-
Op vrijdag 3 februari brak ’s ochtends in Bennekom nog heel even de zon door. Het vroor bijna tien graden… Foto: Tom van der Spek, net als de overige foto’s hieronder.
Hoewel het later die ochtend licht tot matig bleef sneeuwen, was de bewolking soms zo dun, dat de zon er nog doorheen wist te schijnen.
Na 2 uur ’s middags begon de sneeuw te intensiveren.
Tegen half drie was er bijna sprake van zware sneeuwval, waarbij het zicht tot hooguit 500 meter was teruggelopen.
Er volgde een kraakheldere en ijskoude nacht. Tegen het ochtendkrieken vroor het streng tot zeer streng.
Een temperatuur van -19,4 graden… In 25 jaar metingen heeft deze thermometer maar één keer een lagere waarde aangewezen, en dat was op 2 januari 1997 met -20,0 graden.
’s Middags op 5 februari was het schitterend weer, waarbij door krachtige zonneschijn en een vrijwel windstilte, het veel warmer aanvoelde dan de -5 graden die de thermometer aanwees.
Deze foto is op dezelfde middag genomen in het Binnenveld, tussen Wageningen en Bennekom. Opvallend was dat de lucht ontstabiel van opbouw was geworden, waardoor er langs de rand van het Veluwe massief een aantal stratocumuluswolken ontstonden. Deze bleven vrijwel stil hangen, en losten rond zonsondergang op.
Gisterenavond was er een prachtige zonnezuil te zien. Helaas geen voorbode van een heldere nacht, want het bleef lange tijd bewolkt. Pas tegen de ochtend werd het helder en daalde het kwik nog hard richting de -10.
Op basis van de nieuwste pluim is de kans vrij groot dat het zondag gaat dooien, rond 60% van de members komt overdag boven nul. Voor de Elfstedentocht is het te hopen dat het ijs op de route aanstaande woensdag of uiterlijk donderdag overal op de route dik genoeg is geworden, zodat de tocht op zaterdag 11 februari gehouden kan worden. Dat lijkt meteen de eerste, maar ook de laatste kans te zijn, tenzij de modellen vanavond alsnog een zwaai terug richting de vorst gaan maken.
-
Een historische koudegolf?06.02.2012 12:32
En de vorst... hij duurde voort. Inmiddels is er sprake van een officiële koudegolf, die naarmate het blijft vriezen, steeds imposantere vormen aanneemt. De vraag rijst in hoeverre we deze koudegolf al ‘historisch’ mogen noemen? Om die vraag te beantwoorden, moeten we eigenlijk drie zaken bekijken. 1: Hoe lang heeft de koudegolf geduurd? 2: Hoe intens was de kou? En 3: Hoe vaak komt een koudegolf voor? In het onderstaande zullen we die vragen gaan beantwoorden.
-
Advertentie
Een bizarre winter.
Eén ding is nu al duidelijk. De winter 2011-’12 zal als geheel zeker als ‘historisch’ de boeken ingaan. Er is in het verleden nauwelijks een ander voorbeeld te vinden van een winter die tot eind januari op vorstgebied vrijwel niets presteerde, maar vervolgens met een koudegolf op de proppen kwam, die zó intens was dat er serieus over een Elfstedentocht werd gesproken.
Tot en met 28 januari stond het Hellmanngetal van De Bilt (de sommatie van alle negatieve etmaal gemiddelde temperaturen, met weglating van het minteken) op een schamele 1,3 punten, wat goed was voor een 306e en laatste plaats op de ranglijst van alle winters sinds 1706.Er zijn in het verleden maar zeer weinig winters geweest die pas zo laat op gang kwamen. De winter van 1991 is zo’n voorbeeld (ook die leverde een koudegolf op) en het meest sprekende voorbeeld uit de vorige eeuw is natuurlijk de winter van 1956, toen november en december 1955 en januari 1956 zachte maanden waren, maar februari 1956 werd toen de koudste maand van de 20e eeuw met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van -6,4 graden.
Of we dit jaar in de buurt van die legendarische maand gaan komen, is niet zo waarschijnlijk, maar de start deze maand, is in ieder geval voortvarend geweest. Tot en met 5 februari is het Hellmanngetal in De Bilt gestegen naar 46,6 punten. Daarmee is deze winter opgeklommen naar de 202e plaats en heeft dus al 104 winters achter zich gelaten. Dat worden er de komende dagen nog veel meer…
Koudegolf: de duur.
Goed, we hebben dus een officiële koudegolf, waarvoor de eisen zeer streng zijn. Minimaal vijf ijsdagen op rij, waarvan minstens drie nachten een minimumtemperatuur van -10,0 of lager moeten hebben opgeleverd, een zogenaamde ‘zeer koude dag’. Voor het gemak wordt er soms over drie nachten met ‘strenge vorst’ gesproken, dat pas geldt bij een temperatuur die 0,1 graad lager ligt, op -10,1 graden dus. Die 0,1 graad is belangrijk, want die bepaalt of we sinds 1901 nu 33, of 34 koudegolven hebben gehad. Wij hanteren die iets mildere eis, waardoor we nu met de 34e koudegolf bezig zijn.
Tot en met gisteren heeft de huidige koudegolf zeven dagen geduurd. Tien koudegolven duurden maar vijf of zes dagen, drie werden na zeven dagen afgebroken, maar dat geldt niet voor de huidige koudegolf. We plakken er vandaag sowieso een achtste dag aan vast, en maar 16 koudegolven, een minderheid dus, duurde langer dan acht dagen.
Op basis van de prognoses lijkt het geen probleem te zijn deze koudegolf te rekken tot een duur van tien dagen, maar donderdag zou een moeilijk dagje kunnen worden. Het is niet ondenkbaar dat het kwik dan tot aan het vriespunt oploopt. Een maximumtemperatuur van +0,1 graad in De Bilt, of zelfs van 0,0 graden, zou een punt achter deze koudegolf zetten. Blijft het kwik donderdag onder nul (die kans is behoorlijk groot), dan volgen er wellicht nog een tweetal ijsdagen, waarna er aanstaande zondag waarschijnlijk een ‘dooi om de noord’ volgt. In dat geval zou deze vorstperiode een totale duur van 14 dagen krijgen en daarmee zou hij zich moeiteloos kunnen meten met imposante broeders uit het verleden. Alleen in de winters van 1942, 1947 en 1956 (en niet 1963!) hadden een koudegolf die nóg langer duurde.Koudegolf: de intensiteit.
Uiteraard is het gemakkelijk bij te houden hoeveel ‘zeer koude’ dagen iedere koudegolf heeft opgeleverd. Voor déze koudegolf zijn dat er al vier. De kans is uitermate groot dat daar nog minstens één zo’n dag bijkomt, en misschien nog wel twee of drie. Uitgaande van een totaal van vijf ‘zeer koude’ dagen, zien we dat elf koudegolven méér nachten met -10,0 graden of lager hebben opgeleverd.
Sprekender is echter om te kijken naar de gemiddelde temperatuur van alle koudegolven. Er zijn er drie geweest met een gemiddelde temperatuur van -10,0 graden of lager. De koudste was die uit december 1908 met een gemiddelde van -10,5 graden, maar die koudegolf duurde slechts vijf dagen. De koudegolf die duurde van 31 december 1978 tot en met 6 januari 1979 was imposanter met een gemiddelde over deze zeven dagen van -10,2 graden, maar de topper is de koudegolf van 11 tot en met 19 februari 1929, die over deze negen dagen een gemiddelde van -10,1 graden had opgeleverd.
Vier koudegolven duurde (veel) langer en hebben daardoor ook veel meer kou opgeleverd, maar scoorden qua gemiddelde temperatuur lager, maar de absolute topper is eigenlijk wel de koudegolf uit 1942, die maar liefst 18 dagen duurde van 10 tot en met 27 januari en die een gemiddelde temperatuur van -9,6 graden opleverde, met een totale Hellmannproductie van 172,2 punten!
Qua kouproductie is het dan ook beter om naar die Hellmannproductie te kijken. De huidige koudegolf staat nu op 45,3 punten en, er vanuit gaande dat we het tot en met aanstaande zaterdag weten te rekken, zouden daar nog – voorzichtig geschat – 31 punten bij kunnen komen. Dat zou het totaal op (afgerond) 76 punten brengen, waarmee deze koudegolf zich nog juist in de top tien van koudste koudegolven zou kunnen nestelen.Koudegolf: de frequentie.
Een totaal van 34 koudegolven in 112 winters sinds 1901, betekent een gemiddelde van afgerond één koudegolf per vier winters. Maar dat gemiddelde schetst een onjuist beeld. Sommige langdurige zeer koude winters hebben meerdere koudegolven opgeleverd (de winter van 1962-’63 had er zelfs vier!) en soms was er een lange periode zonder koudegolven. Tot en met 1963 duurde de langste periode zonder koudegolf negen jaar (tussen 1908 en 1917), maar na 1963 werd het allemaal veel minder. Tussen 1963 en 1979 was er maar één korte koudegolf van 5 dagen in 1971, waarvan wel het bijzondere was dat het de énige was die niet alleen eindigde in maart, maar zelfs in maart begón, want hij duurde van 2 tot en met 6 maart. Daarna ging het een tijdlang weer goed, maar na de voorlaatste koudegolf uit 1997, bleef het dus lang ’stil’.
Dat is ook te zien aan de metingen op mijn eigen station in Bennekom, waar in het najaar van 1988 mee werd begonnen. In een kleine tuin, vlakbij het huis wordt er gemeten, en vooral in rustige stralingsnachten blijft het kwik daar dan een stuk hoger dan in de omgeving, buiten de bebouwde kom. De temperatuur laagterecords stammen dan ook goeddeels uit de koudegolf van 1997, maar dit jaar kon hier in Bennekom dus de tweede koudegolf in 25 jaar worden opgetekend, waarbij vooral zaterdag 4 februari zich qua temperatuur in de top van de ranglijst van koudste winters wist te nestelen, mede dankzij de sneeuw die de dag daarvoor was gevallen.De conclusie.
Kortom: mede gezien de ultrazachte voorgeschiedenis, maar ook op basis van de nuchtere cijfers, kunnen we stellen dat we de huidige koudegolf gerust als ‘historisch’ mogen bestempelen. Dat betekent niet dat hij uniek is, maar wel dat het een periode is waar de mensen wellicht nog jarenlang over zullen praten. En dat gaat zeker gebeuren als het deze winter toch nog tot een Elfstedentocht komt. De kans daarop is overigens nog steeds klein. Het moet de komende dagen nog hard vriezen om het ijs overal op de route op de gewenste dikte te krijgen en het is de vraag of dat gaat lukken.
De rayonhoofden komen aanstaande woensdag opnieuw bijeen en gezien de prognoses zullen er wellicht dan al knopen moeten worden doorgehakt. Is het, gezien de toestand van het ijs, onmogelijk om dan een datum te prikken, dan is het wellicht te laat. De huidige prognoses laten zien dat de kans sterk is gegroeid dat het in de loop van het komende weekeinde ‘om de noord’ gaat dooien en helaas ligt Friesland daarvoor dan op de eerste rang. Het wordt dus wellicht een kwestie van ‘nu of nooit,’ maar het moet qua ijsdikte natuurlijk wél kunnen. Helaas is de kans veel groter dat het een gevalletje ‘net niet’ gaat worden, maar laten we hopen dat Thialf de komende dagen nog een extra koelelement bijzet en dat het nét lukt. Het zou een fantastische bekroning van de huidige koudegolf betekenen.
Bronnen: Meteo Consult, KNMI, eigen archief. Foto’s: Tom van der Spek.
Door: Tom van der Spek
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
