 40 zijn geweest. De algemene indruk is wel dat de situatie van nu ernstiger is dan de situatie van toen.

    Als oorzaak voor het steeds verder afsmelten van het Noordpoolijs wordt niet alleen het versterkte broeikaseffect genoemd, met zijn stijgende temperaturen in het Arctische gebied. Ook periodiek optredende wijzigingen in het grootschalige circulatiepatroon boven de Noordpool die onder de noemer Arctische Oscillatie worden samengebracht, lijken een rol te spelen. Langere perioden van sterkere en zwakkere westcirculaties wisselen elkaar daarbij in het noordpoolgebied af. En die wisseling kan invloed hebben op de hoeveelheid ijs die zich in de zomer handhaaft en die in de wintermaanden weer wordt aangemaakt.

    Feitelijk zorgt een sterke westcirculatie rond de noordelijke ijszeeën ervoor dat de daar aanwezige ijsmassa linksom gaat draaien. Daarbij stromen grote hoeveelheden ijs en koud water langs Groenland de noordelijke oceaan op en verdwijnen zo uit het poolgebied. Ten oosten van IJsland is ook al lange tijd een tong met relatief koud zeewater terug te vinden. Aan de andere kant stromen ten noorden van Scandinavië en in de omgeving van Spitsbergen (opgestuwd door de harde zuidwestelijke winden daar) juist grote hoeveelheden warme lucht en warm water het poolgebied in, daar leidend tot een snelle afsmelt van het ijs.

    Op dit moment is de situatie zo dat warme lucht voor het oostelijke deel van het Arctische zeebekken steeds gemakkelijk weet te bereiken. Waarschijnlijk verklaart de aanwezigheid van de warme lucht daar de in die delen van het poolgebied optredende, grote ijstekorten. De geografische Noordpool zelf en Groenland, de gebieden waar zich op dit moment het meeste overgebleven zeeijs nog bevindt, hebben voorlopig ook de koudste lucht. Die tolt daar rond in een lagedrukgebied dat redelijk stationair is. Daar gaat de smelt relatief traag.

    Eerder dit jaar werd bekend dat het zeeijs in het noordpoolgebied veel sneller smelt dan door welk klimaatmodel dan ook tot nu toe werd verwacht. Bij het meten van de totale oppervlakte van het zeeijs in het Noordpoolgebied spelen twee momenten jaarlijks een belangrijke rol. In maart, na de winter op het Noordelijke Halfrond, bereikt het zeeijs meestal zijn maximale oppervlakte, in september, na afloop van de zomer op het Noordelijke Halfrond, wordt de geringste oppervlakte bereikt. Sinds 1953 zien we bij het septemberpunt een afname van 7,8 procent per 10 jaar aan zeeijs, waargenomen door de satellieten die het gebied voortdurend in de gaten houden. Volgens het gemiddelde van de IPCC-berekeningen had dit 2,5 procent per tien jaar moeten zijn, met een maximum van 5,4 procent. In maart is de afname minder sterk, maar nog altijd 1,8 procent per 10 jaar. Het gemiddelde van de klimaatmodellen ging hier van 0,6 procent uit. Op basis van het huidige tempo lijkt het erop dat het moment, waarop in de zomer al het aanwezige zeeijs smelt, ruim voor 2050 zal worden bereikt. Het IPCC gaat er in zijn berekeningen van uit dat dit punt ergens tussen het jaar 2050 en ruim voorbij het begin van de 22ste eeuw ligt.

    De onderzoekers van het NSIDC, die dit voorjaar met de uitkomsten van hun onderzoek naar buiten kwamen, denken dat de invloed van het versterkte broeikaseffect op het ijs in het Noordpoolgebied wordt onderschat. Zo zouden verschillende modellen van een te grote dikte van het zeeijs uitgaan. Verder wordt te veel gekeken naar opwarming op zich. Veranderende atmosferische en oceaanstromingen, die extra warmte naar het Noordpoolgebied transporteren, worden volgens hen juist te weinig in de berekeningen meegenomen. Het noordpoolgebied reageert sterk op klimaatsveranderingen omdat (wit) ijs bijna 90 procent van de zonnestraling die erop valt, reflecteert. Die straling wordt dan niet aangewend om de luchttemperatuur te laten oplopen. Open water gedraagt zich, vergeleken met ijs, als een vrijwel zwart lichaam dat ongeveer 90 procent van de invallende zonnestraling absorbeert en in warmte omzet. Verdwijnt er ijs en komt daarvoor in de plaats open water terug, dan kunnen de temperaturen in het Noordpoolgebied snel oplopen. Een dergelijk proces lijkt zich de afgelopen jaren te hebben ingezet en verloopt mogelijk steeds sneller.

    Bronnen: Universiteit van Bremen, NCEP, Universiteit van Illinois, NSIDC.

     

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter